89. Waarom zouden Belgische Syriëgangers best (niet) naar huis komen?

syrië

Een ontheemde Syrische jongen in het kamp al-Hol in Koerdistan, februari 2019. (c) Fadel Senna

Het is een debat dat hevig woedt in bepaalde hoeken van onze maatschappij, maar vreemd genoeg niet de centrale plaats in onze berichtgeving krijgt die het verdient: ca. 422 Belgen ondernamen een poging om naar Syrië te gaan. Naar schatting 413 van hen geraakten ook effectief tot in Syrië of Irak. 142 van hen zijn zeker omgekomen, 130 van hen – waaronder een ondertussen bekend stel zelfmoordterroristen – is ondertussen teruggekeerd. Dat wil zeggen dat er nog zo’n 150 rondzwerven ergens in het Midden-Oosten. [x] [x]

Terwijl politici hun retoriek rond islamisme, migratie en terrorisme blijven opvoeren naar een niveau van polarisatie dat in ons land niet meer gezien is sinds de koningskwestie of misschien de eerste staatshervorming (voor de jongeren onder ons: vraag er je grootouders eens naar, dat waren pas tijden), praten we eigenlijk amper over die 422 Belgen en hun families. En nochtans moeten we dat dringend doen: minstens 115 kinderen leven nog in de resten van wat ooit een welvarende regio was, sommigen bij hun moeders in vluchtelingen- en gevangeniskampen, anderen in het puin. En de tijd dringt om te beslissen wat we met hen gaan doen… [x]

De wet

Het lijkt gemakkelijk: we moeten gewoon doen wat de wet zegt. Maar welke wet?

Artikel 10 van de Grondwet zegt duidelijk: De Belgen zijn gelijk voor de wet. Wie de Belgische nationaliteit heeft, moet dus gelijk behandeld worden aan alle medeburgers – ook al ben je een terrorist in het buitenland, of het kind van zo’n terrorist.

Maar de vraag is dan: welke wet moet hier gelijk toegepast worden?

 

Een eerste punt is toegang tot het grondgebied. De vraag wordt vaak geformuleerd als Mogen Belgische Syriëgangers terugkeren? Het antwoord op die vraag is eigenlijk heel simpel: als ze de Belgische nationaliteit hebben, dan is het antwoord altijd ja. Als Belg heb je het recht om in België te verblijven, en de overheid kan je niet verbannen uit je eigen land.

Maar veel kinderen van Syriëgangers hebben geen nationaliteit. Zij zijn geboren in oorlogsgebied in Syrië en Irak, of in kampen. Er is geen bewijs van hun bestaan, laat staan van hun nationaliteit.

De wetgeving rond toekenning van de nationaliteit bij geboorte helpt ons niet echt: een kind geboren uit een Belgische ouder in het buitenland verwerft automatisch de Belgische nationaliteit, zelfs als die ouder op het moment van de geboorte al overleden is, zolang het kind aangegeven wordt bij de lokale autoriteiten. [x]

In 2017 vond de Belgische regering een oplossing: een automatisch terugkeerrecht voor alle kinderen van Syriëgangers jonger dan 10, zolang een DNA-test ouderschap kon bewijzen. Voor kinderen tussen 10 en 18, die al een groter risico hadden om zelf getraind te zijn als strijder en geweld gepleegd te hebben, zou de overheid individueel nagaan of ze mochten terugkeren en onder welke voorwaarden. Vreemd, gezien het recht van alle Belgen om op Belgische grondgebied te zijn. En het grote probleem met dit voorstel was: de kinderen moesten aangemeld worden aan een Belgische ambassade. Dat wil dus zeggen in de praktijk dat de kinderen niet mochten gevangen zitten met hun ouders in een gevangeniskamp, en dat de ouders zelfstandig moesten kunnen ontsnappen uit IS-gebied. Het verhaal van Candide H. toont dat dit niet zo gemakkelijk is: zij wilde al in 2016 terugkeren, maar ettelijke ontsnappingspogingen mislukten en eindigende in deportatie naar IS-gebied.

 

Dan stelt zich de volgende vraag: hebben deze Belgen recht op repatriëring, d.w.z. kan de overheid verplicht worden om hen zelf te gaan zoeken en te gaan halen?

