75. Stuurt het Offerfeest echt de eerste schooldag in de war?

Offerfeest

Meestal komt een blogpost in deze duistere hoek van het internet als volgt tot stand: een leerling stelt een vraag in de les, tijdens het voorbereiden van een cursus struikel ik over een begrip dat ik zelf moet researchen, ik wil achtergrondinfo voorzien voor nieuwsgierige leerlingen… De eerste fase is een concept uitdenken: een vraag waarrond ik mijn informatie kan verzamelen. Dan is het lezen, lezen, lezen, chocomelk drinken en meer lezen. En dan wordt er geschreven, en check ik al mijn bronnen dubbel (of driedubbel).

Maar af en toe gebeurt het zo: een zielsverwant stuurt mij een artikel, en in mij ontwaakt een soort kruisvaarderachtig rechtvaardigheidsgevoel dat schreeuwt Maar dit is simpelweg niet waar! Zo gebeurde laatst toen ik struikelde over een interview met Maarten Boudry, en zo gebeurde zonet met dit artikel uit Het Laatste Nieuws: Offerfeest stuurt eerste schooldag in de war.

En mijn eerste reactie was: Maar dit is simpelweg niet waar! Sta me toe mijzelf nader te verklaren.

Over het Offerfeest schreef ik al eerder: het is één van de twee belangrijkste feesten in de islamitische kalender. Je kan het vergelijken met wat Pasen betekent voor christenen: een hoogdag, de enige feestdag die je als gelovige werkelijk moet respecteren, want ze bevat de essentie van jouw geloof. Voor Pasen is dat hoop, geloof, verrijzenis, leven na de dood. Voor het Offerfeest is dat solidariteit, samenhorigheid, onderwerping, vertrouwen in God.

Dat Offerfeest is dus geen Pinkstermaandag, geen Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart of Onze-Lieve-Heer-Hemelvaart, geen Allerzielen, geen tweede kerstdag, zelfs geen Kerstmis: het is een essentieel moment in de religieuze praktijk van moslims.

Dat is belangrijk voor wat volgt.

 

Even uitzoomen: België is een seculier land, met een scheiding van kerk en staat. Althans: op papier. In de praktijk valt dat tegen, met erkende godsdiensten die overheidsgeld krijgen voor het onderhouden van religieuze gebouwen, het aanbieden van religieus onderwijs in gemeenschapsscholen en het uitkeren van een loon voor de bedienaar van de eredienst; maar ook voor katholieke ziekenhuizen en joodse scholen. Dat gaat in tegen het principe van die scheiding op verschillende manieren: om te beginnen bepaalt de overheid welke godsdiensten wel zo’n subsidies krijgen, en welke niet. Er zijn criteria (minstens 10 gemeenschappen en 25.000 gelovigen) maar die zijn arbitrair:  de Getuigen van Jehova, die niet vallen onder de koepel van de protestantse kerken, zijn weldegelijk met 25.000 maar krijgen geen centjes want de overheid beschouwt hen als een sekte en er leven 10.000 Sikhs in België, maar die tellen niet mee, en moeten zelf hun boontjes doppen,. Ondertussen heeft de Angelicaanse Kerk, eveneens zo’n 10.000 zieltjes sterk, wel een erkenning binnen.

 

En nog zo’n problematische band tussen overheid en religie zijn onze feestdagen. België heeft tien wettelijke feestdagen, dagen die een algemene verlofdag zijn voor alle werknemers. Zes daarvan zijn christelijke feesten (Paasmaandag, OLH Hemelvaart, Pinkstermaandag, OLV Hemelvaart, Allerheiligen en Kerstmis), één daarvan is zelfs exclusief katholiek (want alleen in de katholieke Kerk is Maria heilig). Daarenboven krijgen ambtenaren er nog vier gratis dagen bij: daarvan zijn er twee christelijke feesten nl. Allerzielen en tweede kerstdag.

Op zich is dat niet zinloos: als je burgers allemaal of zelfs sterk overwegend praktiserende christenen zijn, dan zou het wel eens kunnen dat ze massaal vrij willen nemen op belangrijke feestdagen. Beter dan om op voorhand al te zeggen: die dag ben je vrij.

