94. Wat is racisme?

 

racisme

Gordon Parks, The Clark Doll Test, Harlem, New York, 1947

 

Ras, hebben we eerder al gezien, bestaat niet – althans niet voor mensen. Er is slechts één mensenras op dit moment, en huidskleur of andere genetische varianten maken je niet plots lid van een ander ras. En dat is iets heel belangrijks om in je achterhoofd te houden wanneer we gaan onderzoeken wat we bedoelen met de term racisme, en wat racisme allemaal kan zijn.

In de eerste plaats is het dus: geloven in een achterhaalde rassentheorie.

Ik ga eens iets anders doen. Na drie jaar alles lezen en verzamelen wat ik tegenkwam over de term racisme om zelf tot een beter verstaan te komen, voel ik mezelf nog steeds niet in staat om een antwoord te geven op de vraag in de titel. Pas op, ik ben altijd voorzichtig, maar hoe meer ik las, hoe meer ik begreep dat racisme een term is die wordt ingezet op heel veel vlakken en met heel veel betekenissen en intenties.

Eerder dus dan een oppervlakkige definitie uit mijn mouw te schudden, wil ik een overzicht geven van inzichten en bemerkingen die ik gevonden heb; en daar mijn eigen gedachten en bemerkingen bij plaatsen. Ik hoop dat het voor mijn lezers even leerrijk is als voor mij, en dat je zelf aan het denken gaat bij al die ideeën, zonder meteen voor jezelf een heldere definitie te willen zoeken. Mijn voorlopige voorzichtige conclusie is immers dat het willen definiëren van de term vooral doelt op het willen beperken van het gebruik van de term, en dat lijkt me – zoals andere mensen veel beter gaan uitleggen dan ik – gevaarlijk en onwenselijk.

Opmerking: voor wie de citaten wat lang en moeilijk vindt, geen zorg. Ik bespreek telkens kort de inhoud van een citaat, dus je hoeft Google Translate niet uit de kast te halen.

 

1. De woordenboekdefinitie

ra·cis·me (het; o) 1 theorie die de superioriteit van een bep. ras verkondigt 2 discriminatie op grond van iemands ras [x]

Volgens het woordenboek (de genaamde Dikke) is racisme niet één ding, maar twee dingen. Het is enerzijds een theorie, en anderzijds een praktijk.

Een theorie is een manier om de wereld te beschrijven en/of te verklaren. Racisme als theorie beschrijft de wereld in termen van rassen (zoals de onwetenschappelijke rassenleer) en plaatst die dan in een hiërarchie, waarbij bepaalde rassen ‘beter’ zijn dan andere op basis van een aantal criteria. We komen die criteria later nog wel tegen, maar hier is al een greep uit het historische aanbod: intelligente, geletterdheid, beschaving, religiositeit, technologie, wetenschap, humor, schedelvorm.

De praktijk vertrekt opnieuw van het onwetenschappelijke idee dat rassen bestaan. Dit keer gaat het niet over denken over een onderscheid, maar over een onderscheid maken tussen mensen. Dezelfde kenmerken worden gebruikt: ik wil dat soort persoon niet in mijn zaak, want zijn ras is lui. Ik wil dat soort persoon niet dezelfde rechten geven als ik heb, want haar ras is gewelddadig.

Kanttekening: herinner je dat rassen niet bestaan. Mensen vertrekken dus niet vanuit een objectief vaststaand feit of een duidelijk omschreven kenmerk van iemand; maar vanuit een losse verzameling eigenschappen die iemand dan tot zo’n fictief ras laten behoren. Bijvoorbeeld: heb je een donkere haarkleur, kroeshaar en een brede platte neus, dan kan je via je voorouders Afrikaanse roots hebben. Maar ook Polynesische, Aboriginal of Indische roots. Nochtans wordt in heel wat rassentheorieën toch een onderscheid gemaakt tussen die groepen op basis van waar hun voorouders dan precies leefden. Iemand die als Yorúba verhandeld werd als slaaf aan de Oost-Indische Compagnie en zo terecht kwam in Australië en daar een Aboriginal bruid nam en kindjes maakte, was Yorúba. Maar de kinderen? Niet meer zo eenvoudig. En zo gaat het voor velen van ons: heel weinig mensen zijn ‘raszuiver’, d.w.z. dat heel weinig mensen voorouders hebben wiens roots helemaal tot in het eindig terugvindbare liggen waar ze nu leven. (Meestal krijg je dan inteelt, trouwens).

Dus, herhaling: racisme is een theorie gebaseerd op het onwetenschappelijke, achterhaalde idee dat rassen bestaan en herkenbaar zijn, en sommige mensen baseren zich op die theorie om dan ook te gaan discrimineren. M.a.w. niet iedereen die in racisme gelooft zal effectief iets racistisch gaan doen, maar iedereen die iets racistisch doet gelooft (soms zonder het te beseffen) in de racistische theorie

 

2. Wikipedia is uw vriend

In de meest algemene zin betekent racisme dat leden van een bepaald ras zich inherent superieur achten aan leden van een ander ras. Bij debatten over racisme is echter vaak sprake van verwarring over de precieze betekenis of implicatie van deze term. Velen gebruiken het woord ‘racisme’ in algemene zin als aanduiding van xenofobie (angst voor vreemdelingen) of etnocentrisme. Anderzijds trachten wetenschappers laatstgenoemde begrippen juist af te bakenen van racisme als ideologie of wetenschappelijk racisme. [x]

Woah wikipedia, amigo, chillax. Dat begint hier al goed, met twee nieuwe termen: xenofobie en etnocentrisme, die volgens sommigen wel en volgens andere geen vormen van racisme zijn.

Xenofobie betekent letterlijk: angst (phobos) voor vreemden (xenós). Je kan dat heel breed begrijpen (iedereen is bang voor wat hij niet kent) of heel eng (bang zijn voor personen die jij persoonlijk nog niet hebt ontmoet). Die angst kan zich dan vertalen in een manier om mensen te behandelen: ontwijken, negeren of defensief aanvallen.

Etnocentrisme is een politieke ideologie waarbij de hele wereld gaat bekijken vanuit het perspectief van je eigen etnie, wat dat dan ook is. Etnos in het Grieks (they have all the best words, na het Duits weliswaar) kan staan voor een volk, een klasse van mensen of een maatschappelijke kaste. En opnieuw zit er een hiërarchie in het denken: jij ben even goed als mijn groep, jij niet, jij bent beter.

Je kan de raakpunten dus wel zien, maar ook de verschillen. Het is dus niet alsof de drie termen synoniem zijn voor elkaar, maar ze zijn wel met elkaar verbonden en overlappen elkaar. Iets kan en racistisch, en xenofoob, en etnocentristisch zijn. De Nazi’s bijvoorbeeld, scoren nogal goed voor alle drie.

 

Algemene omschrijvingen

Hoewel de term racisme meestal een negatieve lading heeft en wordt gebruikt ter aanduiding van vooroordelen, geweld, discriminatie of onderdrukking in verband met opvattingen over raciale verschillen, zijn er ook andere omschrijvingen mogelijk. Zo is volgens de Oxford English Dictionary racisme gebaseerd op de “mening of de ideologie dat leden van een ras bepaalde eigenschappen of kwaliteiten bezitten die specifiek zijn voor dat ras, in het bijzonder om het als beter of slechter van een ander ras te onderscheiden”. De Merriam-Webster Dictionary omschrijft racisme als ” de opvatting dat ras de belangrijkste bepalende factor is van menselijke eigenschappen of vermogens, en dat raciale verschillen de basis vormen van de inherente superioriteit van een bepaald ras”. [x]

Dit is belangrijk: racisme wordt niet altijd omschreven als iets negatiefs. Het volstaat om te zeggen: Jij hebt een donkere huid, kroeshaar en een brede platte neus, dus jij bent een Afrikaan. Dat alleen al is racistisch, want het is een toepassing van de theorie van de rassenleer.

