104. Wat is racisme? Verhalen uit het leven van de mevrouw

Deze post is iets totaal anders. Misschien past ze beter op mijn persoonlijke blog, maar het doel van Factotum is om leerrijk te zijn, om kennis te verzamelen, om een plaats te zijn waar mijn leerlingen kunnen bijleren wat ik bijgeleerd heb. En deze post is een stukje van mijn kennis, van wat ik bijgeleerd heb. Geen links, geen filmpjes, geen grapjes. Eén bron: mijn geheugen. Maar ik denk dat het belangrijk is voor mij als Belgisch-Nederlandse bleekscheet, met al mijn privileges waaronder het feit dat ik graag schrijf en mij deftig kan verwoorden, om mijn verantwoordelijkheid te nemen in de discussie die we nu voeren. Ik heb me al gebogen over de vraag Wat is racisme? Ik heb het toen heel academisch gehouden. Maar als filosofe ben ik er van overtuigd dat menselijke ervaring ook een brok van kennis is, en een die we moeten doorgeven.

Dit is een lijstje, niet eens in de buurt van volledig, van scènes uit het leven van de mevrouw waarin ze getuige was van racisme. Soms, helaas, haar eigen racisme. Omdat ik denk dat dit ook verhalen zijn die we moeten vertellen en delen met elkaar, ook een vorm van kennis die belangrijk kan zijn.

 

De Facebookgroep Allemaal Van Belang vroeg om getuigenissen rond racisme. Ik las heel wat verhalen die geobserveerd werden: als bijstander, niet als slachtoffer of dader. Ik dacht: zo heb ik er teveel.

 

Teveel om te delen op een Facebookgroep. En hoe zot is dat?

Dus ik schreef dit:

Ik zat een paar jaar geleden op de bus die op het punt stond te vertrekken. Net op het einde stappen twee dames op. Eén van hen heeft twee lege glazen flessen vast. De chauffeur roept van zijn plaats dat glas niet op de bus mag, dat dat buiten in de vuilbak moet. Er is daar geen vuilbak in de buurt, en één van de dames steekt de flessen in haar handtas. Mag ook niet, brult de chauffeur, moet buiten. “Altijd hetzelfde met ulle soort.” Hij wijst op de affiche met het reglement: geen eten, geen drinken. Eén van de vrouwen staat op en zet de lege flesjes op de vensterbank aan de halte. Ze is nog niet terug opgestaan, en het vrouwtje dat daar woont (notoir figuur in Mechelen) gooit de deur open, grist de flessen beet en stormt de bus op. “Hou uw vuil bij.” Daar zitten we dan. Pijnlijke stilte terwijl de tweede dame de flessen weer in haar tas steekt. De chauffeur mompelt en vertrekt dan toch maar. Ik zit met grote ogen toe te kijken, mijn koffiekoek die ik daarnet nog met plezier aan het eten was in mijn hand, onder een poster met het reglement. Geen eten, geen drinken. De dames waren van Afrikaanse origine, ik heb Belgisch-Nederlandse roots. Ik heb niks gezegd. Ik geloof dat de verhalen vertellen van minderheden belangrijk is. Ik denk dat het voor leden van de meerderheid belangrijk is het eigen aandeel in die verhalen te erkennen

 

Ik had ook één van deze kunnen vertellen.

 

#2. De kazoo

In het middelbaar zat ik mee in het team leerlingen dat de talentshow van de school organiseerde. We hielden audities, met een jury en al, en moesten dan zelf ook het goede of minder goede nieuws aan de leerlingen brengen. Er waren dansjes, toneeltjes, liedjes… sommige heel goed, sommige een pak minder. Zo was er een jongen die tapdanste en dat echt wel goed deed, maar niet goed genoeg om hem zo kwetsbaar op het podium te zetten. Dat was een moeilijke beslissing.

Eén jaar was er een jongen die het nummer Fiets van Clouseau bracht… met een kazoo. Hij deed dat geweldig goed, en het geheel was hilarisch. De leraar die ons begeleidde, was weigerachtig om hem het podium op te sturen. Er zou gelachen worden, zei hij. Wij waren enthousiast: dat was de bedoeling toch? Het was duidelijk dat de jongen zelf wist dat de kazoo grappig was, dat dat een deel van zijn act was. Nee, zei onze milde, ruimdenkende leraar, dat is niet waarom ze zullen lachen.