Hierover zegt de overheid:

Opgelet, u komt niet in aanmerking voor consulaire bijstand wanneer u:

  1. reist naar een gebied waarvoor de FOD Buitenlandse Zaken een negatief reisadvies geeft (zie Reisadviezen);
  2. zich begeeft naar een gebied regio waar een gewapend conflict gaande is;
  3. geen gevolg hebt gegeven aan de oproep van de FOD Buitenlandse Zaken om het gebied waar u verblijft te verlaten;
  4. buitensporige risico’s neemt zonder overeenkomstige verzekering;
  5. een dubbele nationaliteit hebt en zich in het land van de andere nationaliteit bevindt. [x]

Dus op het eerste zicht maken 1, 2 en 4 dat Belgische Syriëgangers geen recht hebben op repatriëring. Hetzelfde kan echter niet gezegd worden over hun kinderen: zij hebben op geen enkel moment zelf een beslissing genomen. Maar hier zitten we opnieuw met het probleem van nationaliteit: op basis van hun nationaliteit hebben ze recht op repatriëring. Hun grootouders kunnen de Belgische ambassade contacteren en vragen dat de overheid actief naar hen op zoek gaat en hen veilig naar huis brengt. Maar een groot deel van hen zijn nog geen Belg, want daarvoor moeten ze eerst naar een ambassade en een DNA-test laten doen. Omdat deze kinderen op papier niet bestaan, moet de overheid in het echt dus niet helpen.

Eigenlijk zijn deze kinderen de facto, d.w.z. in de praktijk, staatloos, hoewel ze Belgische families hebben die heel vaak heel veel moeite doen om hen te vinden en naar huis te brengen.

 

De verdragen

Onze Belgische wetgeving helpt ons niet echt bij het beantwoorden van onze vraag, maar gelukkig zijn er internationale verdragen die we ondertekend hebben en die ons misschien wel kunnen helpen.

Om te beginnen is er het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit is de Europese versie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) die in 1948 werd opgesteld door de Verenigde Naties om de gruwel van WO2 te voorkomen in de toekomst. Dit verdrag is echter niet bindend: niemand straft je automatisch als je mensenrechten geschonden worden. Maar het EVRM uit 1950 is wél bindend: je kan alleen lid worden van de Europese Unie als je dit verdrag ondertekent als land, en daarmee geef je ook toestemming aan de burgers van je land om je aan te klagen voor het schenden van hun mensenrechten bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, een rechtbank die zich uitspreekt voor alle landen van de EU. Er is geen beroep mogelijk, dus als het Hof je klacht verwerpt kan je daar niets aan doen, maar het is ook bindend: als het Hof beslist dat een land jouw mensenrechten geschonden heeft, dan is het land verplicht daar iets aan te doen.

Zijn we hier iets mee? Misschien. Het EVRM garandeert dat burgers van de Europese Unie recht hebben op leven. België heeft geen doodstraf, dus een Belgische burger die in Irak de doodstraf krijgt voor daden van terrorisme of oorlogsmisdaden als lid van Daesh, heeft het recht om die straf uit te zitten in België. [x]

Het EVRM garandeert ook het recht van de burger op een eerlijk proces, en de vrijheid van die burger tenzij zij door een eerlijk proces van haar vrijheid werd ontdaan. D.w.z. dat als je een fair proces krijgt in Irak en je daar in de gevangenis terecht komt, je die straf daar moet uitzitten. Maar heel wat van onze Belgische vrouwen in Syrië zitten in gevangeniskampen in Koerdistan, niet omdat ze veroordeeld zijn maar omdat ze zichzelf vrijwillig overgegeven hebben aan het Koerdische leger en de Koerdische overheid geen andere plaats voor hen heeft dan die kampen. Eigenlijk schendt de Belgische overheid de rechten van deze vrouwen door hen daar te laten zitten, beroofd van hun vrijheid. En dat geldt al helemaal voor de kinderen die bij hen zitten.