 

Maar is België nog een christelijk land? In 2010 gaf een studie van Pew aan dat 64% van de Belgen zichzelf beschouwen als christenen [x]. 62% van alle Belgen zegt expliciet katholiek te zijn. En toch hebben katholieken 90% van de Vlaamse subsidies voor godsdiensten in handen, en 70% van de wettelijke feestdagen. In een Eurobarometer poll  in datzelfde jaar gaven 37% van de Belgen aan dat ze geloofden in een God, 31% in een soort van geest of levenskracht, en 27% in helemaal niks (dat betekent, voor wie een beetje kan rekenen, dat heel veel van die katholieken niet in God geloven) [x]. En toch krijgen al die goddelozen weldegelijk 6 (of 8) dagen vrij per jaar om een God te vieren en te danken en te loven waar ze niet in geloven.

 

Dus laten we dat even samenvatten: een kleine 60% van de Belgen noemt zichzelf katholiek (maar niet ieder van hen gelooft in God en nog minder van hen gaan ook nog naar de kerk [x]), en desondanks wordt het land door een seculiere overheid die zich in principe niet zou mogen moeien met religie en vrij zou moeten zijn van de invloed van (één specifieke) religie nog steeds georganiseerd alsof 90% van het land praktiserende katholieken zijn.

Dat is maf.

 

En daar komen de vrijstellingen voor leerlingen voor feesten van de erkende levensbeschouwingen bovendrijven: het is maf, omdat 40% van onze inwoners niet katholiek is, en belangrijke feesten viert op andere dagen. Zoals de moslims, met hun allerbelangrijkste feest van het jaar: het Offerfeest. Of de joden, die totaal andere feesten vieren dan christenen maar die wel soms een klein beetje overlappen met elkaar. Of de 10.000 Sikhs, die hun Guru Nanak Gurpurab moeten vieren op een werkdag.

En aangezien die feesten belangrijk zijn, zoals Pasen belangrijk is, houden ouders hun kinderen op die dagen dus vaak thuis. Uit dezelfde noodzaak waaruit onze overwegend christelijke lijst van 10 (of 14) wettelijke feestdagen ontstond, ontstond dus de lijst van religieuze feesten waarvoor leerlingen van een erkende levensbeschouwing een vrijkaartje krijgen. Verliezers zijn de vrijzinnigen, die geen religieuze feestdagen hebben. Ook geen extra dagen voor de anglicanen, katholieken en protestanten: hun feesten zijn immers al opgenomen in de jaarkalender. Wanneer de orthodoxe jaarkalender afwijkt van de andere christelijke kalenders, dan krijgen die orthodoxe christenen drie dagen extra: Paasmaandag, OLH Hemelvaart en Pinkstermaandag. Winnaars zijn de joodse kindjes, met vijftien dagen extra. De moslims, met hun twee extra dagen, doen het dus slechter dan de orthodoxe leerlingen in de wie moet minst naar school-race.

 

En dat brengt ons bij 1 september 2017. Omdat de islamitische kalender een maankalender is (al ca. 1400 jaar ondertussen), vallen de feestdagen elk jaar op een ander moment. Zo valt ramadan knal in de proefwerken dit jaar, altijd een feest voor leerlingen die het belangrijk vinden om door te vasten (ook al hoeft dat niet noodzakelijk), maar dat is niet elk jaar zo. En dit jaar valt het Offerfeest op 1 september.

1 september is ook nog eens een vrijdag. Dat is altijd een beetje moeilijk: heel wat ouders zijn geneigd de vakantie dan toch nog eventjes te rekken, tot de maandag erop. In het artikel wordt dit benoemd als luxeverzuim. Heel wat scholen zien dus nu al hun start rommelig verlopen, en denken na over een oplossing.

 

Is dat de fout van het Offerfeest? De kop van het artikel lijkt dat te impliceren: Offerfeest stuurt eerste schooldag in de war. Alsof het Offerfeest daar actief iets mee te maken heeft. Alsof de moslimgemeenschap daar actief iets mee te maken heeft. Nope: het is onze Belgische overheid die daar actief iets mee te maken heeft.

Dus waarom leest de kop niet gewoon: Belgische overheid stuurt eerste schooldag in de war? Of misschien net beter: Slechte Belgische wetgeving stuurt eerste schooldag in de war?

