85. Wat is secularisme (allemaal) (niet)?

Huwelijksfoto's (13)

 

De laatste dagen was het weer een buzzword van jewelste: secularisatie, secularisme, de seculiere staat. Met dank aan Bleri Lleshi en barones Mia Doornaert. Die laatste zou weleens het nieuwe hoofd kunnen worden van het Vlaams Fonds voor de Letteren, en die eerste had zoiets van: Ah nee, dan ben ik weg. De reden?

De lage racistische en islamofobe opinies die Doornaert de wereld instuurt stroken niet met mijn literair engagement. Ik kan en wil niet deel zijn van een organisatie met iemand zoals Doornaert als voorzitter. [x]

Dat was de Facebook post van Lleshi die op 16 juli de bal aan het rollen bracht.

Ik wil heel graag die aantijging onder het licht houden, omdat ik het eerder al over islamofobie had op mijn blog en over barones Mia Doornaert, maar daarvoor moet ik eerst een paar andere termen uitleggen.

Secularisme, bijvoorbeeld, het concept waarmee Doornaert zichzelf zal verdedigen (zoals ze in het verleden al deed) tegen aantijgingen van islamofobie en xenofobie. Maar… wat is dat nu precies?

De term secularisme bestaat nog niet zo lang. Ze werd voor het eerst gebruikt door krantenredacteur George Holyoake in 1851 (1).

Het woord verwijst naar het Latijnse seculaeris, wat ‘het wereldse’ betekent of ‘het tijdelijke’. Die uitdrukkingen verwijzen naar het religieuze onderscheid dat in de abrahamitische tradities gemaakt wordt tussen onze tijdelijke wereld hier en nu, en de eeuwige wereld na de dood of na het einde van de tijd, die goddelijk is. Om onze wereld zo goed mogelijk te ordenen, baseren we onze wetten best op die eeuwige wetten van die goddelijke wereld na de dood. Abrahamitische tradities kijken daarvoor naar hun heilige teksten (de Tenach, de Bijbel en de Qur’an) en halen daar dan wetten en regels uit. Op die manier wordt het tijdelijke toch meer zoals het eeuwige.

Secularisme pleit ervoor om een onderscheid te maken tussen het tijdelijke, en dat eeuwige, vanuit het idee dat dat eeuwige niet voor iedereen hetzelfde is (Holyoake zelf geloofde niet in een godheid, en noemde zichzelf een agnost). M.a.w. secularisme betekent dat je een absolute scheiding hebt van politiek en religie.

 

De scheiding van kerk en staat is een belangrijk principe in veel westerse landen. Het betekent dat de religieuze en wereldse macht niet in dezelfde handen liggen, en dat ze geen invloed uitoefenen op elkaar. In de praktijk zijn er verschillende vormen, van een staatsgodsdienst zoals in een aantal Scandinavische landen tot een absoluut verbod op inmenging tussen beiden. België zit ergens tussen, zoals ik eerder al uitlegde, met een aantal erkende religies die ook subsidies krijgen om hun eredienst te organiseren en die ingericht worden als vak op openbare scholen. Dit systeem heet ‘onderlinge onafhankelijkheid’: op zich is de staat neutraal t.o.v. de godsdiensten en de godsdiensten hebben geen politieke macht, maar in de praktijk zijn de godsdiensten wel afhankelijk van de staat voor hun functioneren en is de staat afhankelijk van religieuze instellingen voor het organiseren van onderwijs, gezondheidszorg, toerisme, etc… In tegenstelling tot de godsdienstvrijheid is de scheiding van kerk en staat niet expliciet vermeld in de Belgische grondwet.

 

Secularisme is een manier om die scheiding van kerk en staat te organiseren waarbij inmenging absoluut vermeden wordt: de staat moeit zich helemaal niet met religies, tenzij ze de wetten overschrijden (denk aan de discussies over onverdoofd slachten), en omgekeerd mengen religies zich absoluut niet met politiek. De meest extreme vorm daarvan is de Franse laicité waarbij zelfs de publieke ruimte helemaal vrij moet zijn van religieuze tekenen. Religie is dan iets absoluut privé.

