95. Zijn boerka’s en niqabs een aanslag op onze vrijheid?

 

zeekoe

Geen idee waarom hier een mooie foto van een zeekoe staat? Don’t worry, you will. Voor wie foto’s wil van onvrije vrouwen die een aanslag plegen op onze vrijheid: scroll voorbij de vijftien kilometer tekst voor een heleboel foto’s onderaan. Spoiler alert: u zal vrouwen zien die geen brood kunnen kopen.

 

Deze week, terwijl ik hard aan het schrijven was aan mijn cursus voor het 6e jaar volgens het Nieuwe Leerplan Versie 2.0, passeerde deze headline mij, maar ze bleef hangen: Gezichtsbedekkende kledij als boerka of nikab is een aanslag op onze vrijheid, geen bewijs ervan.

Dat vind ik dan razend interessant, want dit is iemand die blijkbaar weet wat vrijheid is. Zelf ben ik daar helemaal niet uit, dus ik heb doorgeklikt (en bewezen dat ik zeer gevoelig ben aan clickbait) en het artikel in mijn favorieten gezet om het eens te lezen op een rustig moment. Dat blijkt dan een vrijdagavond te zijn na een gezellige babbel met een goede vriend over o.a. vrijheid en verlichting, en hoe autonomie ons allemaal heel erg angstig maakt.

Het blijkt een opiniestuk van politicus Maurits Vande Reyde, die voor Open-VLD zetelt in het Vlaams Parlement. Extra interessant, want laten liberalen degenen zijn die onze samenleving bij uitstek rond onze burgerlijke vrijheden (vrijheid van meningsuiting, vrijheid tot organisatie, godsdienstvrijheid e.d.) willen organiseren.

Paragraaf 1: Veel vragen

Vanaf 1 augustus is er in Nederland een verbod voor het dragen van gezichtsbedekkende kleding op openbare plaatsen. Amnesty International verzette zich hiertegen, en dat is onbegrijpelijk. Gezichtsbedekkende kledij als boerka’s of nikabs een aanslag op onze vrijheid, geen bewijs ervan.

Dit is de eerste paragraaf van het opiniestuk. Ik heb meteen vragen, en ik ga er natuurlijk vanuit dat meneer Vande Reyde die ook zal beantwoorden in zijn stuk:

  • Is het niet een verbod op in plaats van een verbod voor?
  • Wat is precies “gezichtsbedekkende kledij”?
  • Wat houdt dat verbod precies in?
  • Waartegen verzet AI zich precies?
  • Waarom is dat onbegrijpelijk?
  • En, bijkomend bij die vraag: is het alleen onbegrijpelijk voor Vande Reynde, zoals het voor mij onbegrijpelijk is dat niet iedereen het beerdiertje (dat deze week in het nieuws kwam omdat het als eerste aardse wezen de ruimte aan het koloniseren is, wellicht ) het beste beestje ooit vindt; of is het onbegrijpelijk in de zin dat AI haar stelling niet goed beargumenteerd of uitgelegd heeft; of is het onbegrijpelijk omdat het baarlijke nonsens is, m.a.w. omdat iedereen het er oneens mee is of zou moeten zijn, niet alleen Vande Reynde zelf
  • Als boerka’s en nikabs suggereert dat er nog vormen van gezichtsbedekkende kledij zijn, die ook een aanslag zijn op onze vrijheid. Ik ga er vanuit dat hij die dan ook zal vermelden of zelfs bespreken in zijn tekst?
  • Wat is vrijheid?
  • Wie is ons in ‘onze vrijheid’?
  • Bedoelt hij ‘ons’ als bezittelijk? M.a.w. vermindert mijn individuele vrijheid als ik een boerka zie rondlopen? Of bedoelt hij het als een collectief vrijheidsniveau: het geheel of gemiddelde van onze collectieve vrijheid daalt als er een boerka rondloopt op straat? Of bedoelt hij het op een symbolische manier, en hoe moet ik mij dan een symbolische vermindering van ‘onze’ vrijheid voorstellen?
  • Wat bedoelt hij precies met een aanslag? Bedoelt hij dat iemand die gezichtsbedekkende kledij draagt doelbewust iets probeert te doen om onze vrijheid te verminderen of te ondermijnen? Of bedoelt hij dat voor iemand die vrijheid op een bepaalde manier interpreteert, iemand zien met gezichtsbedekkende kledij voelt als een aanslag? Een beetje zoals Zwarte Piet niet noodzakelijk beledigend bedoeld is, maar wel zo kan overkomen op mensen.
  • Kan iets dan nooit tegelijk bewijs en aanslag zijn? M.a.w. zijn bewijs en aanslag in logische zin een contradictie?

Veel vragen! Maar ik twijfel er niet aan dat ze beantwoord zullen worden.

 

 

Paragraaf 2: De kritiek van Amnesty International op het gedeeltelijke verbod op gezichtsbedekkende kledij in Nederland

Het opiniestuk gaat verder met een link naar de twitterpagina van AI en een tweet met een filmpje. De tweet leest als volgt:

Vrouwen hebben de vrijheid om te kiezen wat ze dragen.

Het gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding, dat donderdag in Nederland ingaat, lost geen problemen op en schendt mensenrechten.

Wij zijn tegen de wet die vanaf donderdag in Nederland van kracht is. [x]

De video is een compilatie van foto’s van vrouwen met en zonder hoofddoek, met een aantal slogans die AI’s visie lijken samen te vatten: vrouwen moeten kunnen kiezen wat ze willen dragen, dat is een vorm van vrijheid en vrouwen die daarvoor strijden zal AI steunen. Het filmpje trekt een link tussen het verbod op gezichtsbedekkende kledij in Nederland en Frankrijk (pionier België wordt weer schromelijk ondergewaardeerd) en de plicht om de hijab te dragen in Iran, en toont foto’s van protesterende vrouwen in niqab en met ontblote haren.

Goed, dus hiermee kan ik al één van mijn vragen beantwoorden: AI verzet zich specifiek tegen dit Nederlandse verbod op gezichtsbedekkende kledij omdat ze het ziet als onderdeel van een grotere strijd van vrouwen tegen lokale overheden om de vrijheid op te eisen zelf hun kledingkeuze te bepalen.

De vrijheid waar AI het over heeft is dus zowel de vrijheid tot als de vrijheid van: de vrijheid om iets te mogen doen (je eigen kledingkeuze bepalen) en de vrijheid van dwang in je kledingkeuze.

De volgende tweet linkt naar een tekst op de website waar die visie nog eens in herhaald wordt: Wat vindt Amnesty van de wet die gezichtsbedekkende kleding gedeeltelijk verbiedt? (Zou een titel van een Factotumblog kunnen zijn.)

AI vat de wet samen als volgt:

De wet introduceert een verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding in het openbaar vervoer en overheids-, onderwijs- en zorginstellingen. Het gaat in deze wet dus niet om een algemeen verbod — wat Amnesty niet verenigbaar acht met internationale mensenrechtenstandaarden — maar om een gedeeltelijk verbod.

Het doel van de wet is volgens de regering het wegnemen van belemmeringen voor onderlinge communicatie. De regering is van mening dat gezichtsbedekkende kleding de kwaliteit van de dienstverlening of de veiligheid in de weg kan staan. Amnesty vindt deze onderbouwing niet overtuigend. [x]

Dan gaat de tekst verder in op het idee van vrijheid:

Een goede onderbouwing is juist noodzakelijk, omdat een verbod een beperking is op de vrijheid van godsdienst. De Nederlandse regering gebruikt in haar voorstel weliswaar de neutrale term ‘gezichtsbedekkende kleding’, maar dergelijke kleding wordt in ons land vrijwel alleen gedragen door islamitische vrouwen, in de vorm van een boerka of niqaab. De vrijheid van godsdienst inperken mag op grond van internationale en nationale wetgeving alleen voor zover dat dringend noodzakelijk is.

Amnesty acht die noodzaak niet aangetoond. Er zijn in Nederland niet of nauwelijks problemen met gezichtssluiers. Hoeveel vrouwen in Nederland een gezichtssluier dragen, is niet bekend, maar waarschijnlijk gaat het om niet meer dan enkele honderden. Van veiligheidsproblemen is de afgelopen jaren niets gebleken, niet in Nederland noch in buurlanden.