 

We ondertekenden ook het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties uit 1989. Dit is niet bindend, maar België richtte wel een Kinderrechtencommissariaat op waar die rechten worden bewaakt. De Kinderrechtencommissaris moet in het oog houden of België deze rechten niet schendt, en wanneer de overheid dat wel doet wordt dit gesignaleerd en verwachten we dat de overheid daar ook iets mee doet.

En in dit verdrag staan een aantal dingen die van toepassing zijn op onze kinderen in Syrië en Irak. Kinderen hebben volgens het verdrag een recht op leven, overleven en zichzelf ontwikkelen, beschermd tegen geweld, misbruik en verwaarlozing. Onze Belgische kinderen bevinden zich echter al jaren in een oorlogssituatie, of in een vluchtelingenkamp. De documentaire Voor de zonden van de vaders toont dat de jonge kinderen die gefilmd worden zich nog normaal kunnen ontwikkelen, maar soms ook al heel erg geremd zijn. Ze zijn getraumatiseerd door bombardementen, en hebben heel weinig speelgoed en stimulans om te leren.

Kinderen hebben recht op een officieel erkende naam en een nationaliteit, en op een identiteit – iets wat bemoeilijkt wordt door de Belgische regeling waarbij ouders en kinderen zelf tot op een ambassade moeten geraken.

Kinderen mogen niet gescheiden worden van hun ouders, tenzij dit in het voordeel van het kind is, en hebben het recht op opgevoed te worden door hun ouders. Ook dit is een probleem: de overheid garandeert dan wel automatische terugkeer van kinderen onder de 10, maar dat betekent in de praktijk dat zwaar getraumatiseerde kinderen die niets anders kennen van veiligheid en stabiliteit dan hun moeder, plots in een vreemd land bij vreemde mensen terecht komen…

Regeringen moeten er voor zorgen dat kinderen niet illegaal uit hun land gehaald worden. En dat is bij een aantal kinderen weldegelijk gebeurd. Sommige kinderen zijn ontvoerd door één van de ouders, zonder toestemming van de ouder die in België achterbleef. De overheid is dan eigenlijk verplicht om alles te doen om die kinderen te zoeken, te vinden en terug te brengen. Dit is ook wat burgemeester van Vilvoorde Hans Bonte voorstelt.

Dit is ook één van de redenen waarom Child Focus, een organisatie die opgericht werd om de zoektocht naar vermiste kinderen te coördineren en te ondersteunen, actief mee bezig is met het dossier van de kinderen van Syriëgangers.

 

De families

Heel wat van onze Syriëgangers waren minderjarig toen ze vertrokken. Veel ouders gaven hun kind dan ook aan als vermist bij de politie, en Child Focus heeft ook een aantal van die dossiers nog in beheer. Families blijven nu vaak achter met een schuldgevoel en een stigma: Wat heb jij je kind geleerd dat het zoiets doet? Ouders zoeken steun bij elkaar en richten groepen op als Jihad voor de moeders, een organisatie die moeders van Syriëgangers met elkaar in contact brengt en ondersteunt, en die hen een stem probeert te geven in het maatschappelijke debat.

Ouders voelen zich vaak twee keer verraden: eerst door een kind dat hen achterlaat in een samenleving die hen nu wantrouwt, en daarna door een overheid die hen niet wil helpen om kleinkinderen terug te halen uit oorlogsgebied. Net zoals de kleinkinderen slachtoffer zijn van de keuze van hun ouders, zijn deze grootouders slachtoffer van de keuzes van hun kinderen.

En dan zijn er nog partners die achtergebleven zijn, waar de kinderen van werden ontvoerd.

Families zijn een actieve speler in dit verhaal, maar begeven zich vaak op het scherp van crimineel gedrag: geld overmaken naar je dochter in Syrië om medicatie te kopen voor je kleingeld is alleen maar menselijk, maar dat geld komt in handen van een terrorist… Dan heb je dus financieel bijgedragen aan Daesh, en dat is een misdrijf. Contact houden gebeurt vaak via apps die traceren van gegevens moeilijk maken, waardoor het lijkt alsof ze iets verdachts aan het doen zijn. En zelf naar ginder gaan, kan ook niet.