Dat Frankrijk het land is met de meest extreme vorm van scheiding van kerk en staat hoeft niet te verbazen: het idee is daar immers ontstaan. Tijdens de Franse Revolutie was secularisatie (het onteigenen van kerkelijke bezittingen door de staat, bv. kerken  en kunstwerken maar ook de eigendommen van priesters) een belangrijk wapen in de emancipatiestrijd van de Franse burgers. De katholieke Kerk was heel erg verweven met de monarchie, en had het oor van de koning. De koning omver werpen betekende dus ook de katholieke Kerk met wortels en al uitrukken, en omgekeerd. (Hetzelfde zag je trouwens gebeuren in Turkije, waar Atatürk een sterk seculiere staat uitbouwde als reactie op de verstrengeling tussen politiek en religie in het Ottomaanse Rijk.)

 

Hoewel Belgen hun land vaak omschrijven als seculier, is het dat dus niet. Maar we zijn wel bezig aan een voortschrijdend proces van secularisatie: veel van de discussies die we voeren rond levensbeschouwingen hebben te maken met hun verhouding tot de staat en de publieke ruimte. Denk bijvoorbeeld aan het burqini-verbod in openbare zwembaden, de vraag of je een hoofddoek of keppeltje mag dragen als ambtenaar of politicus, of de discussie over kerststalletjes in gemeentehuizen. Dat lijken onnozele dingen, maar eigenlijk gaan ze over de vraag: hoe richten wij onze scheiding van kerk en staat in? Willen we een seculier land zijn, of zijn we tevreden met die situatie van ‘wederzijdse onafhankelijkheid’?

Een factor daarin is ook dat Belgen sinds de jaren ’50 heel sterk aan het seculariseren zijn geslagen: secularisering wil zeggen dat levensbeschouwing almaar minder belangrijk begint te worden voor ons, in onze samenleving maar ook op persoonlijk vlak. Mensen gaan minder gemakkelijk naar de kerk, laten hun kinderen minder dopen, kiezen steeds minder voor kerkelijke begrafenissen en huwelijken, etc… ‘Slechts’ 65% van de Belgen noemt zich christen. Tegelijk zie je de opkomst van vrijzinnig humanisme en seculier (niet-religieus) humanisme in het levensbeschouwelijke landschap. Het houdt steek dat een bevolking voor wie religie niet zo’n belangrijke rol meer speelt in het dagelijkse leven, geen overheid zal tolereren die haar gelovige dingen oplegt.

En ook immigratie speelt hier een rol in: de tijd dat België een christelijk land was met een kleine joodse bevolking is al lang voorbij. We tellen nu 1.2 miljoen inwoners met een niet-Belgische nationaliteit, en nog veel meer ‘Nieuwe Belgen’: Belgen met een migratieachtergrond, hetzij zelf genaturaliseerd hetzij via ouders en grootouders. Er zijn ca. 600.000 moslims in België, een groep die almaar toeneemt, maar ook hindoes, Sikhs, boeddhisten, Jain en beoefenaars van vôdou, shintoïsme en confucianisme. Om over de grote diversiteit onder die christenen zelf nog maar te zwijgen. In zo’n divers land is het niet meer dan normaal dat de overheid neutraal is en zich niet uitspreekt over de religie van haar inwoners, toch als ze die grondwet met haar godsdienstvrijheid en haar gelijkheidsbeginsel wil respecteren.

 

Secularisme heeft dus heel wat voordelen op andere vormen van scheiding van kerk en staat. Het is

  • democratischer, want de politieke keuzes van de bevolking kunnen niet beïnvloed worden door een religieuze groep (als je een staatskerk hebt, bijvoorbeeld, dan hebben vertegenwoordigers daarvan vaak ook een zitje in het parlement);
  • gelijker, want je kan niet meer of minder rechten hebben op basis van je religieuze overtuiging (in België hebben leden van de erkende godsdiensten meer rechten dan andere burgers);
  • vrijer, want je kan zelf bepalen of je met religie in contact wil komen en welke;
  • homogener, want omdat burgers niet vanuit een politiek oogpunt in levensbeschouwelijke vakjes gestoken worden, worden ze meer aangesproken als burgers en dus als elkaars gelijken.