Daarnaast dringen bestuurders en vertegenwoordigers vanuit het onderwijs, de zorg en vervoersbedrijven zelf niet aan op een landelijk strafrechtelijke verbod. En de toegevoegde waarde van zo’n verbod is ook beperkt. Publieke instellingen zoals ziekenhuizen, scholen en openbaarvervoersbedrijven hebben al wettelijke mogelijkheden om – bijvoorbeeld in kledingreglementen of vervoersvoorwaarden – het dragen van gezichtsbedekkende kleding te verbieden. Met name scholen hebben dit ook al gedaan.

Tot slot wil Amnesty erop wijzen dat de Raad van State bijzonder kritisch was over het voorliggende wetsvoorstel. [x]

Hier staan ook nog wel een aantal belangrijke elementen in voor onze initiële vragen. Het gaat volgens AI in deze tekst over de vrijheid van godsdienst. Dat is iets anders dan de vrijheid van een vrouw om te kiezen wat ze draagt. AI bekritiseert de wet niet op basis van ideologische principes (de tekst noemt het verbod bijvoorbeeld niet onbegrijpelijk) maar op basis van een juridisch argument: de wet is niet noodzakelijk, of er is alleszins onvoldoende aangetoond dat de wet noodzakelijk is.

Bon, dat weten we dan ook weer. Voor ik ga ontdekken wat Vande Reyde vindt van de wet, wil ik nu toch wel eerst eens checken of wat AI zegt dat er in die wet staat, ook effectief is wat er in die wet staat. Doorklikken dus!

 

 

Paragraaf 2bis: De eigenlijke wet

Wet van 27 juni 2018, houdende instelling van een gedeeltelijk verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding in het onderwijs, het openbaar vervoer, overheidsgebouwen en de zorg

Zo heet de wet dus officieel. En wat staat er in? (Dat is ook de allereerste keer dat ik het Nederlands Staatsblad lees.)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

WTF?! Is dat echt? Dees is hilarisch. Ik ga straks in een post scriptum eens checken of ons Staatsblad ook zo dolkomisch is.

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een wettelijk verbod in te stellen op het dragen van gezichtsbedekkende kleding in het openbaar vervoer en in gebouwen en bijbehorende erven van onderwijsinstellingen, overheidsinstellingen en zorginstellingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

  • 1. Het is verboden om in het openbaar vervoer en in gebouwen en bijbehorende erven van onderwijsinstellingen, overheidsinstellingen en zorginstellingen kleding te dragen die het gezicht geheel bedekt of zodanig bedekt dat alleen de ogen onbedekt zijn, dan wel onherkenbaar maakt.
  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing, voor zover kleding als bedoeld in dat lid:
    • a. wordt gedragen door cliënten, patiënten of hun bezoekers in residentiële delen van zorginstellingen,
    • b. noodzakelijk is ter bescherming van het lichaam in verband met de gezondheid of de veiligheid,
    • c. noodzakelijk is in verband met eisen die aan de uitoefening van een beroep of de beoefening van een sport worden gesteld, of
    • d. passend is in verband met het deelnemen aan een feestelijke of een culturele activiteit.
  • 3. In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag van een zorginstelling toestaan dat kleding als bedoeld in dat lid in niet-residentiële delen van de zorginstelling wordt gedragen door cliënten of patiënten die daar voor onbepaalde tijd verblijven, of hun bezoekers.

Artikel 2

  • 1. Degene die handelt in strijd met artikel 1, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
  • 2. Het in het eerste lid strafbaar gestelde feit is een overtreding.

Artikel 3

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 4

Deze wet wordt aangehaald als: Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Oké, niet zo’n gek lange of ingewikkelde wet. Lijkt een beetje op de Belgische Carnavalswetten, eigenlijk.

Je mag dus als Nederlander geen kledij dragen die je gezicht helemaal bedekt (een masker bijvoorbeeld) of op zo’n manier bedekt dat alleen je ogen zichtbaar zijn (geen bivakmuts) of dat je gezicht onherkenbaar is. En nu vraag ik me dus af: is er zo al geen wet in Nederland als de Carnavalswet? Mocht je daar dan tot voor kort in een Pinokostuum door Amsterdam wandelen? Wat vreemd.

Maar, er staan ook specifieke plaatsen op waar je ze niet mag dragen, nl. op het openbaar vervoer, in scholen of gebouwen die te maken hebben met scholen, in overheidsinstellingen of in zorginstellingen, zoals het bejaardentehuis.

Dat wil dus zeggen, als ik het goed begrijp, dat je vrolijk in een Pinokostuum door Amsterdam mag blijven wandelen, maar als je dan de tram neemt dan moet de kop eraf.

En er zijn, zoals op elke wet, uitzonderingen: als iemand woont in een zorginstelling of op bezoek komt bij iemand die woont in een zorginstelling, dan mag het wel; als het om veiligheidskledij gaat mag het wel (bv. als er een bom ontmanteld moet worden op een school); als het te maken heeft met je beroep of je sport (bv. bij een schermdemonstratie op een school); of als het passend is bij het deelnemen aan een feest, bv. carnaval. Zie je wel! De carnavalswet! Hoe vreemd?

Als je dan wel in je Pinokostuum de tram neemt, dan is dit een overtreding en kan je een geldboete krijgen

Nu ga ik toch even snel googlen of er nog geen Carnalvaswet was in Nederland…

[Tien minuten later, ruwweg.] Maar nee! Ik vind niks! Wel dat je niet mag naakt lopen en geen haatdragende kleren mag dragen of een uniform van een ambtsbekleder als je geen ambtsbekleder bent, maar geen carnavalswetten. Nederland is raar.

Oké, terug naar de Maurits.

 

 

Paragraaf 3: Symbooldiscussie en de grenzen van godsdienstvrijheid

Allereerst, voor al wie het tot in den treure herhaalde op mijn sociale media: nee, dit is geen symbooldiscussie.

Oh, oef, nog een vraag: wat is een symbooldiscussie? Ik vind niet meteen een algemeen aanvaarde definitie online, maar ik doe om den brode iets met symbolen, dus deze kan ik zelf wel uitvogelen denk ik.

Een symbool is een teken dat iets aanwezig stelt wat afwezig is en waar het geen vanzelfsprekende band mee heeft. M.a.w. het verwijst naar iets dat het zelf niet is en waar het niet op lijkt. Dat is minder ingewikkeld dan het lijkt, hoor.

Bijvoorbeeld, hier is mijn naam: Elke. Eeeeeelke. Niet Alleke, niet Elleke, niet Ellen, EL-KE. Dat ben ik. Is er een natuurlijk band tussen mij en mijn naam? Nee. Ik zie er niet specifiek uit als een Elke. Hadden mijn ouders mij Bolleke genoemd, dan had er wel een natuurlijke band geweest, want ik ben een beetje bol. Maar Elke – nee. Geen natuurlijke band dus.

zeekoe

Een voorbeeld van een Bolleke

Die naam heeft niks met mij te maken, en tegelijk heeft die alles met mij te maken. Als mensen het over mij willen hebben, dan hoeven ze geen superlange uitleg te geven om mij te omschrijven, ze kunnen gewoon zeggen: die Elke. Op mijn werk zou er dan nog een achternaam moeten bij komen, of mijn specifieke opdracht, want er zijn wel meer Elkes en dat kan dan voor verwarring zorgen. Maar het punt is: iemand zegt mijn naam en floep – in gedachten ben ik daar.

Dat is een symbool. Je ziet een rood kruis en je weet: hier is een EHBO-post, daar gaan ze mij kunnen helpen met mijn festivalgerelateerde problematiek. Je ziet een groen kruis, en je weet: daar is een apotheek, waar ze mij gaan kunnen helpen met mijn zomergerelateerde problematiek. Je ziet een geelwitkruis en je weet: dat is de verpleegster die voor de bomma komt. Enzovoort… Je hebt geen woorden nodig, laat staan een hele uitleg: je ziet het kruis en je weet waar het over gaat.

Een symbooldiscussie zou dan willen zeggen dat het een discussie is waar geen natuurlijke band is met datgene waar je over praat, maar die je er toch spontaan aan doet denken. Bv. “onverdoofd slachten” doet ons niet meteen denken aan mijn grootvader die in zijn tuin lekker kippetjes de hals omdraaide of de occasionele jager die al eens een duifke schiet om in de pot te gooien. We denken zelfs niet aan vissen die spartelend naar adem snakken op een dek, langzaam stikkend, of aan kreeft die levend gekookt wordt. We denken doorgaans zelfs niet aan kosher slachten. Nee, we denken aan moslims.