Denk bijvoorbeeld aan een aantal “positieve” stereotypen: Aziaten zijn slim, Russen presteren beter op school, Armeense vrouwen zijn mooi, Italianen zijn goede minnaars, Afrikanen zijn goed geschapen en lopen snel. Lijkt niet zo erg, toch? Maar dus wel racistisch. (Hier zijn er nog een paar.)

 

En nu denk je wellicht: Ho maar, Factotum lady, dat zijn geen rassen, dat zijn volkeren. Dat is niet hetzelfde. Vandaar dus de link met etnocentrisme in de vorige paragraaf: rassen bestaan niet, herinner je je dat nog? Je kan geen verschil maken tussen een Noor, een Pool en Ier puur op zicht, dus we gaan op zoek naar andere eigenschappen die te maken hebben met geografie en roots, en hoe ver terug in de tijd je voorouders kan vinden op bepaalde grond. Sommige groepen delen we op in heel brede groepen, blank en zwart bijvoorbeeld. Andere zijn een pak beperkter: latino’s in de V.S. zijn mensen met roots in Centraal- en Latijns-Amerika, maar niet mensen uit Portugal, Spanje of Italië. Is dat niet raar? De hele reden waarom dat Latijns-Amerika heet is omdat mensen uit Portugal, Spanje en Italië de boel gaan koloniseren zijn.

De Ieren waren lang geen blanken. De Ieren. Zet een Ier in de zon voor drie seconden en hij kookt in zijn vel, blanker vind je ze niet. Maar er waren ‘andere eigenschappen’ die maakten dat de Ieren niet tot het blanke ras behoren.

Behoorlijk arbitrair dus. En dus kan je perfect argumenteren dat een onderscheid maken tussen volkeren hetzelfde is als een onderscheid tussen rassen. Of beter: dat rassen en volkeren niet noodzakelijk andere dingen zijn. Rassen bestaan immers niet. Volkeren bestaan iets meer, in de zin dat volk een heel brede categorie is die zowel kan beteken mensen met een gedeelde cultuur, taal en/of territorium als mensen met dezelfde genetische roots. Dat eerste is helemaal niet racistisch: ik ben super-Vlaams, net als Rocco Granata en Ronny Mossuse, bijvoorbeeld. Dat tweede dan weer wel, want dan zit je weer bij die eigenschap van afstamming, die zo heel moeilijk te onderscheiden is. Onze Yorúba Aboriginals, bijvoorbeeld, zouden dan of geen volk hebben, of geen Yorúba zijn, of net wel omdat ze ergens nog een klein beetje genetisch materiaal hebben van die gekidnapte voorouder.

Opmerking: Wikipedia, de Oxford English Dictionary en Merriam-Webster doen alle drie lekker alsof ras bestaat.

 

Wettelijke definities

Volgens het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie betekent raciale discriminatie “elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming die ten doel heeft de erkenning, het genot of de uitoefening, op voet van gelijkheid, van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel gebied, of op andere terreinen van het openbare leven, teniet te doen of aan te tasten, dan wel de tenietdoening of aantasting daarvan ten gevolge heeft.”

De laatste definitie maakt dus geen onderscheid tussen discriminatie op grond van ras of etniciteit. Het onderscheid tussen beide begrippen blijkt ook voor antropologen een onderwerp van debat. Ook de Britse wet verstaat bijvoorbeeld onder raciale groep “elke groep mensen gedefinieerd op grond van ras, huidskleur of nationaliteit (inclusief burgerschap), of etnische of nationale afkomst”.[x]

Deze wettelijke definities van racisme gaan niet over de theorie, maar over de praktijk: onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur; teniet (…) doen en aan (te) tasten.

Een belangrijke vraag is dan: is het verspreiden van de rassenleer als waar, iets dat behoort tot de praktijk van racisme? Volgens deze tekst wel: dan wel de tenietdoening of aantasting daarvan ten gevolge heeft. Als ik vertel aan mijn leerlingen dat Afrikaanse kindjes nu eenmaal lui zijn, dat is een eigenschap van hun ras, lijkt het me een logisch gevolgd dat ze in groepswerken misschien twee keer nadenken voor ze een kindje met een Afrikaanse naam of een donkere huidskleur uitnodigen om in hun groepje te zitten.

 

Eventjes naar de Engelse wiki-pagina, die een wat uitgebreider lemma heeft:

The term racism is a noun describing the state of being racist, i.e., subscribing to the belief that the human population can or should be classified into races with differential abilities and dispositions, which in turn may motivate a political ideology in which rights and privileges are differentially distributed based on racial categories.[x]

Kudos voor Engelse wikipedia, die niet doet alsof rassen bestaan.

 

Deze definitie start opnieuw vanuit het geloven van de rassenleer zelf (de theorie zelf is niet racisme, maar het geloven van de theorie wel), en de daaruit volgende politieke ideologie die dan leidt tot discriminatie. Hier zit dus een derde element: theorie, praktijk en de ideologie die de brug slaat tussen theorie en praktijk.

Denk terug aan mijn voorbeeld uit de klas. Ik kan de theorie dat Afrikaanse mensen nu eenmaal lui zijn doceren, en dan kunnen mijn kindjes daar zelf spontaan iets mee gaan doen. Maar ik kan ook vinden dat het wenselijk is dat ik mijn lessen zo organiseer dat mijn niet-Afrikaanse kindjes geen last hebben van de waarschijnlijke luidheid van mijn Afrikaanse kindje. Dat kan ik op verschillende manieren doen: ik kan bv. mijn Afrikaanse leerling dwingen om altijd alleen te werken bij groepswerken. Dat is dan duidelijk discriminatie. Maar ik kan ook mijn Afrikaanse leerling preventief naar een leercoach laten gaan om hen te ondersteunen bij zijn luiheid ook al weet ik helemaal nog niet of hij lui is. Dat lijkt dan supersympathiek van mij – ik ben wel racistisch, maar ik wil niet discrimineren dus ik ga proberen hem te helpen – maar ik blijf wel discrimineren, d.w.z. ik behandel die leerling anders dan mijn andere leerling, op basis van een kenmerk dat ik associeer met zijn “ras”.

 Die brugfunctie van ideologie is dus niet onbelangrijk, want het zorgt ervoor dat racisme soms helemaal niet zo erg lijkt, en zelfs supervriendelijk.

Voor een diepere analyse van dit idee, kan je ook Racisme als perspectief van Jan Blommaert lezen.

 

Thus, racism can be broadly defined to encompass individual and group prejudices and acts of discrimination that result in material and cultural advantages conferred on a majority or a dominant social group. [x]

Racisme vertrekt volgens deze zin vanuit een meerderheidsgroep, omdat ze voordelen verleent aan die meerderheidsgroep. Oei. Dat zou willen zeggen dan, dat als mijn Afrikaanse leerling dan zegt En blanken zijn allemaal dom nah, dat geen racisme zou zijn.

Wat hier bedoeld wordt is ietsje subtieler dan dat. Het start met de meerderheidsgroep van ‘echte Vlamingen’. En wat we daar dan precies mee bedoelen, is nooit echt helemaal duidelijk: vallen Rocco Granata, Ronny Mossuse en ik alle drie onder die categorie? En op welke manier precies dan? Maar één ding staat vast: die zijn blank. Niet zo blank als de Ieren, maar Blank, met een hoofdletter: onze huid is als verse melk van een koe zo blank, als de sneeuw in februari voor iemand erdoor fietst, als… Je snapt wel wat ik bedoel. Blank, dat zijn wij.