 

Maar er zijn ook gevaren, zeker als we in de richting van laïciteit gaan:

  • Secularisme wekt de indruk dat de overheid neutraal is, d.w.z. zelf vrij is van levensbeschouwelijke ideeën, en dat is niet waar. De overheid wordt gerund door politici, die verkozen worden door het volk. Dat volk heeft normen en waarden, een groot deel van hen gedeeld met de rest van de gemeenschap. Die normen en waarden worden door politici ook gebruikt om stemmen te winnen: kies voor mij want ik deel jouw normen en waarden en zal er voor zorgen dat er wetten gestemd worden die daar mee overeen komen. Denk aan discussie als abortus, euthanasie of het homohuwelijk. België is een ontzettend liberaal land met een voor zijn tijd zeer liberale grondwet. D.w.z. dat Belgen heel veel burgerrechten hebben en heel vrij zijn. Maar die vrijheid wordt niet altijd meteen in wet omgezet: waarom zijn vrouwen niet vrij om te doen met hun lichaam wat ze willen? Waarom mag ik niet vrij voor mijn eigen levenseinde kiezen? Waarom mag ik niet vrij kiezen met welke partner(s) ik mijn leven wil doorbrengen? Puur op basis van de grondwet was er nooit een reden om Belgische burgers die vrije keuzes te ontzeggen. Het waren de waarden van de verkozenen, de waarden van het volk dat die verkozenen op hun stoeltjes zetten, die zo’n wetgeving tegenhield en uiteindelijk ook wel mogelijk maakte.
  • Secularisme is vooral heel gemakkelijk voor seculiere humanisten. Humanisme (zowel religieus, niet-religieus als vrijzinnig) stelt de vrijheid en de autonomie van de mens centraal. Alle andere levensbeschouwelijke principes volgen daaruit. Toevallig (of niet) zijn die principes ook de liberale principes waar westerse democratieën rond opgebouwd zijn: de verlichtingsidealen van vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid, solidariteit, vriendschap, liefdadigheid, eenheid… Het is dus een beetje ironisch dat de groep die het meest actief pleit voor het verwijderend van levensbeschouwing uit de publieke ruimte, zelf zijn levensbeschouwing helemaal mag beleven zonder censuur omdat dat nu eenmaal hun levensbeschouwing is. De vraag is dus of we op deze manier niet van seculier humanisme de staatslevensbeschouwing maken, en dus opnieuw weg bewegen van secularisme.
  • Secularisme gaat ook voorbij aan wat levensbeschouwing eigenlijk is: het is onze visie op onszelf, de wereld rond ons en onze plaats in die wereld. Die visie inspireert wie we zijn en wat we doen. Je kan die niet zomaar losmaken uit het geheel van ons gedrag. Laïciteit in het bijzonder verwacht dat levensbeschouwing strikt privé kan zijn, iets dat onzichtbaar is in de publieke ruimte. Maar dat is volstrekt onmogelijk. Zoals Kwame Anthony Appiah zo mooi uitlegt, is het onnatuurlijk om een onderscheid te maken tussen wie een persoon is, wat een persoon gelooft en hoe een persoon zich gedraagt. Een voorbeeld: als ik oprecht geloof dat dieren bewuste wezens zijn die met respect moeten behandeld worden en die dezelfde rechten moeten hebben als mensen, dan ga ik ze niet opeten. En ik kan dan niet, gewoon omdat ik in de publieke ruimte ben, plots wel vlees gaan eten. Als ik oprecht geloof dat elk mensenleven evenveel waard is en je niet mag discrimineren, dan zal ik dat ook zelf proberen te vermijden. En ik kan dan niet, gewoon omdat ik in de publieke ruimte ben, de toegang ontzeggen aan een café waar ik werk omdat mijn baas iets tegen homo’s heeft. Dan sta ik voor een moreel dilemma, en de kans is groot dat ik ander werk ga zoeken want dat druist niet alleen in tegen wat ik geloof maar wie ik ben. Als ik oprecht geloof dat een samenleving best cultureel homogeen is, dat mensen best allemaal dezelfde taal spreken en dezelfde dingen geloven, dan zal ik stemmen op een partij die belooft de samenleving zo in te richten. En dan zal ik niet, gewoon omdat ik in de publieke ruimte ben, plots aanvaarden dat iemand mij naroept omdat ik in een wijk wandel waar veel conservatieve joden wonen zonder een keppeltje te dragen. M.a.w. mijn gedrag in de publieke ruimte wordt weldegelijk beïnvloed door mijn private overtuigingen.
  • De vraag is ook of religie volledig bannen uit de publieke ruimte radicalisering niet extra in de hand werkt: als je niet meer geconfronteerd wordt met andere visies dan de jouwe, word je dan niet automatisch versterkt in je eigen denken?