De discussie rond onverdoofd slachten gaat dus niet over onverdoofd slachten, zoals de zin Elke is een beetje bol niet gaat over het woord Elke (dat duidelijk niet een beetje bol is, wat met geen o’s te bevatten), maar over de plaats van islamitische gebruiken binnen een cultureel christelijke en semi-seculiere maatschappij.

De implicatie dat de discussie rond gezichtsbedekkende kledij zoals de boerka, de niqab en het Pinokostuum een symbooldiscussie is, betekent dan dat het eigenlijk niet gaat over of iemand al dan niet herkenbaar is in de publieke ruimte (of, in Nederland: op de tram, in de bibliotheek of in het ziekenhuis) maar over moslims.

Laten we een kat een kat noemen: de kans dat Vande Reyde het in de rest van zijn tekst nog gaat hebben over bivakmutsen en Pinokostuums is klein. Dus het lijkt me dat het idee dat dit een symbooldiscussie is, nl. een discussie die niet echt gaat over herkenbaarheid van het gezicht in de publieke ruimte maar over iets helemaal anders, redelijk juist is. Maar we zullen eens kijken waar het volgens Vande Reyde dan precies over gaat.

 

De boerka toont als geen ander aan tot waar de grens van religieuze vrijheid kan en mag gaan.

Als geen ander vind ik straf. Als ik denk aan dingen die ik niet zou willen toestaan, ook al hebben ze met het uitoefenen van een godsdienst te maken, dan denk ik spontaan aan genitale mutilatie (of het nu bij jongens of meisjes is, hoewel het bij meisjes doorgaans veel ergere gevolgen heeft), het slaan van kinderen en vrouwen om religieuze redenen, het uithuwelijken van kinderen e.d. Ik denk aan arme Layla die met kokend water verbrand werd door een Koranlezer omdat haar ouders niet wilde dat hun kind lesbisch was. Ik denk aan jonge meisjes die gedwongen worden een kind te barenomdat de ouders lekker conservatief tegen abortus zijn. Ik denk aan kinderen die geen bloedtransfusie krijgen omdat hun ouders geloven dat dit hen de toegang tot de hemel ontzegt. Ik denk aan Scientology dat mensen gigantische sommen geld afhandig maakt en dan stalkt als ze de ‘kerk’ willen verlaten.

Ik denk dat al die voorbeelden veel beter illustreren waar de grens van godsdienstvrijheid ligt. Niet?

Maar goed… Als geen ander. Efkes slikken. Maurits heeft nog niet veel van de wereld gezien, precies. Zelfs niet van Vlaanderen…

 

Wie dat debat niet belangrijk vindt, heeft de afgelopen jaren onder een steen geleefd.

* Check haar appartement.* Nope, geen steen.

Dit is een ad hominem: de spreker (Maurits) brengt critici in diskrediet niet op basis van hun argumenten maar op basis van een eigenschap die ze hebben als persoon. In dit geval stelt hij dat als je het niet mij eens bent daar logisch uit volgt dat je geen idee hebt van waar je over spreekt of geen contact hebt met de werkelijkheid. M.a.w. als je het niet met Maurits eens bent, dan is dat niet omdat je een andere visie hebt of andere argumenten belangrijk vindt, of omdat zijn argumenten slecht zijn, nee: het is omdat jij slecht geïnformeerd bent.

Maar dat is geen argument, dat is een drogreden. Een trucje. Zo hebben we nog al iemand zien passeren, die trucjes gebruikt.

De verdere implicatie hier is dat we de voorbije jaren heel veel incidenten gehad hebben die bewijzen dat de boerka als geen ander de grens van godsdienstvrijheid illustreert. Omdat de boerka, zoals in mijn voorbeelden, de dood of de verminking of een beschadiging van de integriteit van mensen tot gevolg heeft, natuurlijk.

*Krekels.*

Nee, het ligt niet aan u en de steen waar u onder woont. Er zijn zo geen incidenten geweest. Maar goed, Vande Reyde gaat nu ongetwijfeld met concrete voorbeelden komen van incidenten die als geen ander de grenzen van godsdienstvrijheid demonstreren.

 

Onze samenleving is geen wit blad, maar is gebouwd op de waarden van de verlichting.

Oh… niet dan.

 

Onze samenleving is geen wit blad, maar is gebouwd op de waarden van de verlichting. Die moeten we verdedigen.

“De waarden van de verlichting” is een beetje een dooddoener. Kan u die zomaar opnoemen?

De Verlichting is een historische periode in de 18e eeuw en een culturele en filosofische stroming die daar haar wortels in had en een zekere invloed op uitoefende. Je moet dan denken aan mensen als Voltaire, Immanuel Kant en René Descartes enzo. De belangrijkste waarden van die beweging vind je al in de renaissance: zelf kritisch bronnen gaan lezen en onderzoek doen, en niet meer zomaar gezagsargumenten van dode oude mannen aannemen; religie niet meer zien als het belangrijkste organiserende principe in de maatschappij; en meritocratie: als jij slim bent en hard werkt, verdien je het niet alleen om op te klimmen in de maatschappij maar om mee vorm te geven aan die maatschappij. Weg met koningen, hier komen verkozen bestuurders.

Rationaliteit, autonomie, democratie. Dat is het een zo’n beetje.

Die drie basiswaarden van de Verlichting gaan dan verder uitgewerkt worden, bv. in de Franse Revolutie, waar je een aantal herkenbare centrale waarden terugvindt: egalité (gelijkheid, maar alleen van iet of wat welstellende blanke mannen onder elkaar); fraternité (yup); liberté (vooral gedefinieerd toen als vrijheid van vorst en kerk); unité (van de nieuwe Republiek, wat al snel dik tegenviel, want revoluties zijn bijna altijd bloedig); amitié (heb ik al vermeld hoe bloedig de Franse Revolutie was?); charité (kan je bekijken als liefdadigheid dus een vorm van solidariteit, maar ook als grootmoedigheid, een houding t.o.v. anderen); justice (gerechtigheid)…

De reden waarom die waarden herkenbaar zijn, is omdat ze het fundament vormen van de meeste grondwetten geschreven na de Franse Revolutie, en dus ook de onze. Onze grondwet spreekt onder Titel II (De Belgen en hun rechten) over geen onderscheid van standen (égalité), alle Belgen zijn gelijk voor de wet (justice), de gelijkheid van vrouwen en mannen is gewaarborgd (een betere égalité dan die van de Franse Revolutie),  de vrijheid van de persoon is gewaarborgd (liberté), Geen straf kan worden ingevoerd of toegepast dan krachtens de wet (justice),…

En deze twee zijn belangrijk voor onze centrale vraag:

Artikel 11: Het genot van de rechten en vrijheden aan de Belgen toegekend moet zonder discriminatie verzekerd worden. Te dien einde waarborgen de wet en het decreet inzonderheid de rechten en vrijheden van de ideologische en filosofische minderheden.

Artikel 19: De vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten, zijn gewaarborgd, behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd

 

Dit is wat onze grondwet zegt over godsdienstvrijheid: artikel 11 stelt dat lid zijn van een minderheid geen reden of aanleiding mag zijn voor discriminatie, ook niet door nalatigheid; en artikel 19 stelt dat je je eigen eredienst mag kiezen (dit is dus de levensbeschouwing die je kiest, want je bent ook vrij om atheïst te zijn), je in de openbare ruimte mag tonen als een lid van jouw gekozen levensbeschouwing en dat je op elk gebied (dus ook inzake je levensbeschouwing) je mening mag uiten.

Dit is dus waar de boerka als geen ander de grenzen van toont.

(Is het duidelijk dat die zin mij ergert? Goed. Want ze ergert mij. Ik was voorbereid op ergernis, maar dit slaat alles.)

 

Wanneer Amnesty International in de boerka dus plots een baken van emancipatie en vrije wil ziet, is dat zeker en vast een onderbouwd tegengeluid waard.

Plots. Plots is een redelijk concreet woord om hier te gebruiken. Het impliceert dat AI tot deze wet nog nooit iets gezegd heeft over boerka’s (en merk op dat het helemaal niet gaat over gezichtsbedekkende kledij). Efkes een snelle internetcheck: zonder veel moeite vind ik artikels uit 2010.