Dat creëert een zij, van niet-echte Vlamingen of niet-Vlamingen of allochtonen of vreemdelingen of Nieuwe Belgen of hoe je hen ook wil noemen. Heel vaak gebruiken we die termen niet voor mensen die ook blank zijn: voor Nederlanders en Fransen, de overgrote meerderheid van de mensen met een migratieachtergrond in België. We denken zelfs niet spontaan aan Polen, Hongaren en Finnen. We gebruiken die woorden vooral voor mensen die dat ene kenmerk niet hebben, die niet blank zijn. Dat wil niet zeggen dat die mensen allemaal een heel donkere huid hebben: op één of andere manier zijn Marokkanen, Turken en Armen (volgens de oorspronkelijke rassenleer nochtans allemaal mega-blank) niet blank. Niet zoals wij Blank.

De blanke meerderheid creëert dus een niet-blanke minderheid, en koppelt allerhande eigenschappen aan dat niet-blank zijn: niet van hier, dus niet eigen; maar ook lui, werkschuw, taalarm, crimineel, moslim, terrorist, gevaarlijk, agressief, dom, etc.…

Die minderheidsgroep zal dan, geconfronteerd met die opdeling in wij-zij, vaak reageren met: oké, dan zijn wij maar een wij en jullie een zij, en hier is wat wij van jullie denken. BOEM: racisme. Reverse racism, wordt dat ook weleens genoemd: omgekeerd racisme. Ja maar, zij zijn ook racistisch, zij zeggen ook “Vuile Belg” tegen ons.

Ja, en volgens onze definities is dat inderdaad racistisch: blanke Belgen worden samen gegroepeerd op basis van een aantal kenmerken en dat wordt aangegrepen om te discrimineren. De grote maar in het verhaal is dat als die blanke meerderheid niet eerst twee groepen had gecreëerd, die tweede groep er nooit op gekomen was zichzelf niet te beschouwen als gewoon, weetjewel, een echte Vlaming.

Dus: het idee dat racisme altijd begint bij de meerderheidsgroep, klopt. Dat betekent niet dat individuen van de minderheid geen racistische ideeën kunnen hebben of racistische uitspraken doen. Het betekent wel dat de oorzaak van al dat racisme in onze samenleving bij de meerderheidsgroep ligt: die is er immers mee begonnen.

(Bekijk zeker ook deze van Aamar Rahman.)

 

3. Dirk van Duppen & Martin Luther King

‘Rasverschillen’ gaan doorgaans over verschillen in huidskleur, neus, ooghoek en haar. Die verschillen vallen op, maar eigenlijk zijn ze klein. Slechts een paar genen hebben er een impact op. Tussen twee enkelingen van een ‘ras’ kan het genetische verschil veel groter zijn dan tussen twee enkelingen van verschillende ‘rassen’. […] Zo is het genetische verschil tussen twee zwarte Afrikanen veel groter dan dat tussen een blanke Belg, een Chinees en een donkerhuidige Inuit. En omgekeerd: ondanks de soms uitgesproken uiterlijke verschillen zijn mensen genetisch onderling meer gelijkend dan eender welke andere diersoort.

… De binnenkant van de mens toont geen verschil op ‘raciale’ basis. Er is geen middel om bijvoorbeeld voor een hart te zien van welk ‘ras’ het afkomstig zou zijn. Het begrip ras is evolutionair en biologisch nonsens. Onderhuids zijn we allemaal Afrikanen.

Wel heeft de evolutie bij alle sociale groepsdieren, waaronder de mens, mechanismen geselecteerd die leiden tot een sterke neiging van een ‘in-group versus out-group ‘voelen en denken.

… Wat m.i. ontbreekt in heel dit debat is de sociaal-historische dimensie. Van in de oudheid, bij de kolonisatie en slavenhandel, de gruwelen van de naziterreur, de Rwanda genocide, als de oorlogen in het vroegere Joegoslavië, Afghanistan, het Midden-Oosten, tot op vandaag met bijvoorbeeld de vluchtelingencrisis, de IS-terreur, bij Trump en de opleving van de islamofobie, is racisme een sociale en politieke constructie om de discriminatie van mensen te verrechtvaardigen, een instrument in handen van de elites om te verdelen en te heersen, een afleiding van sociale klassenbelangen. [x]

Dirk Van Duppen is arts, oprichter van Geneeskunde voor het Volk (een organisatie die gratis basisgezondheidszorg verstrekt voor wie het nodig heeft) en gemeenteraadslid voor de PvdA in Antwerpen. Hij is dus politiek mega-links, en hij bekijkt het idee van racisme door de blik van sociale rechtvaardigheid: het idee dat een samenleving ervoor moet zorgen dat wie met niets geboren wordt of door toeval of pech met niets komt te zitten, door de samenleving weer vooruit geholpen wordt, o.a. door van iedereen een financiële bijdrage te eisen via belastingen. (Lees trouwens ook Welke adequate definitie voor racisme? van hem.)

Waarom ik dit fragment koos om te delen, is omdat Van Duppen eerst en vooral nog eens heel helder uitlegt dat biologische rassen niet bestaan (ik kan dit echt niet genoeg benadrukken) en we het dus altijd over iets cultureels hebben, iets dat we formuleren op basis van onze bestaande vooroordelen en onze noden als meerderheidsgroep, zoals we in het vorige stukje zagen.

Maar het is vooral die laatste paragraaf die mij hier interesseert. Van Duppen geeft een hele opsomming van voorbeelden van racisme als praktijk die bewijzen dat het niet over biologische verschillen gaat, en besluit met het idee dat racisme als ideologie dient om te verdelen en te heersen.

 

Dat idee is niet nieuw. Hier is een citaat van iemand anders die min of meer hetzelfde zegt:

If it may be said of the slavery era that the white man took the world and gave the Negro Jesus, then it may be said of the Reconstruction era that the southern aristocracy took the world and gave the poor white man Jim Crow. (Yes, sir) He gave him Jim Crow. (Uh huh) And when his wrinkled stomach cried out for the food that his empty pockets could not provide, (Yes, sir) he ate Jim Crow, a psychological bird that told him that no matter how bad off he was, at least he was a white man, better than the black man. (Right sir) And he ate Jim Crow. (Uh huh) And when his undernourished children cried out for the necessities that his low wages could not provide, he showed them the Jim Crow signs on the buses and in the stores, on the streets and in the public buildings. (Yes, sir) And his children, too, learned to feed upon Jim Crow, (Speak) their last outpost of psychological oblivion. (Yes, sir)

Thus, the threat of the free exercise of the ballot by the Negro and the white masses alike (Uh huh) resulted in the establishment of a segregated society. They segregated southern money from the poor whites; they segregated southern mores from the rich whites; (Yes, sir) they segregated southern churches from Christianity (Yes, sir); they segregated southern minds from honest thinking; (Yes, sir) and they segregated the Negro from everything. (Yes, sir) That’s what happened when the Negro and white masses of the South threatened to unite and build a great society: a society of justice where none would pray upon the weakness of others; a society of plenty where greed and poverty would be done away; a society of brotherhood where every man would respect the dignity and worth of human personality. (Yes, sir) [x]

 

Dit is Martin Luther King Jr. aan het einde van één van de protestmarsen die hij mee organiseerde in Montgomery, Alabama, in 1965. Hij was ook iemand met linkse opvatting over sociale rechtvaardigheid, net als Dirk Van Duppen, dus het houdt helemaal steek dat hij dezelfde analyse maakt.

Dit fragment, voor wie er niet helemaal aan uit kan, gaat over wat er gebeurt na de Civil War in de Verenigde Staten, waarbij het Zuiden tegen het Noorden streed over de vraag of staten zelf mochten beslissen of ze slavernij toestonden of niet (het Noorden zei met Lincoln: nope; het Zuiden vond dat een staat dat zelf moest kunnen beslissen, voornamelijk omdat het Zuiden economisch heel erg afhankelijk was van slavernij voor haar economie).