De jongen had een Nederlandse naam, maar een heel donkere huidskleur. Ik ga niet onnozel doen en zeggen dat ik niet wist wat racisme was of dat het bestond: ik zat op een toen reeds heel diverse stadschool in Mechelen, in de hoogtijden van het Vlaams Blok. Maar ik had daar oprecht niet bij stil gestaan.

Hij was een succes, de jongen met de kazoo. Misschien waren er wel mensen die met hem lachten omwille van de foute redenen. Ik weet nog steeds niet of ons jeugdig idealisme juist was, of pijnlijk naïef.

 

#3. De schorsing

Ik heb op verschillende scholen gestaan. Eén daarvan was een landelijk college. Er liepen meer dan duizend leerlingen rond, maar ik heb er nooit meer dan vijf gezien met een donkerdere huidskleur in de twee jaar dat ik er werkte. Niemand van de collega’s leek me actief racistisch, of zelfs passief. Op het einde van het schooljaar, begin mei, werd een leerling betrapt met drugs op school. Een schorsing drong zich op. De leerling was echter lid van de minionderneming en had er een belangrijke taak in. Hij stond er niet heel goed voor qua punten. Een schorsing zou hem wel eens een C-attest kunnen opleveren, zeker op zo’n cruciaal moment, en zeker zo’n lange schorsing. Er was geen genade.

Ik heb veel andere leerlingen dingen zien doen die ook niet oké waren. Ik weet nog steeds niet of het een verschil zou gemaakt hebben mocht de jongen in kwestie geen Marokkaanse roots gehad hebben. Maar het feit dat ik daar niet zeker van ben, betekent iets. En het moet iets betekenen voor dat handvol leerlingen dat er net dat anders uit zag, dat het één van hen was die geschorst werd, op een school waar bijna nooit zware sancties werden uitgedeeld.

Ik heb die bedenking niet luidop gemaakt op de klassenraad zelf.

 

#4. De klaslijst

Op de multiculturele stadsschool waar ik nu sta, heb ik al heel veel bijgeleerd over samenleven met mensen met verschillende culturen, talen, huidskleuren. Vooral over mijzelf, eigenlijk. Bijvoorbeeld: hoe racistisch ik zelf denk.

Op één september (of de eerste schooldag daarna) verzamelen de leerlingen van elk jaar zich op een afgesproken uur in de Feestzaal of sportzaal. Daar krijgen ze een korte speech van de directie over de veranderingen in het schoolreglement, wat te verwachten van dit nieuwe leerjaar, dat wij een diverse school zijn, dat je wel/geen gsm mag dragen. Dan wordt klas per klas de lijst van leerlingen overlopen. Als de groep voltallig is, vertrekt die met de klasleraar naar het lokaal om kennis te maken en massa’s administratie te doen.

Wij leraren krijgen dan voor het eerst onze klaslijst te zien: zonder fotootjes, want die zijn er dan vaak nog niet en soms is er diezelfde ochtend nog iets aan de samenstellingen veranderd. Druk overlopen we dan de lijsten. De eerste jaren luisterde ik aandachtig naar mijn oudere, meer ervaren collega’s: Aaaah, dat is de zus van huppeldepup. Oei, is die nu toch blijven zitten? Aii, daar heb ik al veel van gehoord. En de belangrijkste van allemaal: Amai, dat ziet er een moeilijke klas uit.

Ik denk niet dat ik bepaald idioot ben, maar het was pas in mijn derde jaar dat ik de klaslijst vast nam en ZAG waarom de klas in kwestie er moeilijk uitzag: veel jongens, veel namen die niet bepaald Nederlands aandeden.

Zelfs nu, nu ik er mij van bewust ben, betrap ik mij er op dat ik een klaslijst vast neem en denk oei als er voornamelijk Arabische, Asyrische, Armeense, Turkse, Swahili, Koerdische, Yorúba… namen op staan.

Mijn collega’s waren felle madammen, waar ik nog steeds heel veel respect voor heb. Ze waren betrokken bij hun leerlingen, soms tot het absurde af (zoals elke ochtend een leerling wakker bellen zodat hij op tijd op school zou staan) en ik heb ontzettend veel van hen geleerd. En ook dat is iets wat ik, radicaal BlokBuster in de jaren negentig, bijgeleerd heb: iemand kan diepgewortelde vooroordelen hebben en racistische dingen zeggen en doen, en tegelijk goede bedoelingen hebben en de beste mentor zijn voor leerlingen uit diverse achtergronden.