Toch niet zo plots dan? Waarom zou Vande Reyde doen alsof AI daar nu pas op komt?

 

En ook, en ik wil dit ook niet laten passeren: emancipatie en vrije wil zijn opnieuw geen heldere termen, en Vande Reyde doet ook geen moeite om ze te verhelderen.

Emancipatie betekent onder de hand uitkomen van iets of iemand. Jezelf in de hand nemen. Je eigen keuzes kunnen en mogen en willen maken. Dat is een lang en moeilijk proces. Er was een tijd waarin als vrouw een job hebben het toppunt van emancipatie was. Nu zijn we bezig over vaderschapsverlof.

En zoals Darwin, Marx, Freud en Nietzsche in de 19e eeuw feilloos aantoonden als antwoord op de Verlichting en haar ideaal van volledige autonomie en beheersing van de wereld door kennis van de wereld: we zijn veel meer een speelbal van krachten buiten ons dan we graag willen toegeven. Denk maar aan mentale gezondheid en de invloed van een onnozele angststoornis op je leven. Denk ook aan de structuur van onze hersenen, die voor een groot deel onze beperkingen bepaalt. Denk aan de onvrijheid van armoede.  De discussie over vrije wil is zo oud als de filosofie zelf, en helemaal nog niet uitgevochten.

Doen alsof deze begrippen helder zijn, is misleidend. Of misschien heeft Maurits enkele millennia onder een steen doorgebracht, dat kan ook. (Jaja, dat was een ad hominem, maar pas nadat ik ook goede argumenten gegeven had, ziet u hoe dat werkt?)

 

 

Paragraaf 4 & 5: Straw man argument

Kort gezegd komt het pleidooi van Amnesty hierop neer: vrouwen zijn pas echt vrij als ze zelf kunnen kiezen wat ze dragen. Ook al vinden u en ik de boerka een onding: je kan maar echte vrijheid hebben wanneer je ook de dingen toelaat waartegen je een hartstochtelijke afkeer koestert. Een verbod geeft daarom geen echte vrijheid, aldus de organisatie waar ik in mijn jeugd talloze brieven voor heb geschreven.

Dat lijkt mij een accurate, zij het iet of wat schertsende samenvatting van wat ik las op de site.

 

Intellectueel is dat een lovenswaardige oefening. Helaas slaat Amnesty de bal faliekant mis. Vrijheid bestaat namelijk uit veel meer dan enkel en alleen het absolute recht te doen wat iemand zelf wil.

Wellicht daarom dat de onderbouwing van AI’s protest tegen de wet in Nederland niet gebeurde op basis van ideologische gronden, maar op basis van kritiek op hoe onderbouwd de wet was, nl. kritiek op het niet bewezen zijn van de noodzaak tot een verbod.

Dat is immers hoe we vrijheden beperken. We bekijken of ze andere vrijheden of vrijheden van andere mensen, of andere aspecten van de wet die we belangrijker achten, bedreigen, en dan schrijven we een beperking om die bedreiging te neutraliseren. Bijvoorbeeld: vrijheid van meningsuiting is gegarandeerd in Artikel 19 van de grondwet. Maar in België is negationisme verboden, d.w.z. dat je bij wet niet mag beweren dat de Holocaust niet gebeurd is en zelfs niet dat ze maar een beetje gebeurd is. Daar staan straffen op. Waarom is dat? Omdat onze samenleving besloten heeft dat het ontkennen van de Holocaust negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de Joodse gemeenschap in België (en de Roma, de lgbtq gemeenschap, gehandicapten, bejaarden, tweelingen… noem maar op: ze hebben allemaal in concentratiekampen gezeten). Om de fysieke integriteit van die mensen te beschermen, en om een tweede Holocaust te voorkomen, werd negationisme verboden.

De kritiek van AI gaat dus niet, zoals Vande Reyde hier stelt, over het principe dat vrijheid absoluut en onbegrensd moet zijn, maar over de vraag of het gevaar en de bedreiging groot genoeg zijn.

Vande Reyde bekritiseerd hier dus een straw man, nog zo’n drogreden: hij geeft argumenten tegen B, alsof Amnesty International B zegt, maar eigenlijk zegt AI gewoon A, en daar zijn die argumenten tegen B helemaal niet relevant voor.

Maar oké, nu komen dus de talloze voorbeelden van incidenten die demonstreren dat de boerka als geen ander een bedreiging vormt voor andere vrijheden of andere wetten of de integriteit van leden van de Belgische bevolking.

 

 

Paragraaf 6: Meer vrije wil en gratis patriarchaat

In het geval van de boerka kan je trouwens al sterk in twijfel trekken in hoeverre er echt sprake is van die fameuze vrije wil. Op zijn zachtst gezegd is er een sterk vermoeden van overheersende dwang vanuit extremistisch-religieuse hoek.

Veel shoulda woulda coulda, m.a.w. veel speculatie, weinig data. En weeral die vrije wil.

Als feminist (oh ja) zou ik er op willen wijzen dat er heel weinig sprake is van vrije wil in wat wij dragen tout court. Drie voorbeelden:

  • Als ik ga zwemmen, dan draag ik een bedekkende badpak en geen bikini. Meer zelfs, ik zou mij nooit in een bikini in het water wagen. Niet omdat ik niet graag een bikini zou dragen, zeker wel, maar omdat ik eerder bolvorming ben. Mensen reageren nu al met blikken en grapjes over walvissen als ik mij in mijn badpak in de publieke ruimte begeef, laat staan dat ik dat zou doen met nog meer vet zichtbaar blubberend. Het is niet verboden en ik heb de vrijheid om het te doen, maar mijn vrije wil is eerder beperkt. Als ik ervoor kies mijn vrijheid om een bikini te dragen te gebruiken, stel ik mijzelf ook open voor spot. Ik ben dus niet echt vrij.
  • Als ik ga zwemmen, zal ik altijd mijn oksels en bikinilijn ontharen. En nu denkt u wellicht Ja, logisch. Waarom is dat logisch? Ik ben helemaal vrij om dat niet te doen. Ik ben niet properder als ik onthaard ben, want ik ben sowieso heel proper op mijzelf. Dat haar valt niet uit in het zwembad, of toch niet meer dan hoofdhaar. Nee, het gaat opnieuw over sociale controle: we hebben met z’n allen besloten dat lichaamshaar vies is (en daar zou ik ook een hele blogpost over kunnen schrijven) en dus moet het weg. Maar vooral bij vrouwen. Ik ben dus niet zonder meer vrij om te doen wat ik wil.
  • Als ik ga zwemmen, dan bedek ik mijn borsten. Elke vrouw in het zwembad bedekt haar borsten, of ze nu een vol badpak aanheeft zoals ik of een kleine bikini. Zelfs kleine meisjes dragen tegenwoordig al bikini’s in het zwembad. Waarom is dat, precies? Wat is er anders aan mijn borsten dan aan die van de vele bolle mannen die het zwembad met mij delen? Exact?

M.a.w. wanneer ik ga zwemmen ben ik merkbaar minder vrij dan de bolle ouwe mannen, sympathiek als ze zijn, waar bosjes haar uit oren, neus en alle hoeken van het lichaam groeien en die lekker vlotjes door het water kunnen klieven met de borsten bloot.

Hoe, exact, is dat anders dan een vrouw die weet dat haar familie haar een beetje loensend zou bekijken als ze op straat zou komen zonder niqab?

Is er dwang? Wellicht, maar dan eerder de zachte dwang van geïnternaliseerde schaamte en sociale controle die elke vrouw ervaart. Meer zelfs: elke persoon ervaart diezelfde combinatie van onvrijheden, diezelfde sociale druk, om ‘fatsoenlijk’ te zijn. Alleen is wat ‘fatsoenlijk’ is vaak sterk verschillend naargelang je lid bent van de culturele meerderheid (zoals ik) of van één van die filosofische minderheden die volgens de grondwet extra moeten beschermd worden tegen discriminatie, zoals de vrouw die een niqab draagt.

 

De bedekking van de vrouw is in vele godsdiensten de consequentie van de superioriteitsgedachte van de man tegenover de vrouw. In de meest gangbare vormen van Islambeleving, is er van totale gezichtsbedding ook geen enkele sprake. De boerka en nikabs zijn hersenpinsels van enkele fundamentalisten. In hoevere dat een individuele keuze van vrouwen zou zijn: laat ons zeggen dat het geen uitgemaakte zaak is.