 

De misdaden en straffen

De meeste Syriëgangers vertrokken om actief of ondersteunend deel te nemen aan de burgeroorlog in Syrië en later om lid te zijn van de islamistsche organisatie Daesh, die probeerde een zelfstandig stuk land te veroveren op Syrië en Irak om daar een nieuwe staat te vestigen. Dit ging gepaard met extreem geweld, zowel tegen andere vechtende partijen als tegen burgers en leden van de eigen organisatie. Heel veel Syriëgangers zijn dus schuldig aan oorlogsmisdaden én misdaden in het land waar ze zich bevonden. De mannelijke strijders die zich overgeven of gevangen worden, worden dan ook gemakkelijk veroordeeld ter plaatse. De vraag is natuurlijk op basis van welk bewijs dit gebeurt: hoe bewijs je dat iemand effectief geschoten, gemoord, verkracht… heeft in de context van een bloederige en brutale oorlog, waarbij elke partij (ook de overheid) bloed aan zijn handen heeft? Het is gemakkelijk om te zeggen: je was lid van een terroristische organisatie, dus je zal wel een terrorist zijn, maar denk eraan: alle Belgen gelijk voor de wet. Elke Belg heeft recht op een eerlijk proces en een rechtvaardige straf. Zijn we daar wel zeker van? En als we er niet zeker van zijn, moeten de overheid haar burgers dan niet beschermen – hoe onsympathiek die burgers ook zijn? Er staat in de grondwet niet alle Belgen gelijk voor de wet, behalve de onsympathieke.

Heel wat politici pleiten momenteel voor het ondersteunen van Irak in het berechten van Belgische Syriëgangers. Een ander alternatief zou zijn om een Europees tribunaal op te richten waarbij alle Europese Syriëgangers berecht worden in Europa en in Europa hun straf uitzitten, en de Irakese bevolking (die ondertussen al  15 jaar te maken hebben met gewelddadige conflicten en dus niet meteen het geld hebben) hun gerechtigheid krijgen.

 

Waar de Syriëgangers wel schuldig aan kunnen zijn, is lid zijn van een terroristische organisatie. Uit dit antwoord op een parlementaire vraag in 2016 blijkt dat de Belgische overheid tegen bijna elke Belg die vertrokken is een proces heeft gevoerd. Een deel van de reeds teruggekeerde of nooit vertrokken Belgen (die aangeduid worden met FTF – foreign terrorist fighter) zit zijn straf nu uit of heeft zijn straf al uitgezeten, een ander deel is veroordeeld bij verstek. Wanneer zij gevonden worden, gaan ze onmiddellijk de gevangenis in.

Een bijkomende vraag is dan: alle Belgen gelijk voor de wet. Als ik veroordeeld word bij verstek, dan zal de politie mij zoeken. Ontsnappen een heleboel landgenoten nu niet aan hun straf omdat de Belgische overheid hen niet actief zoekt. Meer zelfs: politici die ervoor pleiten om Belgische Syriëgangers nooit nog tot het Belgisch grondgebied toe te laten (wat ongrondwettelijk is, en dus ook een beetje een probleem voor een politicus om te willen), pleiten er dus ook voor om een deel van de bevolking aan haar rechtvaardige straf te laten ontkomen.

 

Maar ook dit luik is niet zo gemakkelijk als het lijkt. Gevangenissen zijn broeihaarden van radicalisering: honderden mensen dicht opeen, zonder al teveel toekomstperspectieven, vaak gefrustreerd door de manier waarop ze zich behandeld voelen door gerecht en samenleving, vaak vatbaarder voor geweld dan andere burgers, met niets anders te doen dan lezen en luisteren. Waar de ene zichzelf de wet leert begrijpen of zich op literatuur stort, betekent voor de ander een gevangenisstraf een crash course in crimineel gedrag. En waar voor de ene geloof vinden in de gevangenis betekent dat ze begint te bidden en zich bezint over haar daden, betekent het voor de andere lid worden van een neo-nazi-groepering of van iets als Daesh. Dus hoe zorgen we ervoor dat onze Syriëgangers geen virus worden dat zich onder gevangenen verspreidt, wetende dat onze gevangenissen sowieso overbevolkt zijn en politici niet staan te trappelen om meer geld te steken in onsympathieke Belgen?