Jim Crow was een karikatuur van een dansende Afrikaanse man met uitvergrote trekken. Zwaar racistisch ding, eigenlijk. In het Zuiden werd een reeks wetten goedgekeurd die Afro-Amerikanen opnieuw discrimineerde, o.a. door hen stemrecht te ontzeggen en ervoor te zorgen dat ze naar andere scholen, banken en cafés moesten gaan dan blanken. Dat is dan segregatie: letterlijk het verdelen van verschillende bevolkingsgroepen over een gebied, zodat ze apart leven en apart werken. Die wetten noemt met Jim Crow Laws, en ze waren een reactie van rijke blanken op de veranderde situatie in hun land.

Want wat er gebeurde is dat iedereen plots heel erg verarmde door het afschaffen van slavernij, de gevolgen van oorlog en aanhoudende droogte. De blanke boeren en arbeiders waren even arm en miserabel als de bevrijde slaven. In principe hadden twee groepen samen kunnen komen en zichzelf organiseren om het beter te hebben dan tevoren. In principe, want wat er in feite gebeurde was de geboorte van de Ku Klux Klan, een terroristische organisatie die Afro-Amerikanen de kans op een welvarend en veilig leven probeerde te ontzeggen door raids op hun woningen en boerderijen, lynchpartijen en racistische propaganda onder de blanke bevolking. En Jim Crow Laws.

Verdeel en heers: de rijke blanken gebruikten racisme om de arme blanken tegen de arme zwarten op te zetten, en hun aandacht af te leiden van de echte schuldigen.

En ze deden dat niet alleen met bevrijde slaven en hun afstammelingen. Bekijk bijvoorbeeld dit treffende filmpje van AJ+, waarin een overzicht gegeven wordt van wie allemaal tot staatsvijand werd gemaakt in de één eeuw Amerikaanse politiek. Een effectieve strategie, want na 100 jaar zijn nog steeds dezelfde twee partijen aan de macht.

En dit is ook wat nu gebeurt in Europa met minderheden als Joden, lgbtq mensen en zelfs mensen met een migratieachtergrond die stemmen op etno-nationalistische partijen als Front National, VB en PVV.

Dat is wat Dirk Van Duppen bedoelt met die treffende laatste zin: racisme als ideologie dient niet gewoon de meerderheid. Het dient de opperlaag van de meerderheid, die zichzelf verrijkt op de rug van de rest van de bevolking. Racisme speelt die bevolking uiteen, en leidt af van hun gezamenlijke doelen.

Racisme is dus een theorie, een praktijk, en een politieke ideologie die vertrekt vanuit de meerderheid maar eigenlijk vooral een kleine elite dient. Allemaal op basis van iets dat niet echt bestaat.

 

4. Kwame Anthony Appiah & een poppemie

Society still largely operates under the misapprehension that race (largely defined by skin colour) has some basis in biology. There is a perpetuating idea that black-skinned or white-skinned people across the world share a similar set of genes that set the two races apart, even across continents. In short, it’s what Appiah calls “total twaddle”.

“The way that we talk about race today is just incoherent,” he says. “The thing about race is that it is a form of identity that is meant to apply across the world, everybody is supposed to have one – you’re black or you’re white or you’re Asian – and it’s supposed to be significant for you, whoever and wherever you are. But biologically that’s nonsense.”

It’s not new information, but for Appiah it is essential to voice it. Despite growing up mixed-race and gay in Ghana, then moving to the UK aged 11, Appiah says these supposedly conflicting aspects of his identity were never a problem for him until he moved to the US. As a student at Yale in his early 20s, others began to define him entirely by his race, and even questioned whether having a white mother made him “really black”.

“If you try to say what the whiteness of a white person or the blackness of a black person actually means in scientific terms, there’s almost nothing you can say that is true or even remotely plausible. Yet socially, we use these things all the time as if there’s a solidity to them.”

Appiah is at pains to point out that, while society has made race and colour a significant part of how we identify ourselves, particularly in places such as the UK and US, it is an invented idea to which we cling irrationally.

Appiah’s lecture explores the notion that two black-skinned people may share similar genes for skin colour, but a white-skinned person and a black-skinned person may share a similar gene that makes them brilliant at playing the piano. So why, he asks, have we decided that one is the core of our identity and the other is a lesser trait?

“How race works is actually pretty local and specific; what it means to be black in New York is completely different from what it means to be black in Accra, or even in London,” he explains. “And yet people believe it means roughly the same thing everywhere. Race does nothing for us. [x]

Kwame Anthony Appiah is één van mijn favoriete hedendaagse filosofen. Hij beheerst een breed veld van disciplines, van politieke filosofie over ethiek tot taalfilosofie, maar zijn focus ligt altijd op het samenleven van verschillende culturen in een wereld waarin iedereen met iedereen kan praten, en dus ook kan ruziën.

In dit stukje uit een langer artikel n.a.v. een uitspraak van de Britse premier Theresa May, legt Appiah nog een element van racisme uit dat we nog niet bespraken: dat het helemaal los staat van individuele context.

Hij geeft zichzelf als voorbeeld: geboren in Ghana, een politiek actieve vader die daarvoor ook een paar keer in de gevangenis terecht kwam, homoseksueel, een filosoof. Is het niet een beetje raar te denken dat gewoon puur op basis van zijn huidskleur of herkomst hij dingen moet gemeen hebben met Ronny Mossuse of Vincent Kompany, om maar een handvol Vlamingen te noemen die oppervlakkig gezien genoeg op hem lijken om ‘tot hetzelfde ras te behoren’? Geen van hen zijn filosofen, bijvoorbeeld. Appiah is absoluut geen voetballer. En toch doen we alsof die context absoluut niks uitmaakt. (Eenzelfde ervaring deelt schrijver Chika Unigwe in dit interview.)

Eigenlijk is dat toch volstrekt maf? Ik ben blank en mijn roots zijn Vlaams-Nederlands, weet ik dankzij het genealogisch onderzoek van mijn broer en schoonzus. Oké, toppie. Maar dat betekent niet dat ik daarom, puur op basis van die twee dingen, plots een diepe verwantschap voel met – oh ik noem maar iemand – barones Mia Doornaert of Maarten Boudry of Bart De Wever. Wat hebben we gemeen? Dat we alle drie Vlaams spreken, de één al meer geaffecteerd of dialectisch dan de ander? Dat twee van ons vieren worstelen met ons gewicht? Dat twee van ons vieren filosofie gestudeerd hebben? Zelfs als ik buiten die categorie van ‘ras’ ga, deel ik weinig met deze mensen.

 

En nu denk je misschien: Ja, dat had ik wel door hoor, we hebben het toch over vooroordelen? Dat staat toch altijd los van context?

Ja, maar Appiah wijst ons er op dat we niet alleen over anderen denken op basis van die vooroordelen, maar ook over onszelf. Hoe maf is dat? We beschouwen de kleur van onze huid, waar onze voorouders geboren zijn, als een essentieel onderdeel van wie we zijn. Even belangrijk als, of nog belangrijker dan, onze talenten, hobby’s, interesses, gebroken relaties, beste vriendschappen, de straffen die onze ouders gaven, die keer dat we met ons gezicht op de grond gingen vlak voor de neus van de hippe griet die we gingen versieren waardoor we een jaar lang niet meer durfden buiten komen behalve voor school – trauma’s, weet je wel.