Vier vragen:

  • Het klopt dat heel wat kledingsvoorschriften te maken hebben met patriarchaat, om even een antieke term op te diepen waar ik persoonlijk erg aan het gehecht ben. Ik wacht vol spanning de opiniestukken van Vande Reyde af waarin hij het opneemt tégen het chassidische gebruik van vrouwen om pruiken te dragen en dikke nylonkousen in de zomer; tégen borstvergrotingen die vaak gedaan worden op vraag van een man of om een man te plezieren en vóór mijn recht om mijn borsten te tonen in het zwembad.
  • Staat er in de grondwet dat alleen de meest gangbare vorm van de eredienst beschermd is, of zelfs dat de meest gangbare vorm van de eredienst genomen moet worden als de maatstaf van waar de grens aan godsdienstvrijheid ligt? En zoniet: waarom is het idee van het meest gangbare dan relevant? De meest gangbare vorm van christendom verbiedt homoseksualiteit, maar in België kan je als godsdienstleerkracht niet ontslagen worden omdat je homo bent. De meest gangbare vorm van het jodendom vraagt helemaal niet dat mensen op de shabat hun huis niet verlaten, maar we doen niet moeilijk over onze kleine Chassidische gemeenschap in Antwerpen. Dus… waarom doen we moeilijk over een beetje meer stof?
  • Ben ik niet vrij om mijn vrijheid op te geven? Mag ik er niet voor kiezen om mijn borsten te vergroten om mijn man te behagen, of een badpak te dragen in plaats van een bikini omdat ik pijnlijke opmerkingen wil vermijden? En mag ik dan ook niet kiezen voor de niqab, om wat voor reden dan ook, ook al bevat die keuze een beetje het opgeven van mijn vrijheid?
  • Hoe gaat Maurits het verschil bepalen tussen een vrouw die van haar vader of broers het huis niet mag verlaten zonder niqab, een vrouw die ervoor kiest de niqab te dragen omwille van persoonlijke redenen en een vrouw die de niqab ziet als een handig compromis tussen de vrijheid om te gaan waar ze wil en de vrijheid om te dragen wat ze wil?

(En ook: valt het op dat een man aan het uitleggen is waarom een vrouw niet zelf kan beslissen wat ze wil dragen? Weet je welke ouderwetse term we daarvoor hebben?)

 

Paragraaf 7-9: Twee soorten vrijheid en een tweede straw man

Maar goed, wat als mensen er toch bewust zelf voor kiezen? Dat komt inderdaad ongetwijfeld voor. Is een verbod dan nog wel op zijn plaats in onze oh zo vrije samenleving? Het antwoord is simpel: ja, uiteraard.

Ik heb nog niet voldoende argumenten gezien om die uiteraard te rechtvaardigen. Ik heb eigenlijk nog geen argumenten gezien, behalve dat het misschien eventueel mogelijk is dat sommige vrouwen gedwongen worden om het ding te dragen en dat het uit een patriarchale cultuur komt. Zoals ik denk ik aangetoond heb, geldt dat ook voor bedekte borsten en geschoren schaamhaar, dus ik verwacht wel veel betere argumenten dan dat om iets strafbaar te maken.

 

Vrijheid bestaat immers niet alleen uit het volgen van de eigen individuele wil (de vrijheid om iets doen, ook wel ‘positieve’ vrijheid genoemd). Voor echte vrijheid heb je ook een omgeving nodig die vrijheid toestaat (vrijheid van iets, de ‘negatieve’ soort).

De Britse filosoof Isaiah Berlin beschreef dit treffend in zijn werk “Two kinds of liberty”. Echte vrijheid is een evenwicht tussen het individuele beschikkingsrecht langs de ene kant en de mogelijkheid om vrij van dwang en totalitaire gedachten te zijn. Die twee gaan samen. Je kan onmogelijk beweren dat enkele de éne of andere soort mensen werkelijk vrij maakt.

Amnesty kijkt in zijn bizar vrijheidsbetoog enkel naar de eerste, positieve soort. Het volgen van de eigen wil.

Nee, Maurits, ik zie dat niet, want zonder al tot hier gelezen te hebben, had ik al aangehaald dat AI het heeft over dezelfde twee vormen van vrijheid als jij hier beschrijft.

Ik quote even mijzelf:

De vrijheid waar AI het over heeft is dus zowel de vrijheid tot als de vrijheid van: de vrijheid om iets te mogen doen (je eigen kledingkeuze bepalen) en de vrijheid van dwang in je kledingkeuze. [ikzelf, eerder in dit artikel]

Zie je dat Maurits? Begrijpend lezen, noemen we dat. En ook: een tweede straw man. Amnesty heeft het niet over slecht één soort vrijheid.

 

 

Paragraaf 10: De vrijheid om onvrij, stom of zelfdestructief te zijn

Amnesty kijkt in zijn bizar vrijheidsbetoog enkel naar de eerste, positieve soort. Het volgen van de eigen wil. Als dat echt de enige referentie voor echte vrijheid zou zijn, moeten we ook meteen maar dingen als kinderarbeid en zelfpijniging toestaan. Zolang personen daar maar zelf voor kiezen. Je ziet al meteen waar hun redenering mank loopt.

Nee.. Het idee dat we niet het recht (mogen) hebben om onze vrijheid te gebruiken om onszelf te verminken, te pijnigen, te beperken op welke manier dan ook, is helemaal niet zo vanzelfsprekend als Vande Reyde hier laat uitschijnen. En hij gebruikt daarvoor een heel simpele sofistische truc: laat mensen walgen van datgene wat je aanvalt, zodat niemand het zal willen verdedigen. Wie wil er nu kinderarbeid verdedigen?

(Er zit trouwens nog een ad hominem in die eerste zit: bizar betoog. Waarom is het bizar? Hoogstens is het eenzijdig of kortzichtig, maar bizar impliceert meer: bizar impliceert onnozel, lachwekkend, abnormaal, onlogisch, irrationeel. Het is een subtiele manier om de tegenpartij te ondermijnen, maar daarom niet minder doeltreffend dan kinderarbeid boven halen om ervoor te zorgen dat je de andere kant niet zou willen verdedigen om niet met zoiets onsmakelijks geassocieerd te worden. Niemand wil graag bizar zijn.)

Het argument dat we niet vrij (mogen) zijn om onszelf te pijnigen, is het argument dat lang gebruikt werd om euthanasie tegen te houden, een wet waar de partij van Vande Reyde nochtans hard en succesvol voor gestreden heeft.

Maar naast dat meer extreme voorbeeld zijn er duizenden manieren waarop mensen zichzelf pijnigen, en die volstrekt legaal of op z’n minst niet strafbaar zijn.

Een aantal voorbeelden? Mensen verminken zichzelf met tatoeages (waarbij je je huid opent om een lichaamsvreemde stof in te spuiten die ervoor zorgt dat je in bepaalde beroepen ofwel niet meer terecht kan ofwel altijd bedekkende kledij moet dragen, trouwens), oorbellen en piercings allerhande (waarbij je een gat maakt in je lijf dat kan ontsteken, dichtgroeien rond de piercing of inscheuren), plastische chirurgie die alleen dient om iemand het gevoel te geven ‘mooier’ te zijn (maar wel even levensgevaarlijk is als andere operaties) of omdat ze zich zo rot voelen dat het hun enige uitlaatklep is (dat heet dan automutilatie). Geen van die dingen is – godzijdank in dat laatste geval – strafbaar.

Mensen gebruiken alcohol, nicotine en cafeïne à volonté, volstrekt legale drugs die een negatieve en verslavende impact hebben op onze gezondheid. Dertig procent van rokers sterft aan longkanker. Dat mag. Ik mag bol zijn omdat ik teveel zoete dingen eet hoewel ik daardoor mijn levensverwachting danig naar beneden haal. Dat is niet strafbaar.

zeekoe

Ook niet strafbaar: zoveel suiker eten dat je bolvormig wordt.

Om nog maar te zwijgen van de duizenden manieren waarop we onszelf in onze vrijheden beperken. Elke gelovige onderwerpt zich op één of andere manier aan haar religie, of het nu is dat iemand zich verplicht voelt om naar de kerk te gaan, dikke kousen draagt in de zomer, ramadan volgt tijdens de proefwerken of elke maand een deel van haar inkomen stort aan een goed doel. Partners die elkaar wederzijdse trouw beloven, beperken zichzelf heel erg in hun romantische en seksuele keuzevrijheid. Om nog maar de zwijgen van de gigantische beperking op je vrijheid die kinderen betekenen.