 

 

De rehabilitatie

Er zijn al een heleboel Syriëgangers terug in België, en een deel van hen loopt ook gewoon alweer onder ons rond. Dat is iets waar we niet bij stilstaan in discussies die starten met de vraag Mogen ze terug komen? Ze zijn hier al, sommigen zijn zelfs nooit vertrokken. Maar wat doen we met hen? Uit deze vraag in het parlement blijkt dat ze intensief gemonitord worden, d.w.z. dat lokale politieteams en in sommige gevallen de staatsveiligheid deze mensen goed in de gaten houden, om zeker te zijn dat ze geen contacten meer houden met Daesh of andere extreem islamistische organisaties.

De terugkeer naar de maatschappij waaruit ze vertrokken zijn, moet goed begeleid worden. Hoewel radicaliseren hoort bij jong zijn, is de keuze om alles achter te laten en naar een oorlogsgebied te trekken niet zo normaal. Daarbij komt ook dat we geen idee hebben wat Belgische Syriëgangers in de burgeroorlog en onder Daesh meegemaakt hebben: wat ze gedaan hebben, en wat hen is aangedaan. Daesh werkt als een sekte waarbij rekruten ingeleid worden in een eenvoudig maar exclusief geloof, hen een belofte wordt gedaan van een paradijselijke beloning als ze zich aan dat geloof houden en vervolgens geïsoleerd worden van hun familie en vrienden om hen te programmeren voor de nakende strijd. Leden van Daesh moeten dan ook, net als andere sekteleden, gedeprogrammeerd worden en hebben intensieve psychologische begeleiding nodig. Begeleiding die geld kost van een regering die bang is om teveel te investeren in Syriëgangers omdat dat bij verkiezingen wel eens tegen hen zou kunnen gebruikt worden. Alle Belgen gelijk voor de wet scoort niet zo goed bij verkiezingen, zeker niet als het over onsympathieke Belgen gaat.

Een vraag is ook: wat doen we met die Syriëgangers eens ze weer vrij zijn en op zoek gaan naar een job en een plaats om te wonen? Het is voor al te bekende misdadigers sowieso al niet gemakkelijk om aan het stigma van hun veroordeling te ontkomen, laat staan als je dan ook nog eens het label ‘terrorist’ aan je hebt kleven. Hoe kom je daar ooit van terug? Moet de overheid nieuwe identiteiten voorzien voor die mensen of voor hun kinderen? Moeten werkgevers aangemoedigd worden om hen aan te nemen? Hoe ver zijn we bereid te gaan om hen dezelfde kansen te geven als alle andere medeburgers, die nooit voor zo’n extreem geweld gekozen hebben?

Anderzijds hebben we cijfers die aantonen dat onze angsten misschien ongegrond zijn: volgens het OCAD zijn 75% van de teruggekeerde Syriëgangers (en in het geval van de vrouwen zelfs 90%) niet meer ‘gevaarlijk’, d.w.z. dat hun visies niet extremer zijn dan die van het gemiddelde lid van Schild & Vrienden.

 

De samenleving

Die rehabilitatie kan ook mislukken. En dat is waar wij het plaatje binnen wandelen. Tot nu toe lag de focus vooral op de Syriëgangers, hun kinderen en hun families. Maar terrorisme is een misdaad met veel slachtoffers. Niet alleen de directe slachtoffers van de aanslagen op Belgisch grondgebied, de doden en gewonden en de families die met dat trauma moeten leren leven, maar ook de samenleving die in angst leeft voor een volgende aanslag.

Wij zijn bang dat zo’n teruggekeerde Syriëganger helemaal geen spijt heeft maar plannen om de oorlog hier verder te zetten, in haar eigen huis. En we zijn bang dat hun kinderen al geïndoctrineerd zijn en dus tikkende tijdbommen.

Over de kinderen zegt kinderpsycholoog Gerrit Loots, die eerder al kindsoldaten onderzocht in andere oorlogsgebieden zoals Oeganda, Congo en Colombia, dat ze geen gevaar vormen.