Even terug naar de schoolbanken. Ik kijk naar mijn Afrikaanse leerling en noem hem lui, omdat hij Afrikaans is en dat zit nu eenmaal in zijn genen, whatever. Ik kijk niet naar zijn ouders, die zelf in absolute armoede naar België gekomen zijn en hun zoon werkethiek hebben aangeleerd om het beste van zijn kansen te maken; of naar zijn ouders die allebei geadopteerd werden door rijke West-Vlaamse textielhandelaars en hun zoon de meest West-Vlaamse opvoeding denkbaar gegeven hebben; of naar zijn alleenstaande vader die ’s nachts werkt en overdag slaapt en zijn uren zo regelt dat hij ’s avonds toch een maaltijd kan delen met zijn vier kinderen en hen ’s ochtends kan wakker maken om op tijd op school te zijn… Zie je? De impact van die drie verschillende gezinssituaties op mijn leerling is enorm, en of hij nu geboren is met een aanleg tot luiheid of niet, het zal zijn gezin zijn dat ervoor zorgt of hij heeft leren werken en doorzetten, of hij zelfdiscipline heeft gekweekt, eerder dan zijn huidskleur of waar zijn voorouders woonden. (Als iemand met een gigantische aanleg voor luiheid en het soort blanke huid waar je een hoofdletter voor moet gebruiken en kaas van kan maken, kan ik trouwens bevestigen dat omgevingsfactoren bijzonder belangrijk zijn voor de manier waarop een karaktertrek zich verder ontwikkelt.)

Maar niet alleen kijken we zo naar de ander, waar Appiah ons op wijst is dat we vaak ook zo kijken naar onszelf.

 

Behold, één van de droevigste videofragmenten die je ooit zal zien: the doll test.

Het experiment, ontwikkeld en onderzocht in de jaren 1940 door Kenneth en Mamie Clark, is heel eenvoudig. Geef een kind twee poppen: een lichte, en een donkere. Stel hen enkele vragen, en laat hen wijzen naar de pop die volgens hen bij het antwoord past. Wie is de donkere pop? Wie is de brave pop? Wie is de domme pop? Wie is de mooie pop? Op welke pop lijk jij?

Kinderen identificeren overwegend de blanke pop met positieve eigenschappen, inclusief de pop die volwassenen het mooist vinden, en de donkere pop met negatieve eigenschappen. Ook als ze zichzelf het meest met de donkere pop associëren.

Door onszelf te identificeren met een “ras”, identificeren we ons m.a.w. ook met de negatieve kenmerken van die groep, met de vooroordelen over die groep. We leren onszelf niet alleen dat anderen over ons denken als dom, lelijk, stout… maar we gaan zelf zo denken over onszelf. Of, als we het geluk hebben om een blank kindje te zijn, leren we over onszelf denken als slimmer dan, mooier dan, braver dan.. ook al zijn we absolute kloothommels.

Racisme is dus niet alleen iets van mijzelf ten opzichte van de ander, het is ook iets van mijzelf ten opzichte van mijzelf.

 

5. Cracked

Dit artikel van Cracked somt een aantal termen op waarvan de auteur denkt dat de gebruiker niet weet dat het eigenlijk racistische woorden zijn. Hooligan bijvoorbeeld, is een scheldwoord voor Ieren (daar zijn ze weer, de niet-blanke sukkelaars). Hip hip hoera verwijst naar Duitse jachtpartijen op Joden in de 19e eeuw. Een barbaar was een Oud Grieks woord voor een vreemdeling, die niet deftig kon spreken en dus niet verder kwam dan wat geluiden mompelen. En het woord kannibaal verwijst naar de oorspronkelijke bewoners van de Caraïben (en elk volk beschuldigt elk ander volk van kannibalisme – ten tijde van de kolonisatie van Congo dachten de lokale bewoners ook dat wij kindjes aten, net zoals wij dat dachten van hen). [x]

Meer dan een lollig lijstje, is dit een goede herinnering aan het feit dat racisme iets historisch is. We worden geboren in een samenleving die al talloze beelden, ideeën, uitdrukkingen, kunstwerken en stripverhalen van Kuifje heeft verzameld op basis van rare vooroordelen over ‘rassen’, en we kennen geen andere wereld dan die waarin we geboren worden tot iemand ons er op wijst dat fuck man, die Kuifje strips zijn mega-racistisch.

Dat maakt dat we eigenlijk allemaal wel een beetje racistisch zijn, gewoon omdat we opgegroeid zijn in een cultuur die nu eenmaal nog steeds doet alsof rassen bestaan, en waar een groot deel van onze medeburgers – levend en dood, ik kijk naar jou Hergé – daar ook nog eens vooroordelen en conclusies aan vastknoopt.

Dit is een moeilijke. Denk aan de discussies over Zwarte Piet: we vinden het vreselijk moeilijk toe te geven dat iets waar we aan gehecht zijn, iets dat we tof vinden, misschien toch eigenlijk wel een beetje racistisch is. Dat is goed: we beseffen op z’n minst al dat racisme fout is, en dom. Maar dat maakt al die gesprekken en discussies over een kinderfeest wel moeilijk en – in Nederland alleszins – onnodig heftig.

Een ander voorbeeld hiervan vind je in dit fragment uit The Daily Show with Trevor Noah, waarin Jessica Williams op zoek gaat naar een alternatief voor het racistische zegel van de stad Whitesboro.

(Hier is nog een lijstje.)

 

6. Nog even iets over dat etnocentrisme

Eén van de belangrijkste antwoorden werd ontwikkeld door de Duitse filosoof Gottfried von Herder (1744-1803). Herder ontwikkelde het idee dat volkeren over een Volksgeist beschikken. Een soort collectieve ziel, zeg maar, die zich uit in de culturele manifestaties van het volk. De liederen, literatuur, tradities, gewoonten en, bovenal, taal: het waren volgens Herder allemaal uitingen van een welbepaalde ziel die ieder volk tot Volk maakte. Die volksziel zorgde ervoor dat volkeren streefden naar een eigen territorium en een eigen staat. Sterker nog, ieder volk moest een eigen natuurlijk gebied hebben waarin de ziel ten volle tot uiting kon komen, aldus Herder. Want het mengen van volkeren met verschillende zielen, of het verplaatsen van volkeren uit hun natuurlijke biotoop, kon enkel leiden tot de teloorgang van de ziel en het volk zelf.

De theorie van Herder over de Volksgeist zette de deur open naar een meer cultureel racisme. Herder ging er immers van uit dat cultuur een soort onvervreemdbare essentie is die aan een volk en een natuurlijk gebied plakt. Een essentie die bovendien kan bedreigd worden indien er teveel contacten zijn tussen verschillende volkeren. Eenmaal een dergelijk idee ingeburgerd raakt, wordt het volstrekt normaal om volksvreemde elementen te weren op grond van nationale veiligheid of om diversiteit als een bedreiging voor de eigen cultuur te zien. Het is vanuit die redeneertrant dat het moderne antisemitisme mede vorm kreeg. [x]

Sorry, Thomas Decreus, dees is efkes een megasaai stuk uit een bijzonder interessante aanrader van een tekst (die slechts een beetje saaikes is). Maar, sorry lezer, wel essentieel.

Cultureel racisme. Ik heb de term tot nu toe nog niet gebruikt, omdat ze zo beladen is. Cultureel racisme is precies geen echt racisme. ’t Is iets anders. Minder erg, lijkt het, want het heeft te maken met cultuur en dat kan je veranderen, je “ras” niet. Het lijkt erger om iemand te discrimineren voor het lichaam waarin ze geboren werd, dan de cultuur waarin ze opgroeide.

Decreus legt hier heel goed uit waarom cultureel racisme eigenlijk ook gewoon racisme is. Efkes terug naar het begin: racisme was dat je iets verzint als “ras” op basis van een aantal uiterlijke kenmerken waar je dan snel-snel toch ook geografie en afstamming aan moet koppelen om een onderscheid te kunnen maken tussen de Maori en Zulu’s bijvoorbeeld. En dan ga je die rangschikken. Meestal eindigt je eigen “ras” bovenaan, of toch bijna.

Toen we het hadden over etnocentrisme, maakte ik het punt dat er eigenlijk nauwelijks verschil is tussen een volk en een ras. Beiden zijn constructen, beiden worden samengehouden door een paar losjes verwante eigenschappen die een groep mensen zouden moeten met elkaar delen, beiden leunen op afstamming om zichzelf te legitimeren.