Allemaal perfect legaal.

Het idee dat we niet vrij zijn om onze eigen onvrijheden te kiezen, is absurd als je naar de realiteit kijkt.

Verdedig ik nu kinderarbeid? Nee. We hebben in onze samenleving, eerder arbitrair maar bon, vastgesteld dat je tot je 18e een kind bent. Dat vind ik, als iemand die elke dag behalve in de vakantie met jonge mensen werkt, absurd laat, maar dat is ook een andere discussie. Het lijkt me dan logisch dat de mensen van wie we zeggen dat ze kinderen zijn, niet hetzelfde recht op zelfbepaling hebben als volwassenen. Dat zij m.a.w. bepaalde keuzes nog niet mogen maken of bepaalde vrijheden nog niet hebben. Ervoor kiezen om niet naar school te gaan maar te gaan werken, tot grote frustratie van velen, is een vrijheid die zij dus nog niet hebben.

Dus nee, ik zie niet waar hun redenering mank loopt. Ik zie wel dat Vande Reye een onsuccesvolle poging tot vals dilemma deed door de vrijheid om je eigen vrijheid te beperken te contrasteren met kinderarbeid, alsof daar geen tussenin is. Alsof iemand die vraagt dat vrouwen het recht hebben om er zelf voor te kiezen onpraktische, veel te warme kledij te dragen meteen ook vindt dat kinderen dan het recht hebben om in een koolmijn te gaan werken. Ik hoop dat ik afdoende heb aangetoond dat a) het recht op zelfbeperking en zelfpijniging weldegelijk bestaat, en dat we dat recht met z’n allen constant gebruiken; en b) dat er beperkingen kunnen gemaakt worden die logisch zijn en waar consensus voor is binnen een maatschappij, zonder dat alles verboden of helemaal toegestaan moet zijn.

Nuances, vriend Maurits, nuances.

 

 

Paragraaf 11-12a: Maurits Vande Reyde heeft nog nooit een conversatie gehad met iemand wiens gezicht hij niet kan zien

Het is duidelijk dat de boerka en nikab op geen enkele manier een vrije omgeving, de negatieve vrijheid, toelaten. Door het dragen ontneem je elke mogelijkheid tot enige betekenisvolle deelname in onze samenleving. Er is letterlijk nul procent kans tot sociale interactie. Geen job, geen onderwijs, zelfs geen brood bij de bakker. Het is de volledige ontmenselijking. Je bestaat niet meer als individu. Zelfs al gebeurt dit uit vrije wil, kan je nog in geen duizend jaar spreken van vrijheid. Onbegrijpelijk dat Amnesty dit niet ziet.

Is dat zo? Ten eerste is de boerka iets heel anders dan de niqab. Bij de niqab kan je oogcontact maken, wat voor mij persoonlijk sociale interactie vergemakkelijkt, bij de boerka niet. Daar zou ik het zelf wel moeilijk mee hebben. Maar laat ik toevallig ooit een leerling gehad hebben die de niqab droeg, en laat ik toevallig ooit een gesprek met haar gehad hebben terwijl ze de niqab droeg. Ik kan bij deze bevestigen dat een conversatie perfect mogelijk was. Wat meer is: zij was perfect geïntegreerd in de samenleving, ging naar school, had een weekendjob en paste zich aan aan de omstandigheden. Ze droeg de niqab wanneer ze kon, de hijab wanneer dat niet kon en liep onbedekt rond wanneer het moest. Dat heet liberalisme in religie, en het is zeer bevreemdend dat een liberaal er zelf niet op komt dat zoiets bestaat.

Het idee dat een vrouw in een niqab geen brood zou kunnen kopen bij de bakker, is volstrekt absurd. Er zijn voldoende bakkers die zo’n vrouw zonder problemen zouden bedienen.

Maar ik zal even genereus zijn en doen alsof Vande Reyde niet letterlijk bedoelt dat je door de stof van een niqab niet verstaanbaar bent. Misschien bedoelt hij dat iemand die de niqab draagt niet bediend zou worden door de bakker, en dat niemand haar zou willen aannemen om in zijn bedrijf te werken.

Wel… herinner je je nog artikel 11 uit de grondwet? Dan moet niet de vrouw veranderd worden, maar de wet.

Vervang hier boerka door homo, en je zal meteen zien waarom ik dat zeg. Het idee dat het zomaar oké zou zijn dat een bakker iemand geen brood wil verkopen omdat ze tot een minderheid behoort, is niet bepaald liberaal. Dus zelfs in het geval waarin ik Vande Reyde het voordeel van de twijfel geef, houdt zijn redenering niet veel steek.

 

Dat geldt trouwens niet enkel voor dragers van de boerka. Ieders vrijheid, ook die van u en ik, gaat er een stukje door verloren. Dat de openbare veiligheid van ons allemaal door een volledige gezichtsbedekking in het gedrang komt, is op zich al problematisch. Het gaat echter nog veel verder dan dat. Boerka’s halen ons fundament voor samenleven met mekaar onderuit. Het tart alle psychologische wetten om betekenisvol met mekaar om te gaan.

Zoals ik hierboven al aangaf, is dat niet waar. Ja, het is vervelend om geen oogcontact te kunnen maken, maar dat geldt niet voor de niqab. Waarom hij die twee dan samen vermeldt in de tekst alsof hetzelfde argument voor hen beiden van tel is, is mij niet duidelijk, behalve dat hij er op gokt dat niemand zijn tekst aandachtig genoeg zal lezen om te merken dat hij argumenten tegen de boerka gebruikt om ook een verbod op de niqab goed te praten.

En er zijn talloze andere voorbeelden van sociale interactie die gehinderd is door het niet kunnen aflezen van gezichtsuitdrukkingen: sociale media, bijvoorbeeld. Beweert Vande Reyde nu dat sms’en, chatten, snappen, etc… allemaal onmogelijk betekenisvol kan zijn. Dat psychologische wetten – en hola: er zijn psychologische wetten? Dat is nieuws voor mij. Er is heel veel onderzoek over hoe sociale interactie werkt, en welke factoren bevorderend en hinderlijk kunnen zijn, ja. Maar de implicatie dat dit wetmatigheden zijn zoals die van de fysica, waar je niet buiten kan, is onwetenschappelijk. Beweert Vande Reyde hier dat “psychologische wetten” dicteren dat je alleen betekenisvol contact kan hebben als je elkaars hele gezicht kan zien?

Wat zit ik dan te doen als ik praat met mensen die een zonnebril dragen, tegen de zon of omdat ze diabetes hebben? En wat doen we met blinde mensen die nooit een gezicht kunnen zien? Voor wie alle communicatie verloopt via andere zintuigen. Moet ik hieruit dan concluderen dat blinde mensen nooit betekenisvolle communicatie kunnen hebben?! Dat blinde mensen ons fundament voor samenleven onderuit halen?

Ik zou dat een heel straffe bewering vinden. En als het niet geld voor blinde mensen, of voor mensen die een zonnebril (moeten) dragen, waarom dan wel voor dat stukje stof?

 

 

Paragraaf 12b-14: Ondemocratische meningen zijn verboden, blijkbaar, en faux feminism

De boerka is een uiting van een strekking die de democratie afwijst. Daarmee berooft het een deel vrijheid van ons allemaal. Zelfs één boerka in het straatbeeld is daarom al een bewijs te veel dat je je niet moet schikken naar onze verlichte samenlevingsvorm. Dat mogen we echt nooit aanvaarden.

Opnieuw zo’n vage dooddoener zonder al teveel bewijs. Is dat zo? En staat er in de grondwet een uitzondering voor meningen en ideologieën die democratie afwijzen? Bij mijn weten mag je helemaal voor een terugkeer naar de verlichte monarchie zijn. Bij mijn weten mag je ook een poster van Hitler in je living hebben hangen, of fan zijn van bekende neo-nazi’s. Je mag zelfs, als fan van bekende neo-nazi’s, in het parlement zetelen, hebben we recent nog ontdekt.

Dus als het zo zou zijn dat de boerka (en merk op hoe hij hier niet meer over de niqab spreekt, omdat mensen de boerka associëren met de Taliban en dus met terrorisme, ook al is die link fout, maar de niqab daar veel minder gemakkelijk mee te associëren valt) een ondemocratisch symbool zou zijn, dan is het daarom nog steeds niet verboden.