Ik heb geen enkele indicatie om aan te nemen dat deze kinderen moordmachines zouden worden. Deze kinderen kunnen net zo goed als elk ander kind een leven opbouwen en opgroeien tot empathische en menslievende volwassenen. Let op: ik wil niet veralgemenen, het gaat hier om de kinderen in de kampen die ik bezocht heb, tot zes jaar oud. (75% van de Belgische IS-kinderen in Syrië en Irak is jonger dan zes, nvdr) Oudere kinderen die door IS zijn opgeleid om te moorden, zijn een ander verhaal. [x]

En ook die getrainde moordmachines zijn niet noodzakelijk helemaal verloren… We keken met z’n allen een paar jaar geleden nog naar Wit Licht, het prestigeproject van Marco Borsato rond… gerehabiliteerde kindsoldaten.

 

Professor Loots vermeldt nog iets anders in het interview met Rudi Vranckx:

In het grootste van de twee, Al-Hol, zitten 16.000 vluchtelingen samen. Het is ook een gemengd kamp, met mannen, vrouwen en kinderen. Daar zie je dat de angst er dieper in zit dan in het kleinere kamp, Al-Roj, waar enkel vrouwen en kinderen zitten. Tussen die mannen zitten er ook die nog steeds de ideologie van IS aanhangen en steeds sterker hun wil opleggen. Ze eisen dat vrouwen hun gezicht bedekken en verbieden het hen om IS af te zweren.

Daardoor is zeker Al-Hol een broeihaard van radicalisering aan het worden. Hoe langer die vrouwen in zulke omstandigheden moeten overleven, hoe moeilijker het wordt om je aan de invloed van IS te onttrekken. Je mag ook niet vergeten dat IS een afschuwelijk terreurregime geïnstalleerd had: naar buiten toe, maar ook voor wie erin zat. [x]

Eigenlijk zegt Loots hier: als we echt ernstig bang zijn voor radicalisering, dan moeten we ervoor zorgen dat we onze mensen daar weg halen. Want als die kinderen hun roots gaan zorgen, dan komen ze toch hier terecht. En wat is een grotere tikkende tijdbom dan een kind dat beseft dat het had kunnen geholpen worden, maar in de steek gelaten is?

 

Normen en waarden

En dan zijn er nog ethische afwegingen. Voor sommigen zijn wet en veiligheid de belangrijkste waarden in dit debat, voor anderen gaat het over mensenrechten en gelijkheid. Maar er zijn nog andere waarden die meespelen.

Rechtvaardigheid, bijvoorbeeld. Geert Loots zegt hierover:

Je hebt het hier over moeders die weliswaar hun kinderen in deze situatie gebracht hebben, maar tegelijk ook jarenlang de enige steunpilaar voor die kinderen waren. Neem je die weg, dan krijg je een terugval van die kinderen in hun ontwikkeling. Als je die kinderen nog meer wil traumatiseren, moet je dat vooral doen. … Nee, die vrouwen moeten naar België gehaald worden en hier berecht voor hun daden. Je moet zorgen voor gerechtigheid. Maar hen het recht afnemen om moeder te zijn? Daar zie ik geen enkel ander argument voor dan blinde wraak. [x]

Hij doet wraak af als iets dat geen plaats heeft in de discussie. Maar voor sommigen is dat de essentie van gerechtigheid: een oog voor een oog, wie zijn gat verbrand moet op de blaren zitten, gedane zaken nemen geen keer… Onze taal zit vol uitdrukkingen die tonen dat in onze cultuur wraak een belangrijk onderdeel van nadenken over gerechtigheid is. We verwachten dat een straf zwaar is, en dat er niet over onderhandeld wordt.

Neem de positie in van een kind dat door de aanslag in Zaventem haar vader nooit zal kennen. Misschien toont zij empathie en wil ze niet dat een ander kind lijdt omdat zij moet lijden. Maar als ze zou zeggen “Wat kan mij dat kind schelen, ik heb ook geen ouders meer?” – wie kan haar zonder mee van de hand doen alsof haar gevoelens geen plaats hebben in het debat?

Anderzijds is er ook het besef dat oog om oog eindigt in een blinde wereld, en dat straffen ook gericht moeten zijn op herstel. Dat we heel bewust geen wraak toelaten in ons rechtssysteem, omdat we beseffen als samenleving dat we dat soort geweld kunnen missen als kiespijn.