 

#5. The angry black girl

In mijn meisjesklas zat een heel rijzige leerling met een heel donkere huidskleur. Ze droeg haar haar niet natuurlijk of in braids, zoals veel van onze leerlingen met Afrikaanse roots, maar onder een pruik. Die gaf haar een veel strenger uiterlijk. De combinatie van haar felle temperament, het contrast tussen haar wijde blik en donkere huidskleur en haar intimiderende lengte, maakt dat ze agressief en dreigend over kwam. Het was geen katje om zonder handschoenen aan te pakken, dat geef ik toe. Maar het was niet gemakkelijk om aan een vijftienjarig meisje uit te leggen dat ze vriendelijker moest lachen dan de anderen, omdat haar uiterlijk zo intimiderend was.

Ik heb toen niks gezegd over het vooroordeel van the angry black woman. Maar telkens ik die frase tegenkom, moet ik aan haar denken.

 

#6. De hoofddoekkwestie

Ooit had ik volgende discussie met iemand die nu niet langer lid is van ons schoolteam. Het ging over de regels voor leerlingen van het zesde op de avond van hun proclamatie. Dan gaan we met z’n allen gezellig naar de kerk voor een korte viering, een paar minder korte speeches en foto’s op de trappen vooraan. Voor die foto’s zijn kledingafspraken: wit en zwart, niks onzedigs “en voor de rest geldt het schoolreglement”. Daarna trekken we, ook met z’n allen, weer naar school voor een chipke, een neutje en een glaske. Dat glaasje is fruitsap of bubbels. En de leerlingen die net afgestudeerd zijn, mogen dan ook een glaasje bubbels. Ondanks het schoolreglement.

De vraag was: mogen moslimleerlingen op die avond de hijab dragen. Het is een beetje vreemd om te zien: daar zit dan een hele familie met mama en zussen en een schoonzus, vaak allemaal met hoofddoek, en dochterlief moet zonder. De foto’s worden ook online gezet, en sommige leerlingen hebben gewoon niet graag dat ze zonder hoofddoek gefotografeerd worden. En niet op je eigen afstudeerfoto staan, of een hele klas niet online zetten omdat er eentje niet gepubliceerd wil worden, dat is ook niet zo tof.

De discussie was niet echt een discussie: de meerderheid vond dat er over die hoofddoeken niet gepalaverd moest worden. Ik merkte op, in het heetst van de strijd, dat ik het wel straf vond dat “het schoolreglement” niet van toepassing was op de bubbels op de speelplaats of de soms wel heel korte jurkjes van de leerlingen,maar wel op dat ene stukje stof. De frase die ik gebruikte was “Dus ze mogen daar wel halfnaakt op die trappen staan?”

Er werd mij toegesnauwd dat ik dat zo niet mocht zeggen. Dat was feminisme! Een vrouw had het recht om te dragen wat ze wilde!

Hoe, was het dan geen feminisme dat een vrouw een hoofddoek mocht dragen als ze dat wilde?

Wel, dat was nonsens. Wij (en ze bedoelde daarmee absoluut zichzelf) hadden geen strijd gevoerd voor emancipatie om dan toe te geven aan de druk van vaders en broers die hun vrouwen onderdrukten.

Besef je wel, vroeg ik, dat voor veel van onze meisjes die hoofddoek een middel van emancipatie is? Niet alleen dat hun geloof hen kracht en moed kan bieden, maar dat het een middel kan zijn om zich af te zetten tegen een maatschappij die weigert hen te zien als meer dan alleen een migrant, of een manier om hun individualiteit op te eisen in een westerse, seculiere samenleving?

Wel, dat was pas nonsens.

Het idee dat vrouwen uit een andere cultuur, met een andere origine, eigen manieren hebben om zich te emanciperen, dat de westerse manier om ons lichaam en onze individualiteit eigen te maken niet de enige is, was duidelijk nog nooit bij haar opgekomen.

 

#7. De lengte van een rok

Op het einde van een schooljaar spraken twee leerlingen me aan. Beiden waren moslim. Mag u dat dragen? vroegen ze, en ze wezen mij op mijn rok. Ik draag graag lange kleding. Ik hou van het gevoel van de stof rond mijn benen, en de juiste lange rokken en jurken zijn flatterend voor mijn toch eerder golvende figuur. Het was één van de stappen in mijn emancipatie: het deel van mijn lijf waar ik zelf niet blij mee ben, is onttrokken van commentaar en lelijke blikken, en dat maakt mij een pak zelfzekerder. Mijn rokken zijn geen incidenteel ding: ze zijn evenveel een deel van de vrouw die ik geworden ben als mijn tatoeages en mijn gewicht.