Hier legt Decreus de link met het ontstaan van volksnationalisme in de 19e eeuw. Hij vergelijkt de volksziel als iets ongrijpbaar dat desondanks verankerd is in de fysieke lichamen van de leden van het volk, met datgene wat iemand dan lid zou maken van een “ras”.

Zoals ik al eerder zei: niet helemaal hetzelfde, maar niet verschillend genoeg om niet te zien hoe ze hetzelfde zijn. En dat is belangrijk. Heel wat prominente racisten, zoals Thierry Baudet in Nederland, beroepen zich op dit onderscheid tussen ‘echt’ racisme en cultureel racisme, om zichzelf geen racist te noemen. Ik bekritiseer toch maar gewoon een cultuur, geen ras? Welaan, vriend, rassen bestaan niet, en wat meer is: rassen en volkeren zijn eigenlijk een beetje hetzelfde, alleen is de ene groep wat groter en erkennen we bij de andere groep dat het meer is dan alleen biologie. Maar afstamming is van tel, omwille van de band met de cultuur weetjewel.

 

7. Jean-Jacques Cassiman en Olivia Rutazibwa

Denken dat het soort DNA samenhangt met landsgrenzen is erg simplistisch. Er bestaat een aanleg, maar de verschillen die je ziet tussen individuen zijn niet enkel te wijten aan het DNA, ook aan de omstandigheden waarin dat DNA is terechtgekomen. In het geval van long-distance runners bijvoorbeeld, kan een genetische aanleg ervoor zorgen dat de hoeveelheid van een bepaald type spier of spiervezels die je hebt, meer kans geven om een lange afstandsloper of sprinter te worden. Dat is genetisch bepaald. Maar je mag geen verband leggen met huidskleur of een bepaald land. Het kan zijn dat in een bepaald land zoals Kenia, de proportie mensen met dat soort genen groter is, maar niet in absolute termen. Dit kan niet voorkomen bij een gehele bevolking en kan anderzijds ook voorkomen in andere bevolkingsgroepen. Ons DNA is samengesteld uit meer dan zes miljard bouwstenen, die opgebouwd zijn uit vier elementen. Om de duizend elementen zie je dat er verschillen zijn in DNA-samenstelling. Dat is mooi en interessant. Dat is ook de rijkdom van deze soort en dit op een gereduceerde manier bekijken is heel beperkt. [x]

Tot u spreekt Jean-Jacques Cassiman, geneticus. Hij benadrukt nogmaals dat genetische varianten niet noodzakelijk gebonden zijn aan uiterlijke kenmerken. Maar hij zegt ook nog iets anders dat heel belangrijk is: soms klopt een stereotype een beetje, maar nooit helemaal.

Dat maakt het soms ingewikkeld wanneer mensen zeggen Jamaar dat is niet racistisch, ik zeg toch gewoon de waarheid? Bijvoorbeeld als iemand zegt Natuurlijk wint dat basketballteam, dat zijn allemaal zwarten. De spreker gaat er dan van uit dat mensen met een donkere huidskleur sowieso langer zijn en sowieso beter in basketball. Is het zo dat veel van de bekendste basketballers Afro-Amerikanen zijn? Ja, dat is zo. Zelfs ik ken een handvol basketballers, en dat zijn allemaal boomlange mannen met een donkere huid (en één boomlange blanke vrouw).

Maar – en de maar is echt heel erg belangrijk hier – dat betekent niet dat je dat zomaar kan veralgemenen in de ene (alle goede basketballers zijn boomlange mannen met een donkere huid) noch in de andere (boomlange mannen met een donkere huid zijn sowieso goede basketballers) richting. Er zijn andere factoren die meespelen, bv. dat het Amerikanen zijn, die veel betere globale sponsorcontracten krijgen van sportmerken dan je lokale Oostendse ringheld. Dat voor veel people of color in de V.S. een sport beoefenen je ticket is voor anders veel te duur hoger onderwijs. Dat basketball (et als voetbal in Latijns-Amerika, bijvoorbeeld) een traditionele straatsport is onder bepaalde groepen van de Amerikaanse bevolking, en dat dit deel daardoor ook gewoon al langer beter getraind is omdat het niks anders doet. Etc. Dat heeft dus niks met genetische aanleg en “ras” te maken. Er lijkt een grond van waarheid in te zitten, in zo’n uitspraak, maar dat is niet zo.

 

In hetzelfde artikel wordt ook Olivia Rutazibwa, doctor in de politieke wetenschappen en docent, geïnterviewd. Zij zegt o.a. het volgende:

Racisme kan niet worden losgekoppeld van macht, want anders wordt het een verhaal van goede en slechte mensen. We slagen erin om niet kritisch te zijn voor anderen of onszelf als we denken dat iets met ‘goede intenties’ wordt gedaan, zij het ontwikkeling, democratisering, integratie of andere. We erkennen racisme enkel als mensen ‘slechte intenties’ hebben. Dat maakt het moeilijk om over racisme te spreken, terwijl racisme eerder gaat over grote structuren die ervoor zorgen dat we op bepaalde manieren naar de wereld kijken en maar een beperkt arsenaal aan instrumenten kunnen bedenken om de situatie te verbeteren. Over de macht die bepaalt wie als een autoriteit wordt gezien en de, bewuste of onbewuste framing van nieuwsberichten. Over de macht die zichzelf reproduceert en de status quo veilig stelt. [x]

Rutazibwa herhaalt nogmaals wat we eerder al zagen: het gaat vaak niet over het individu dat racistisch is, maar over het systeem dat lekker doet alsof ras bestaat. Dat systeem werd gevormd door een bepaalde politieke ideologie (en daar zijn we weer bij MLK) en wordt ook in stand gehouden door die ideologie. Daarom is racisme benoemen en aanklagen en doorbreken ook zo moeilijk: het systeem en de mensen aan de top van het systeem, hebben er baat bij dat racisme in stilte bestaat. Dat het niet wordt opgemerkt als racisme.

 

Dat doet me weer terugdenken aan alle vorige zomers (ik wacht nog op de jaarlijkse heropflakkering) waarin er plots druk gedaan moest worden over burkini’s in zwembaden. Zo goed als niemand draagt in België een burkini, ook niet in zwembaden waar het wel mag of in de Noordzee ofzo. Maar één keer per jaar, liefst in de buurt van het bekendmaken van de begrotingstekorten, moet dat ding toch maar weer even bovengehaald worden. En iedereen doet mee: Ze moeten zich aanpassen of teruggaan naar hun eigen land! versus Gelijkheid voor alle vrouwen, moslima’s moeten ook kunnen zwemmen!

Hier is het ding: niet alleen moslima’s dragen bedekkende badkledij. Heel wat mensen kunnen er baat bij hebben, van mensen met huidproblemen of littekens over transmensen die nog niet geopereerd zijn en zich oncomfortabel voelen in hun biologische lichaam tot mensen die net geopereerd zijn en daarom water- of zonresistente stof moeten dragen aan de zee. Om maar te zwijgend van mensen die gewoon niet graag halfnaakt rondwandelen in vol zicht van anderen. En er zijn heel wat soorten bedekkende badkledij in de winkels te vinden, van rokjes en pijpjes tot halve duikerspakken.[x]

Het is een lastige discussie, of islamofobie ook racisme is, maar het komt hier op neer: beschouwen we moslims als een zij op basis van het feit dat ze cultureel, uiterlijk en/of geografisch niet dezelfde wortels hebben als wij? Is er een meerderheidsgroep die dat onderscheid maakt, en die puur op zicht en op basis van een losse collectie van al-dan-niet biologische kenmerken beslist dat deze groep behoort tot een ander ras? Wel: ja. Niemand zeurt over kosher badkledij, modieuze modest swim wear zoals getoond in deze spreads van Elle en Marie-Claire, Sunway UV Protection beach wear voor surfers die liever geen huidkanker krijgen of christenen die zich liever niet onbedekt laten zien.