En als hij effectief bezorgd is om die verlichte samenlevingsvorm, dan verwacht ik nu ook opiniestukken over de borsten van mannen en vrouwen, over schaamhaar, over de dikke kousen van chassidische vrouwen in de zomer, en alle andere voorbeelden die ik hierboven aanhaalde.

En wat doen we met andere symbolen van antidemocratische stromingen: met tatoeages van Blut Und Boden en 88, met mensen die de hamer van Odin rond hun hals dragen of een shirt dragen van Varg Vikernes. Gezien de recente verrijzenis van extreemrechtse groepen in het westen, gaan dat er meer zijn dan de naar schatting 270 boerkadraagster die ons land rijk was voor we onze eigen wet stemden in 2011.

 

Het is trouwens dit samenlevingsargument waarop het boerkaverbod in ons land en Frankrijk juridisch alle veldslagen heeft gewonnen en steeds heeft standgehouden. Ondanks de vele rechtszaken ertegen.

Behalve dat het advies van de Raad van State in Nederland negatief was. En de V.N. stelde dat de ban op gezichtssluiers in Frankrijk een schending van de mensenrechten was.

 

Daar ligt ook meteen het verschil met pakweg een hoofddoek, keppel of kruis. Ik heb niets met die vormen van religieuze uiting. Maar: ze staan noch mij, noch de drager ervan in de weg om met andereren betekenisvol samen te leven. Daarom kan je daar een algemeen verbod onmogelijk hard in maken in naam van de vrijheid. Bij boerka’s en nikabs is dat ontegensprekelijk anders.

Zoals ik al eerder aangaf: dat is manifest onwaar. Niet alleen kan je perfect een conversatie voeren met iemand die een niqab draagt (en waarschijnlijk ook een boerka, al heb ik dat persoonlijk nog nooit gedaan), mensen die de niqab dragen zijn niet altijd mensen die niet buiten komen zonder niqab. Het is gewoon wat ze verkiezen te dragen.

Moeten we vrouwen beschermen die door hun partner binnen gehouden worden als ze geen boerka of niqab mogen dragen? Ja, absoluut, maar dat doen we niet door hen te verbieden een boerka of niqab te dragen want dan worden ze verplicht om binnen te blijven en kunnen ze geen netwerk uitbouwen om hen te helpen hun situatie te ontvluchten of op z’n minst te verbeteren. We moeten partnergeweld, ook als het emotioneel of verbaal geweld is, heel ernstig nemen. Maar dat doet Vande Reyde niet in deze tekst. Hij heeft het over vrijheid en onvrijheid, maar hij rept met geen woord over hoe deze vrouwen zich voelen in hun vrijheid of onvrijheid.

Dat is wat je krijgt wanneer je als man spreekt over wat vrouwen wel of niet mogen dragen, natuurlijk.

 

 

Paragraaf 15: De paradox van de intolerantie

Er zijn grenzen aan diversiteit. Het is kristalhelder dat de boerka die overschrijdt.

Nee, dat is niet kristalhelder, zoals ik hierboven al uitgebreid uitgelegd heb. Overigens vind ik de sprong van vrijheid en godsdienstvrijheid naar diversiteit veelzeggend.

 

De open westerse samenleving had volgens Karl Popper al de plicht zich te verdedigen tegen intoleranten.

Fucking Popper. Die had het bij wetenschapsfilosofie moeten houden, daar was hij goed in, wat zeg ik: meesterlijk zelfs. The Open Society and Its Enemies is een afrekening met het marxisme en de collectieve samenleving, geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er zijn fantastische boeken geschreven over vrijheid en tolerantie en de verhouding tussen totalitaire regimes en onvrijheid, ik denk aan Hannah Arendts The Origins of Totalitarianism of Umberto Eco’s Ur-Fascim, maar dit boek is er geen van.

Maar zelfs als we eventjes doen alsof Popper een geweldige episch meesterwerk schreef met The Open Society: de paradox van de intolerantie is hier inderdaad van toepassing, de vraag is alleen wie hier intolerant is.

Moet onze verlichte samenleving, haar idealen vastgelegd in onze grondwet met haar Artikel 11 en haar Artikel 19, beschermd worden tegen de mogelijke intolerantie ten opzichte van de democratie van een ideologie die mogelijk verbonden is aan een kledingstuk dat mogelijk onvrij gedragen wordt; of tegen de intolerantie van een blanke man ten opzichte van vrouwen waarvan hij de lippen niet kan zien bewegen om te begrijpen wat ze zeggen?

 

We kunnen niet toelaten dat enkele fundi’s hun maatschappijvisie aan ons opleggen. In de naam van vrijheid dan nog wel. Extremisten proberen dé grote sterkte van onze samenleving om te keren naar een zwakte. Goed geprobeerd, maar helaas. We mogen hen daar geen milimeter ruimte voor geven. Een verbod is daarom een logische keuze.

Awel, daar ben ik het mee eens. Ik stel voor dat we beginnen bij u. Artikel 19 garandeert het recht van elke inwoner van dit land om de eredienst naar keuze te belijden, om die in de publieke ruimte gestalte te geven en om daar een mening over te formuleren en te delen. Zolang dit geen andere wetten breekt (zoals de gezondheid en veiligheid van medeburgers, wat wel het geval was in mijn voorbeelden maar waarvan Vande Reyde geen enkel incident gegeven heeft), is dit een gegarandeerd recht. En het moet extra bewaakt worden voor filosofische minderheden, zoals orthodoxe islamitische vrouwen.

Mag ik ook even wijzen op het extreem laatdunkende gebruik van de term fundi’s? Ik vraag me af of Vande Reyde deze term ook zou gebruiken voor de Chassidische joden in Antwerpen, voor de kleine Sikhgemeenschap in het oosten van ons land, voor de Hare Krishna die niet alleen raar gekleed gaan maar strikt vegetarisch eten, voor de vele katholieke paters en zusters die ons land nog rijk is… Allemaal mensen die fundamentalistisch zijn, d.w.z. mensen die het fundament van hun levensbeschouwing zeer ernstig nemen. Zoals Etienne Vermeersch, een zeer ernstig Verlicht atheïst.

Wij zijn een seculiere samenleving, of daar streven we toch naar. En na een lange ontvoogdingsstrijd van de kerk, onze eigen maatschappelijke emancipatie van de dwingende hand van de Rooms-katholieke Kerk in het bijzonder en een orthodox christendom in het algemeen, zijn we een beetje wantrouwig ten opzichte van mensen die hun geloof ernstig nemen en uitdragen. Ergens vind ik dat begrijpelijk. De Amerikaanse Amish met hun afkeer voor technologische vooruitgang zijn charmant, maar ergens is het ook vreemd om ervoor te kiezen in zo’n cultureel isolement te leven. Hetzelfde gevoel kan je hebben bij de Antwerpse chassidim die zich zo opvallend anders kleden en zich daarmee een gemakkelijk mikpunt maken voor spot en antisemitisch geweld. Je kan het zelfs hebben bij jongeren die in een klooster gaan of imam worden. Die volledige toewijding aan geloof, we vinden dat een beetje raar want we zijn dat niet meer gewoon.

Maar dat betekent niet dat je volledige toewijding meteen moet verwarren met fundamentalisme – denk aan mijn liberale leerling, die gewoon experimenteerde met haar geloof en met wat juist voelde voor haar. En dat betekent ook niet dat je fundamentalisme moet verwarren met extremisme: fundamentalisme is niet gevaarlijk, het is gewoon vreemd.

Maar dat iets vreemd is, of dat iets ons een ongemakkelijk of onvertrouwd gevoel geeft, betekent nog niet dat we het moeten verbieden. Ik krijg een ongemakkelijk gevoel als ik vrouwen in veel te kleine leggings met tijgerprints zie, maar dat ligt gewoon aan mij en mijn vooroordelen over die leggings en de vrouwen die ze dragen. Dat is geen aanval op onze democratie.

 

Amnesty moet zich daar echt over bezinnen. Met welke morele authoriteit spreken zij straks nog tegenover mensonterende regimes wanneer ze zelf het dragen van wandeldende kerker bij ons aanvaarden? Een boerkaverbod wordt echt niet ingevoerd omwille van een blinde afkeer tegenover wat een ander denkt, enkel en alleen omdat dit nu toevallig…anders is. Wij aanvaarden diversiteit, vanzelfsprekend. Maar niet als die het samenleven onmogelijk maakt. Laat ons die grens blijven verdedigen.