Welke visie je hebt op rechtvaardigheid zal sterk beïnvloeden hoe je op de vraag in de titel wil antwoorden, en welke argumenten je belang zal geven.

 

Een andere waarde die hier meespeelt is verantwoordelijkheid: wie is verantwoordelijk voor wie? Is de overheid verantwoordelijk voor al haar burgers, ook de onsympathieke, of zijn we in de eerste plaats verantwoordelijk voor onszelf, wat de wet ook zegt? Zijn ouders verantwoordelijk voor de keuzes van hun kinderen? Kunnen we kinderen dwingen verantwoordelijkheid op te nemen voor de keuzes van hun ouders, ook al zijn ze nog geen zes jaar?

 

Zijn we als samenleving collectief verantwoordelijk voor elkaar? Dan komen we in de buurt van zorgethiek, van waarden als naastenliefde en solidariteit. Misschien heb ik niks met zo’n Syriëganger en haar kinderen, maar die grootouders die hier in België zitten te smachten naar een kans om voor hun kleinkinderen te zorgen zijn mijn medeburgers. Ik kan geen verbondenheid voelen met een terrorist, maar kan ik me even goed afzetten tegen zo’n van liefde overlopende oma? En misschien moet ik een nog een stap verder gaan en proberen om het menselijke te zien in de terrorist, om haar niet te behandelen als ‘minder dan’ maar zoals ik zelf behandeld zou willen worden, met het respect dat elke mens verdient gewoon omdat ze mens is? Dat laatste is de essentie van het christendom…

 

Levensbeschouwing en geloof spelen zeker en vast een rol in dit debat. Mijn eigen levensbeschouwing, waarbij ik me als christen geroepen voel om naastenliefde te tonen, als jood probeer om niet te oordelen in Gods plaats of als moslim een verbondenheid ervaar via de oemma, maar ook de houding van onze samenleving ten opzichte van levensbeschouwing. De verregaande secularisatie van onze samenleving zorgt ervoor dat we argwaan hebben t.o.v. alles wat met geloof te maken heeft. Wat voor een gelovige verbindend kan werken en ervoor kan zorgen dat iemand pleit voor een begeleide terugkeer van landgenoten en zelfs de opvang van weeskinderen uit het gebied, kan voor anderen net een reden zijn om geen extremisten terug te willen halen. Angst voor religie kan ervoor zorgen dat mensen het islamistisch terrorisme van Daesh associëren met islam, en de verantwoordelijkheid voor de keuze van onze Syriëgangers niet leggen bij de mensen zelf of bij hun ouders, maar bij het geloof zelf. Alsof islam alleen kan leiden tot zo’n extreme, gewelddadige keuzes. (Dat heet dan islamofobie, wat een echt woord is, en een echt fenomeen.)

 

En dan is er de identiteit van de natie. Lijkt een vreemde waarde om bij dit debat te betrekken, tot je wat begint te lezen over hoe politici dit fenomeen benaderen. Neem bijvoorbeeld het voorstel van Antwerps burgemeester Bart De Wever en ex-staatssecretaris van Asiel en Migratie Theo Francken om de Belgische nationaliteit van Syriëstrijders af te nemen.

Om te beginnen maakt het onze samenleving niet noodzakelijk veiliger. Minister van Justitie Koen Geens liet optekenen dat dit geen goed idee was, omdat het afnemen van iemands nationaliteit niet verhindert dat die dan gewoon illegaal terugkeert naar haar familie en thuis. En dan wordt het veel moeilijker om ons tegen zo iemand te beveiligen, mocht die slechte plannen hebben.