Wat hebben al deze badkledij die we negeren gemeen met elkaar? Orthodoxe joden, conservatieve Amerikaanse christenen, hippe fashionista’s en Australische surfer chicks zijn – in ons hoofd alleszins – Blank. Met de grote B. Moslims? Not so much. Het zijn bruine lichamen die we gaan censureren, bruine vrouwen die niet mogen dragen wat ze willen…

In de discussie over de burkini gedragen beide kampen zich alsof het gaat over de rechten van moslima’s. En dat is ook zo, maar alleen omdat iedereen mee stapt in het verhaal dat bedekkende badkledij alleen gedragen wordt door moslima’s. En dat is simpelweg niet waar.

Ondertussen hebben we wel weer een gat in de begroting van enkele miljarden gemist, en wie komt dat goed uit? Exact: rich white men. Ik moet beginnen denken dat die Martin Luther King Jr. de domste nog niet was.

 

Rutazibwa zegt ook:

Als je opgroeit in een bepaald omgeving (familie, media, onderwijs…) kan je, ook met een andere huidskleur (ondanks eigen ervaringen en beschikbare informatie) denken dat racisme niet bestaat en dat als iemand zijn best doet die succesvol zal zijn. Als gevolg van de structuur zie je iemand die uitgesloten wordt als iemand die geen inspanning doet. Maar de structuur manifesteert zich onder meer via de acties van individuen, waardoor een groot deel van het antiracistisch denken over ‘afleren’ gaat. En dat is een individueel proces.[x]

Ze herhaalt hier wat we eerder al zagen bij the doll test: racisme is niet alleen iets wat je denkt over een ander, je denkt het ook over jezelf.

Niet alleen de meerderheid is blind voor het racisme in de cultuur waarin je opgevoed wordt, ook de minderheid is dat, want dat is wat je geleerd hebt dat normaal is. En racisme, hebben we ook geleerd, is abnormaal.

 

Ik ga even weer Zwarte Piet boven halen. Enkele jaren geleden had ik er een gesprek over met een 6STW, en in de groep waren verschillende meningen. Eén ervan was een stem die voor mij het meest doorklonk: de stem van E., zelf met roots in Congo, die eigenlijk nooit stil gestaan had bij het idee dat Zwarte Piet racistisch kon zijn, omdat hij was opgevoed met alle noties die wij rond Zwarte Piet hangen. Tot hij de argumenten begon te lezen over hoe zwarte roet van de schouw geen rode lippen creëerde, geen kroeshaar, geen oorbel. Over de geschiedenis van de figuur, de zak en de roe, de link met de duivel… Hij was zowel teleurgesteld als boos: teleurgesteld dat hij zelf niet gemerkt had hoe racistisch het was, en boos dat andere mensen niet op dezelfde set van feiten reageerden met dezelfde conclusie.

Als roomkleurige vrouw in een overwegend roomkleurig land kan ik me niet voorstellen hoe hij zich voelde. Maar zijn verhaal is me bijgebleven. Omdat het zo mooi toonde hoe blind we allemaal zijn voor racisme en racistische cultuuruitingen, als je zelfs een achttienjarige jongeman met een flink stel hersenen kan blind maken voor iets dat een karikatuur is van hem zelf. Maar ook hoeveel pijn hij had.

 

Het artikel gaat verder over hoe je racisme moet aanpakken. Dat is niet het onderwerp van deze post, maar ik wil er wel één zin uitlichten van Cassiman:

[D]e enige manier om het racisme te bestrijden is door mensen te informeren. Ervoor zorgen dat kinderen niet in zo’n concept moeten opgroeien. Als je naar kinderen kijkt, dan zie je dat zij nooit racistisch zijn van nature. Kinderen worden racisten, racisme zit niet in de genen. Competitie, vijandigheid enzovoort, dat zie je wél bij kinderen, maar bij hen is dat nog niet gebaseerd op huidskleur of afstamming. Huidskleur en afstamming worden wel gebruikt om die vijandigheid ten opzichte van anderen te legitimeren, maar dat is iets heel anders. [x]

Mag ik u daarmee laten?

 

 

Meer lezen

KifKif heeft een dossier rond racisme genaamd Racisme Is. het bevat een hele reeks artikels rond racisme, discriminatie en etnisch profileren, met onderzoeksstukken maar ook persoonlijke getuigenissen.

Ook op KifKif vind je een dubbelgesprek met historicus Bruno De Wever en directeur van het Minderhedenforum Wouter Van Bellingen over racisme en discriminatie in België getiteld Ontkenning houdt discriminatie in stand, een interview met filosofe en medeoprichter van de Joodse organisatie Een andere stem Anya Topolski en een stuk van Orlando Vere over de impact van racisme op kinderen.

Eén van mijn favoriete auteurs, journaliste Asha Ten Broeke, schreef een heel aantal stukken over racisme vanuit een intersectioneel perspectief, waarbij ze ook aandacht heeft voor gender, sociaaleconomische klasse en gezondheid. Een van de beste: Nu pas zie ik mijn privilege als wit mens.

Auteur en docent cultuurwetenschappen Ico Maly schreef Vlaanderen en racisme: een structureel probleem voor De Wereld Morgen, een analyse van structureel racisme in de lijn van die van Van Duppen en MLK die ik in de tekst aanhaal. Op dezelfde nieuwssite vind je het artikel terug dat ik saai maar essentieel noemde: Vijf ongemakkelijke waarheden over racisme.

Een mooie aanvulling op de historische aanpak van dit laatste artikel is Rassenonderscheid en gelijkheid komen uit dezelfde koker van historica Marjolein Overmeer op Kennislink.

Twee stukken van filosoof en sociaal werker in Brussel Bleri Lhesi: Racisme heeft niet alleen met kleur en origine te maken, maar ook met klasse en macht (Knack) en Ik ben geen racist maar (zijn eigen blog).

Ook een filosoof, zij het geen professionele: mijn vriend Sim Boels probeert in drie stukken wijs te geraken uit het kluwen rond racisme en zij die racistische dingen denken en doen: Racisme: enkele gezichtspunten; Racisme: enkele gezichtspunten (2) en Racisme (3) een apologie.

Geen filosoof maar een historicus (en mijn broer): Jeroen Verhelst naar aanleiding van een debat tussen Peter De Roover en Dalilla Hermans Het racismedebat: enkele bedenkingen.

Nog twee stukjes in het Nederlands: Racisme is betreurenswaardig en daar blijft het bij, een blogpost van freelance journalist Johan De Crom, en De inflatie van het begrip racisme van De Correspondent-hoofdredacteur Rob Wijnberg. Beiden pleidooien, vanuit een heel andere hoek, om het begrip racisme ernstig te nemen.

Nog een aantal Cracked-artikels, want die zijn beter gestoffeerd en interessanter dan je zou verwachten van een lijstjessite: 5 Reasons It’s Difficult To Explain Racism To Casual Racists; 7 Reasons We’re Quietly Letting Racists Win; en Some Brief, Friendly Advice About Race And Racism.

Dit artikel op de site Salon getiteld 10 ways white people are more racist than they realize focust zich op de specifieke vorm van onbewust racisme die eigen is aan linkse, progressieve mensen; net als Why White Liberals Are So Unwilling to Recognize Their Own Racism van Robin DiAngelo op Slate.

In eenzelfde spoor denkt Mona Chalabi bij The Guardian na over reverse racism: We’re all racist. But racism by white people matters more.

En als uitsmijter een korte maar krachtige: The myth of race, debunked in 3 minutes (Vox).

 

Meer kijken

Enorme aanraders in de reeks Zwijgen is geen optie: de interviews met filosoof en sociaal werker Bleri Lleshi; activiste en schrijfsters Dalilla Hermans; en Rein Antonissen en Yves Kabwe Kazadi, respectievelijk directeur van Vluchtelingennetwerk Vlaanderen en verenigingsmanager van het sociale voetbalproject City Pirates in Antwerpen.