 

Secularisme, het verlangen om de scheiding van kerk en staat zo absoluut mogelijk te maken, is dus een ideologie die heel bevrijdend en emancipatorisch kan werken. Het kan een land democratischer maken en burgers vrijer. Maar secularisme moet altijd hand in hand gaan met nadenken over welke rol je levensbeschouwing kan en moet geven in de samenleving, en in de publieke ruimte.

 

(1) Een interessante opmerking bij Holyoake, vind ik zelf, is dat hij ook de term jingoïsme uitvond. Daarmee bedoelde hij een heel agressieve vorm van nationalisme, die in plaats van diplomatieke relaties met andere landen (waarbij de focus ligt op overleg en wederzijdse afspraken) zichzelf probeert te beschermen tegen inmengingen van andere landen door te dreigen met geweld. Klinkt dat als iemand die we kennen?

 

Verder nadenken:

Antropologe Chelsea Shields spreekt over de discrepantie tussen wat we geloven in ons seculier en religieus leven, en dat zij feministische idealen nastreefde in de publieke ruimte en op politiek vlak terwijl ze tegelijk lid was van een heel strikte, conservatieve Mormoonse gemeenschap waarin ze er nooit aan dacht om die ideeën over ongelijkheid tussen mannen en vrouwen na te streven in haar eigen religie. Je kan haar TED-Talk hier vinden. Een extra vraag is dus: welke impact heeft secularisme op de evolutie van religies? Is de kans groter of kleiner dat er emancipatorische bewegingen ontstaan in levensbeschouwelijke gemeenschappen als ze volledig afgesloten van de publieke ruimte ontstaan?

Atheïstisch filosoof Alain de Botton pleit voor een seculiere spiritualiteit. Hij denkt na over wat atheïsme kan betekenen, hoe religieuze ideeën ook voor niet-gelovigen zinvol kunnen zijn, op welke menselijke noden religies een antwoord bieden en hoe in een seculier humanistische context toch aan die noden tegemoet gekomen kan worden. Hij vindt immers dat we op een zeer slechte manier geseculariseerd zijn. Je kan zijn TED-Talk hierover bekijken, of zijn schitterende boek lezen.  Een extra vraag is dus: in plaats van onszelf te verdelen in gelovig en niet-gelovig, kunnen we onszelf verbinden in praktische vormen van spiritualiteit? En mag die spiritualiteit, als ze effectief zoals de Botton beweert een menselijke nood is, dan wel in de publieke ruimte – ook als ze religieuze wortels heeft?

In deze aflevering van zijn HBO-show Last Week Tonight heeft John Oliver het over crisisopvang voor zwangere vrouwen, en de centra die daarrond ontstaan. Het is een hele industrie, en een deel van die industrie is gedreven door religieuze privé-initiatieven die vooral proberen om vrouwen een abortus uit het hoofd te praten. De context is natuurlijk heel erg V.S., maar het draagt ook enkele vragen rond secularisme aan: als we teveel rekenen op religieuze instellingen (zoals we in België bijvoorbeeld doen) om gezondheidszorg te voorzien, kunnen we die instellingen dan verbieden om te handelen op religieuze gronden? Kan je een verpleegster verplichten om abortus te vermelden als optie als dit tegen haar geweten in gaat? Kan je een dokter verplichten om euthanasie te voorzien? (De Belgische wetgever schrijft in zo’n gevallen doorverwijzingen voor, maar is dat ideaal?) Is de meerkost van grotere investeringen in openbare gezondheidszorg te rechtvaardigen als het ons minder afhankelijk maakt van religieuze instellingen die misschien niet de onze zijn? (Want, dat vergeten we soms wel eens: secularisme is duur en vergt een grotere overheid.)