Wel… misschien zit de clou wel in de foto die onder die kop staat: een man met een bebloed schort die een schaap vasthoudt. Stel je nu eens voor dat je bij artikels over Kerstmis foto’s zou zien staan van geslachte kalkoenen, of bij Pasen van de karkassen van lammetjes? Zou maf zijn, toch? Niet dat dat offeren van dat schaap niet belangrijk is voor het feest, tuurlijk wel: maar gaat het artikel daarover? Waarom staat er geen foto van vrolijke kindjes die de schoolpoort binnenwandelen (het gaat tenslotte over de eerste schooldag) of van de geïnterviewden in het artikel? Waarom geen foto van Hilde Crevits, de betrokken minister, of van een lege speelplaats? Waarom geen foto van een islamitisch gezin dat gezellig samen een maaltijd deelt van geofferd schaap, of van mensen die in de moskee het gebed in de ochtend verrichten? Hierom.

 

Moslims zijn met ruwweg 600.000 in België. Dat is 5,2% van de bevolking. Als je moslim bent en op school zit, dan krijg je twee extra dagen waarop je niet hoeft te komen. Eén daarvan is een absolute hoogdag, een dag van gebed, bezinning, ritueel, offer, solidariteit, dankbaarheid. We misgunnen hen dat, want wij krijgen die dag niet.

Maar in plaats van onze pijlen te richten op die kleine minderheid in onze samenleving waarvan wij vinden dat ze meer krijgen dan wij, moeten we misschien eens eerlijk benoemen, zonder politiek correct te willen zijn, wiens fout dat is: de Belgische staat, die nog steeds leeft in de jaren 1970 en enthousiast doet alsof we een katholiek land zijn. Dat zijn we niet: we zijn een seculiere staat met scheiding van kerk en overheid, en het wordt tijd dat we dat eindelijk eens ernstig beginnen nemen.

 

Bonusronde:

  • De kop gaat verder katholiek onderwijs wil schooljaar pas op 4 september laten starten, maar verder in het artikel blijkt Raymonda Verdyck  van het GO! ook open te staan om een gesprek te hebben rond die mogelijkheid. Jacky Goris van de Scholengroep Brussel (onderdeel van datzelfde GO!) stelde een pedagogische studiedag voor op 1 september. [x] Dus waarom staat er in de titel alleen katholiek onderwijs? Zou het kunnen zijn voor maximaal effect: wij katholieken moeten weer buigen voor de wil van de moslims, ons aan hen aanpassen in plaats van omgekeerd?
  • Het gebruik van de term “de zogenaamde concentratiescholen” is manipulatief: mensen denken daarbij meteen aan scholen met 90% bruine snoetjes. Dat is fout: een concentratieschool is een school waar het publiek overwegend heterogeen is, bv. allemaal meisjes, allemaal witte kindjes, allemaal hele rijke kindjes. Eén groep kindjes zit geconcentreerd bij elkaar, m.a.w.. Beter zou geweest zijn mocht het artikel gesproken hebben over levensbeschouwelijk diverse scholen.
  •  “De meesten leggen voor de Paasvakantie de planning vast voor het volgende schooljaar, maar het Offerfeest doorkruist de normale gang van zaken.” Katholiek Onderwijs Vlaanderen was hier al mee bezig in oktober 2016 [x].
  • “In sommige Brusselse scholen is meer dan negentig procent van de leerlingen moslim.” Dat kan best zijn, Jens Vancaeneghem van Het Nieuwsblad, maar hier is het probleem: ik moet jouw woord geloven. En gezien de toon van je stukje, en de valse omkadering die je aan je verhaal geeft, ben ik eerder geneigd te denken dat die school met 90% moslims wellicht vooral in jouw dromen bestaat. Ik heb alleszins niks gevonden wat die cijfers bevestigt.
  • Dixit Koen Daniëls van NV-A: “Alle speelpleinen en kampen zijn gepland. En daar zit 1 september niet bij.” Ik wil al die ouders wel eens ontmoeten, die hun kind op 31 augustus nog op kamp hebben zitten. Lijkt me heel straf. Al zou het veel verklaren voor hoe de start van zo’n schooljaar normaal gezien sowieso loopt: luid, en rommelig.
Advertenties

Een gedachte over “75. Stuurt het Offerfeest echt de eerste schooldag in de war?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s