(Er staan ook echt belachelijk veel spelfouten in deze tekst, en ik ben mijn eigen geklungel gewoon, dus dat zegt wel iets. Wellicht heeft Maurits geen moeke die zijn teksten naleest.)

Dit is droevig. Ik had echt verwacht dat er argumenten zouden zijn, feiten en data en gegevens. Maar er is alleen dit: wandelende kerker is niet zo gek veel respectvoller dan Boris Johnson’s letterboxes.

En wat erger is: ik zit nog steeds met zoveel vragen!

 

 

Conclusie: De antwoorden op mijn vragen (zal ik grotendeels zelf moeten zoeken)

  • Is het niet een verbod op in plaats van een verbod voor? Die vraag is intussen wel beantwoord: Vande Reyde heeft geen spell check op zijn computer, of waar hij deze opinietekst ook op geschreven heeft. (Ik begin het vermoeden te koesteren dat het een reeks gradueel vochtiger wordende bierviltjes was.)

 

  • Wat is precies “gezichtsbedekkende kledij”? Wat houdt dat verbod precies in? Waartegen verzet AI zich precies?Deze vragen zijn allemaal opgehelderd, omdat ik zelf het opzoekwerk gedaan heb. En maar goed ook, want Vande Reyde vertaalt de eigenlijke kritiek van AI tot twee maal toe naar een straw man: eerst door te negeren waar de kritiek eigenlijk op gericht is (niet de ideologische onderbouwing maar het gebrek aan noodzaak voor een verbod)en dan door te negeren dat AI weldegelijk de twee soorten vrijheid opneemt in haar argumentatie.

 

  • Waarom is dat onbegrijpelijk? En, bijkomend bij die vraag: is het alleen onbegrijpelijk voor Vande Reynde; of is het onbegrijpelijk omdat het baarlijke nonsens is, m.a.w. omdat iedereen het er oneens mee is of zou moeten zijn, niet alleen Vande Reynde zelf? Ik vermoed dat hij onbegrijpelijk hier gebruikt heeft zoals hij later in de tekst bizar gebruikte: niet omdat de argumentatie effectief onbegrijpelijk is, maar om AI in diskrediet te brengen door hen te associëren met irrationele, onlogische ideeën.

 

  • Als boerka’s en nikabs suggereert dat er nog vormen van gezichtsbedekkende kledij zijn, die ook een aanslag zijn op onze vrijheid. Ik ga er vanuit dat hij die dan ook zal vermelden of zelfs bespreken in zijn tekst? Vande Reyde beperkt zich tot de boerka en de niqab, en switcht naar alleen de boerka als hem dat uitkomt. Dit bevestigt dat het weldegelijk een symbooldiscussie is en dat hetgene wat gesymboliseerd wordt door vijfentwintig vierkante centimeter stof niet eens vrijheid of veiligheid is, maar gewoon moslims.

 

  • Wat is vrijheid? Vande Reyde citeert wel een andere denker om zijn begrip van vrijheid wat uit te klaren, maar zoals ik aantoonde in het stukje over vrije wil blijft hij (bewust?) heel vaag in zijn begripsverklaring.

 

  • Wie is ons in ‘onze vrijheid’? Niet de fundi’s, that’s for damn sure. Vande Reyde gebruikt ‘ons’ als een collectief woord zonder materiële band. Het is niet dat mijn individuele vrijheid beperkt wordt door een vrouw met een boerka, het is meer dat het idee van vrijheid bedreigd wordt door het idee van onvrijheid. ‘Ons’ zou dan moeten slaan op alle Belgen, maar is eigenlijk stiekem alle Belgen behalve mensen die tot de specifieke volgens Vande Reyde ondemocratische religieuze stromingen behoren waarin boerka’s en niqabs gedragen worden. [Insert uw eigen opmerking over Artikel 11, als u tot hier geraakt bent.]

 

  • Wat bedoelt hij precies met een aanslag? Bedoelt hij dat iemand die gezichtsbedekkende kledij draagt doelbewust iets probeert te doen om onze vrijheid te verminderen of te ondermijnen? Of bedoelt hij dat voor iemand die vrijheid op een bepaalde manier interpreteert, iemand zien met gezichtsbedekkende kledij voelt als een aanslag? Een beetje zoals Zwarte Piet niet noodzakelijk beledigend bedoeld is, maar wel zo kan overkomen op mensen. Dat is mij dus niet meteen duidelijk uit de tekst. Het lijkt me dat hij gelooft dat er een soort van slippery slope in zou kunnen zitten: dat 2 boerka’s leidt tot 200 boerka’s leidt tot 2000 boerka’s leidt tot een soort kritisch massa waarbij de onvrijheid van de boerkadraagsters zo groot wordt dat ze de gemiddelde vrijheid van de samenleving naar beneden haalt, waardoor ik niet per sé als individu onvrijer wordt maar er meer onvrije mensen zijn. Maar dat idee hangt dan vast aan de premisse dat er per definitie iets onvrij is aan dat stuk stof, en niet aan de individuele gezinssituatie van de vrouw in kwestie… Maar dit idee van een aanslag verheldert hij voor mij niet.

 

  • Kan iets dan nooit tegelijk bewijs en aanslag zijn? M.a.w. zijn bewijs en aanslag in logische zin een contradictie? Ik ben ondertussen al zeven uur bezig aan deze tekst, deze kelk ga ik lekker aan mij voorbij laten gaan.

 

 

Eigen reflecties

Bon, wat heeft de spelende vrouw nu geleerd?

  1. Dat ik dringend moet beginnen aan die derde stationsroman die ik wil schrijven, want dat ik anders overlange blogposts maakt die toch geen kat leest.
  2. Dat Knack geen redacteur heeft die opiniestukken eventjes naleest op spelfouten.
  3. Dat het verbod waar zoveel over te doen is eigenlijk niet zo’n heel breed verbod is, maar wel rare gevolgen heeft (zoals Pino die niet op de tram mag zonder zijn hoofd).
  4. Dat Vlaamse parlementsleden niet noodzakelijk zinvolle dingen te vertellen hebben over vrouwen en vrijheid, zelfs als het liberalen zijn.

 

Oh, en deze:

avatar_253735

Dit is de foto van Maurits Vande Reyde die bij het artikel staat. Ziet er een sympathieke mens uit, net kapsel, vrolijke glimlach. Duidelijk een goed gekozen foto die Maurits van zijn beste, meest toegankelijke kant laat zien.

 

83a3a395eb4824207883381a39c3f4e6

Dit is de foto die Knack koos van vrouwen in een niqab: effectief, zoals Vande Reyde schreef, gedesinidivualiseerd en ontmenselijkt.

Waren er geen andere foto’s, Knack? Zal ik anders een handje helpen?

103589628_048451364-1

Deense demonstrant en politieagent omarmen elkaar.

17643544

Een niqab op de tram (maar helaas geen Pino in zicht).

rezan-mosa-2

Rezan Mosa, Canadees studente in 2015

shutterstock_179197700

Zeer antisociale vrouwen, wellicht op sociale media

Fotografe en influencer Shagoofa Ali

Superasociale vrouwen die niet kunnen communiceren met elkaar

Drie vrouwen die geen brood kunnen kopen bij de bakker

Vier Nederlandse vrouwen die wel naar de Senaat kunnen gaan om de debatten rond het verbod op gezichtsbedekkende kledij bij te wonen, maar geen deel kunnen uitmaken van de maatschappij – volstrekt onmogelijk!

Mmm? Knack?

Beeldvorming doet veel. Als je mensen afbeeldt alsof ze geen mensen zijn maar props in jouw verhaal, dan helpt dat alleen je verhaal te vertellen. Maar het verhaal van Vande Reyde begint wel heel erg veel gaten te vertonen als je deze foto’s ernaast plaatst. En dat is misschien nog het aller belangrijkste dat ik kan meegeven na deze ellenlange blogpost: kijk eens naar die vrouwen? Of nog beter: luister naar hen. En vergelijk dat dan met de willoze weerloze wezens die Vande Reyde omschrijft.

Postscriptum:

Het Belgisch Staatsblad is, zoals verwacht, eerder saai in vergelijking met het Nederlandse Staatsblad:

 

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet

Boring.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s