Een kort stukje in het kader van een reeks filmpjes rond kolonisatie van Canvas: Manon Janssen doorbreekt stereotypen en racisme  (Janssen is o.a. coördinatrice van het Afrika Filmfestival).

Een aflevering uit de reeks 18 in 18, waarin een aantal Vlaamse tieners die voor de eerste keer mochten gaan stemmen in 2018 hun licht laten schijnen over het thema racisme en diversiteit: Zonder turken, geen kebab (een waarheid als een West-Vlaamse koe).

Het Grote Racisme Experiment van BNN.

Een korte uiteenzetting voor De Universiteit van Nederland over Letten kinderen op iemands huidskleur of zijn ze “kleurenblind”?

David Pakman maakte voor zijn YouTubekanaal een korte docu over The Truth About Race and IQ.

CrashCourse Sociology #35 gaat over Racial/Ethnic Prejudice & Discrimination. CrashCourse oprichters en auteurs Hank en John Green maakten op hun Vlogbrothers-kanaal een afspeellijst met vlogs over ras en racisme.

AJ+ boog zich over de in de V.S. zeer beladen vraag: Are Arabs ‘White’?

Feministisch vlogger Marina Watanabe maakte voor haar YouTubekanaal een vlog over Why It’s Racist To Be Colorblind, iets wat ik in mijn tekst niet aangeraakt hebt, dus zeker het verder onderzoeken waard.

Zes blanke Amerikanen worden op een rij gezet in de reeks Spectrum van Jubilee en beantwoorden vragen over ras en racisme: Do All White People Think The Same About Race?

ASAP Science maakte i.s.m. Creators For Change een leuke witbordfilmpje over The Science of Racism

En ook hier een leuke uitsmijter: Trevor Noah vertelt over die keer dat zijn kleine broertje aan klasgenootjes moest uitleggen dat hij een veel donkerdere huid heeft dan zijn colored broer. (It’s all Nestlé.)

 

Meer luisteren

Voor de helaas ter ziele gegane podcastreeks Token van The Guardian spraken presentatoren Leah Green en Fred McConneel met Raoul Peck, regisseur van de Orscargenomineerde documentaire I Am Not Your Negro over mensenrechtenactivist James Baldwin, de fragiliteit van de blanke identiteit en de impact van racisme op donkere mannen: The ‘I Am Not Your Negro’ Episode.

Eveneens voor The Guardians las auteur Reni Eddo-Lodge haar eigen tekst Why I’m no longer talking to white people about race voor.

Robert Evans deed voor Behind the Bastards onderzoek naar frenologie, en vond vooral veel racisme in deel 1 en zelfs de oorzaken voor de Rwandese genocide (extra jammer genoeg tijdens de Belgische kolonisatie van dat land) in deel 2.

Advertenties

3 gedachtes over “94. Wat is racisme?

  1. Amai, dat was ‘nen boterham’ Elke; maar zeer interessant! Vooral het stukje over kijken naar een ander en kijken naar jezelf. Zeker weten dat ik jarenlang de ‘underdogpositie’ koos omdat dat nu eenmaal was wat society mij leerde… van ‘ze klapt al goe Nederlands’ op mijn 16e, toen ik met mijn (roomwitte) zus naast mijn (even roomwitte) ma stond, over hele vraaggesprekken in derde persoon (alsof ik niet zelf kon antwoorden, laat staan erbij stond), tot ‘sorry’ zeggen als mensen op míjn tenen stonden of mij voorstaken aan de rij van de kassa… hoe ingebet het in een mens zit dat hij ‘niet hetzelfde’ is.. een ‘geloof’ dat je jaren na de dagelijkse “houd uw bakkes, zwette kloek!” aan de schoolpoort met je meedraagt. Om dan te lezen én eindelijk in je hart te beseffen: “da’s allemaal ni waar hoor!” 🙂 chapeau voor je verhelderende uiteenzetting! Een theorie die ik met mijn verstand allang wist; alleen heeft het mijn hart jaren gekost om het zelf te geloven. Laat ons hopen dat er ooit een toekomst is waarin mensen zich niet meer ‘opdelen’, maar gewoon ‘mens’ zijn…bewoners van aarde. Dat men er niet meer vanuit gaat dat je wel gewoon middelbaar zal gedaan hebben omdat je niet roomwit bent. 🙂

    Liked by 1 persoon

    1. Oh Kimi, bedankt voor je reactie! Heel fijn dat er ook een perspectief bij staat van iemand die niet alleen de theorie kan begrijpen, zoals ik, maar de geleefde ervaring heeft. Niet fijn voor jou, natuurlijk. Ik denk ook dat jouw ervaring ook aantoont hoe diep het geloof in die rassentheorie ingebed zit in onze samenleving. Vooral dat praten “over” iemand die erbij zit, vind ik hemeltergend. En vaak is dat nog ‘goed bedoeld’ ook hé: een compliment dat jij toch goed Nederlands kan, bijvoorbeeld. Dus dan hoort het niet van je boos te maken of iemand er op te wijzen dat dat stiekem toch wel wat racistisch is. Ik worstel er zelf ook mee, omdat ik er ook zo in doordrenkt ben. Maar ik denk dat de gesprekken die we daar nu publiekelijk en in onze scholen over voeren cruciaal zijn, zodat onze volgende generaties op een betere manier naar elkaar en vooral naar zichzelf leren kijken.

      Like

  2. Ik kreeg via Facebook volgende reactie:
    “Typisch marxistische interpretatie, enkel de factor sociale rechtvaardigheid – het economische- is echt. Cultuur ed is ook maar een verzinsel en het zuivere aanvaarden van het bestaan van cultuur nijgt al naar racisme…als dit stuk gebruikt wordt in een godsdienstles moet het wel gekaderd worden als niet neutraal. van een aantal (extreem) linkse ideeën. Wat van een organisatie als Kifkif niet hoeftvte verbazen.” [sic]

    Omdat ik me kan voorstellen dat andere lezers dezelfde instinctieve reactie hebben, wil ik daar dan eventjes verder op in gaan.

    De reden waarom de tekst vertrekt vanuit het idee dat “alleen cultuur echt is”, is omdat het vervolg is op een tekst over de geschiedenis van de rassenleer, waarin duidelijk aangetoond wordt dat die gebaseerd is op culturele associaties en niet op wetenschappelijke criteria. (De implicatie dat mijn tekst, of de bronnen die ik gebruik of waar ik naar verwijs, zouden impliceren of expliciet stellen dat “zeggen dat cultuur bestaat zelf al naar racisme neigt” is op zijn minst een straw man.) De “rechtse” (als je ze zo wil noemen) bronnen die ik las, vertrokken altijd vanuit het idee dat ras een biologisch feit is, en die waren dus onbruikbaar voor mijn onderzoek wegens niet gebaseerd in wetenschappelijke categorieën. Zou een beetje zijn als onderzoek doen naar de Holocaust en daarvoor ook teksten van Robert Faurisson gebruiken; of iets schrijven over depressie en daar Galenus’ theorie van de humores bij betrekken.

    Maar als iemand mij bronnen kan bezorgen die vertrekken vanuit wetenschappelijke feiten en toch iets anders zeggen dan de ruime waaier aan visies die in de tekst verzameld zijn, ben ik natuurlijk heel erg geïnteresseerd. Overigens, als een zijnoot, vind ik het een beetje raar dat de commentator alleen “marxistische” en “extreem-linkse” bronnen ziet, in een lijst waarin hegeliaan Kwame Anthony Appiah, de bij mijn weten politiek niet uitgesproken geneticus Cassiman en het woordenboek evenveel gewicht krijgen als marxist Dirk van Duppen en liberaal-socialist Martin Luther King Jr.. Dat iemand geïnterviewd wordt door een politiek links of sociaal liberaal medium, betekent niet dat die persoon zelf dan “extreem links” zou zijn.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s