Daarbij komt ook dat we alleen de Belgische nationaliteit kunnen ‘afnemen’ van mensen die effectief ook nog een andere nationaliteit hebben. Dat wil dus zeggen: mensen met een dubbele nationaliteit, of een land van herkomst waar ze naar kunnen terugkeren. NV-A geeft geen cijfers over het aantal Belgische Syriëgangers met een dubbele nationaliteit omdat daar geen cijfers van zijn. België heeft geen cijfers van welke van haar burgers ook nog een oude of thuislandnationaliteit behouden. We gaan er gemakshalve van uit dat de meeste Belgische Marokkanen en Turken hun kinderen ook nog aangeven in die landen, maar dat is helemaal niet noodzakelijk zo. We weten wel dat Daesh heel populair was bij nieuwe bekeerlingen: dat zijn mensen wiens overgrootouders ook al de Belgische nationaliteit hadden…

En daar stelt de hele nationaliteitskwestie zich scherp: door te benadrukken dat “veel” (volgens Theo Francken, die daar geen cijfers van heeft) Syriëgangers de dubbele nationaliteit hebben, zetten we deze Belgen buiten de samenleving. Ze zijn geen volle Belgen, want ze zijn ook nog iets anders: stiekeme buitenlanders. En zo kleeft de discussie over wat te doen met Belgische Syriëstrijders toch ook weer aan de discussie over migratie, waar zoveel politici wel bij varen.

En anderzijds hoort bij deze discussie ook mijn hardnekkige gebruik van de term Belgische Syriëgangers in plaats van IS-strijders, zoals je zo vaak ziet staan. Niet iedereen die naar Syrië gegaan is, is vertrokken op het moment dat Daesh zelfs maar bestond, en niet iedereen heeft zich vrijwillig bij Daesh aangesloten. Niet iedereen was een strijder. Maar iedereen was en is Belg. Waar het discours rond de dubbele nationaliteit net benadrukt dat mensen met een migratieachtergrond nooit helemaal tot de natie kunnen behoren, kan je de identiteit van de natie ook benoemen als heterogeen (met veel verschillende punten van herkomst) en transcultureel (met veel culturen die samen lezen en van elkaar leren). En in dat discours past dan net heel erg van deze mensen te beschouwen als Belgen omdat ze nu eenmaal burgers van ons land zijn, of we ze nu sympa vinden of niet. En zo zijn we weer aan het begin: alle Belgen gelijk voor de wet, ook degene die onze samenleving de rug toekeren of schade berokkenen.

 

Meer stof tot nadenken….

  • Rudi Vranckx maakte de documentaire Voor de zonden van de vaders voor Canvas. Je kan alle drie de delen hier bekijken:  deel 1, deel 2 en deel 3. Hier vind je meer achtergrond over Bouchra en Tatiana die in de documentaire uitgebreid gevolgd worden, en ondertussen zijn gerepatrieerd. En ook de kleinkinderen van Rachma Ayad zijn ondertussen thuis. Je kan het dossier van de vrt bij deze reportage hier volgen.

 

  • De Nieuwe Maan deed een interview met Els die haar dochter en vijf kleinkinderen graag wil terug krijgen uit het oorlogsgebied. Een beetje later kwam Els een update doen in datzelfde programma over haar dochter, waar het heel slecht mee gesteld is, en opa Houssein. Na hun gesprek voerden jihadisme-onderzoeker Montasser AlDe’emeh, advocaat Geert-Jan Knoops advocaat Syriëgangers Yasar Özdemir een debat over de vraag uit de titel.

 

  • The Guardian volgt in deze reportage de Amerikaanse Bashir Shikder die in Daesh-gebied op zoek gaat naar zijn kinderen Yusuf en Zahra. Zijn vrouw, ondertussen overleden, nam hen zonder zijn toestemming mee naar Syrië in 2015.

 

  • In een podcastgesprek van 1 maart praten Rudi Vranckx en Vincent Byloo over de val van het laatste stukje Daesh-grondgebied en de vraag wat er nu met ex-strijders moet gebeuren. (Rudi heeft trouwens een voze déjà-vu naar het einde van de Irak-oorlog, die toen helemaal niet gedaan was.). Fotograaf Eddy Van Wessel beschrijft wie hij zag te voorschijn komen toen dat laatste stukje Daesh-gebied viel in De Wereld Draait Door.

 

  • En dan wat stukjes over de waarden. Op de website van parochie St.-Norbertus in Nederlands Diessen verscheen deze korte tekst van Steven Barbieren over de christelijke plicht om tweede kansen te geven. De kwestie van de Syriëgangers is meer dan een veiligheidskwestie alleen gaat dieper in op dat idee.

Een gedachte over “89. Waarom zouden Belgische Syriëgangers best (niet) naar huis komen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s