In Ijsland werd recent een wet voorgelegd die jongensbesnijdenis verbiedt, in navolging van een eerder gestemde ban op meisjesbesnijdenis. Daar was heel wat controverse rond: wat met joden en moslims, die in hun heilige teksten als voorschrift hebben staan dat ze besneden moeten zijn? Maak je het mensen niet onmogelijk hun religieuze identiteit ten volle te beleven door deze wet? Misschien dwing je zo mensen om het zelf te gaan doen, zonder medische zorgen? Anderzijds is het argument dat een medische procedure altijd moet afgewogen worden ten opzichte van het risico, en besnijdenis is een ingrijpende medische procedure waar wel wat risico’s aan verbonden zijn.  Hoe bescherm je godsdienstvrijheid in een seculiere staat? Waar ligt de grens? En, niet onbelangrijk: in welke mate is dit soort wetgeving bedoeld om één specifieke religieuze groep te viseren? Daarnaast grenst de discussie ook aan de vraag hoeveel zeggenschap ouders (mogen) hebben over het lichaam van hun kind, en hoeveel dokters mogen ingaan tegen de wensen van ouders. En het gaat ook over zelfbeschikking: mag ik dan als zestienjarige jongen daar wel voor kiezen? Als achttienjarige? Als dertigjarige? Wanneer weegt het risico van de ingreep niet meer op tegen de inbreuk op mijn zelfbeschikking? Het is in IJsland immers wel legaal om seks te hebben vanaf je vijftiende, waarmee je ook lekker veel schade aan je lichaam kan berokkenen… (En ook: wat doe je met louter cosmetische ingrepen?)

Binnen de Europese Unie mag je als werkgever een moslima ontslaan omdat ze een hijab draagt. Uiterlijke religieuze tekenen zijn dus geen beschermde klasse. (Let wel: je mag ze niet ontslaan omdat ze moslima IS, alleen omdat ze het TOONT.) Dat lijkt op zich niet onlogisch: als je in een racistisch dorp woont, dan zal je wellicht klanten verliezen door zo’n gesluierde dame, hoe vriendelijk en competent ze ook is, achter de toonbank van je bakkerij. Maar dat roept toch ook wat vragen op: religie is een beschermde klasse, maar religieuze tekenen niet. Wat doe je met geaardheid? Wat als je wil dat iemand z’n trouwring met z’n hole-partner niet draagt in de winkel en die weigert – is dat dan grond tot ontslag? Wat als je iemand wil ontslaan niet omdat die persoon transgender is maar omdat ze zich kleedt als vrouw terwijl haar lichaam en identiteit nog mannelijk zijn? Vanaf wanneer begint die uiterlijkheid? En is het wel zo gemakkelijk om religie en religieuze tekenen van elkaar te onderscheiden als het lijkt? Als jij oprecht gelooft dat dit belangrijk is, ben je dan nog wel jood zoals je jood wil zijn als men je verbiedt om je haren te bedekken of je benen?

Wat doe je met religieuze feesten die iedereen graag viert, niet omdat ze meteen geloven in die religie maar omdat ze dat nu eenmaal gewoon zijn? Bv. wat doe je met kerstmis? Vox wijdde er dit artikel aan.

In ‘Boerenkinkels’ reageert Jeroen Verhelst op de saga met de conservatieve jood op de Antwerpse CD&V-kieslijst. En de vraag is: moet niet iedereen vertegenwoordigd zijn of vertegenwoordigd kunnen worden in onze samenleving, ook als ze gelovig zijn of dingen geloven die we misschien als samenleving wat achterhaald vinden? En is een partij die openlijk religieus geïnspireerd is dan niet de plaats waar zo iemand thuis hoort? Of, als we die doorgedreven laïciteit willen, gaan we dan mensen verbieden die zich politiek kandidaat stellen om ook maar iets over hun levensbeschouwing te zeggen? Hoe kan je als kiezer dan weten waarvoor je kiest?

 

Meer lezen:

‘De sharia staat wel boven de wet’ (Jonas Slaats, Knack)

‘Geloven doe je met je hart: Scheiding tussen kerk en staat voelt soms aan als scheiding tussen hart en hoofd’ (Tom Garcia, Knack)

Iedereen gelijk voor de wet? (Jonas Slaats, KifKif)

Interview met Mehmet Saygin over zijn boek “La laïcité dans l’ordre constitutionnel belge” (Ciham Boukkalkoul, KifKif)

‘Strikte neutraliteit is ware solidariteit’ (Jurgen Slembrouck, Knack)

The World’s Newest Major Religion: None. (Gabe Bullard, National Geographic)

‘Wie wil er nu in godsnaam leven in een neutrale samenleving?’ (Maurits Vande Reyde (voorzitter Jong VLD), Knack)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s