Omdat ik zelf eerder klein ben, vallen mijn rokken vaak net over mijn enkel.

Wij hebben daar een volgkaart voor. Een volgkaart krijg je als je regels of afspraken regelmatig vergeet of negeert. Op zo’n kaart moet de leraar dan aangeven of je de regel goed gevolgd hebt of niet. Dat zijn dingen als “Elke legt haar materiaal klaar aan het begin van de les”, of “Elke stoort de medeleerlingen en het lesverloop niet” of één uitzonderlijke keer “Elke brengt geen wapens mee naar school”.

Het is zo dat in ons schoolreglement iets staat rond de veiligheid van kledij. Geen grote oorringen want die kunnen ergens achter blijven hangen. Geen hoge hakken of teensletsen, want die zijn onveilig op de vele, vele trappen. En geen lange rokken want daar kan je over struikelen.

Terwijl ik naar de zoom van mijn rok keek, dacht ik: Goh ja. Je kan daar over struikelen. Maar je kan over zoveel struikelen.

Ik ben er op beginnen letten. En ik was op dat moment de enige leraar die consequent lange rokken droeg. En heel weinig leerlingen droegen lange kledij. En bijna al die leerlingen waren moslim. Tegelijk waren er veel mensen op hoge hakken. Zonder volgkaart.

Als een regel bedoeld is voor iedereen maar in praktijk maar één minderheid raakt, een sowieso kwetsbare etnische minderheid…. Is de regel dan racistisch?

(En nu denk ik ook spontaan aan die keer dat een klas klasgenootjes die aangesproken waren op te lange kledij gesteund hadden door zelf in lange rokken naar school te komen. Het was geen effectief gebaar, maar het moet voor die meisjes goed gedaan hebben om die steun te voelen.)

 

#8. De gemiste kans

Een paar jaar geleden had ik een toffe maar moeilijke klas. Eén moeder omschreef de groep op het oudercontact altijd fijntjes als ‘heel divers’. Ze bedoelde dat er veel kleurtjes door elkaar zaten. Dat was volgens haar een nadeel voor haar dochter. Haar dochter vond van niet, maar soit.

Eén van die leerlingen was een lieve maar iet of wat vreemde jongen. Zijn papa kwam uit Centraal-Afrika, en was op het oudercontact ten einde raad. Hij wilde zijn kinderen een betere toekomst geven, maar waarom greep zijn zoon die kansen niet? En op het eerste zicht dachten wij hetzelfde: vaak te laat, vaak zijn materiaal niet mee, vreselijk traag, niet echt communicatief. Luid tegen zijn vrienden, stil in de klas (behalve om te storen).

Maar dan begon het ons te dagen: hij sprak helemaal niet zo vlot. Hij maakte heel zelden lang oogcontact. Hij startte veel te traag op en was na tien minuten zijn spullen nog aan het uitpakken. Hij was extreem snel afgeleid.

Dus we experimenteerden, rijkelijk laat: we gaven directe instructies, noemden zijn naam, overliepen stap voor stap wat hij moest doen. We gaven meer aandacht aan zijn leerproces en herhaalden instructies uit vorige lessen voor hem, zonder dat het meteen opviel. En onze strategie werkte: plots had hij een kaft die min of meer in orde was, een pen, maakte zijn werk.

Ik ben er zeker van, voor mijzelf, dat ik veel sneller aan ADD of autisme gedacht zou hebben als de jongen geen migratieachtergrond had. Want bij zo’n leerling denk ik eerst aan taalproblemen, een gebrek thuis aan begrip van de schoolcultuur, leerachterstand. En niet aan leer- en ontwikkelingsstoornissen.

Ik weet niet of hij ondertussen een diagnose heeft, en of ons vermoeden van ADD of autisme terecht was, want we hebben een andere richting voor hem gezocht. Ik weet wel dat ik nog altijd het gevoel heb dat ik hem gefaald heb, door veel te lang vast te hangen in stereotypische verklaringen voor zijn probleem.

 

#9. Zwarte Piet

Bij het begin van de Zwarte Piet-hetze, kwam het onderwerp ter sprake in een les. De meningen waren verdeeld, maar de meesten zagen eigenlijk het probleem niet. Eén meisje trok heel fel van leer en vond het allemaal maar belachelijk. Waarom moeten wij ons aanpassen, dat zijn toch onze tradities? Een van de jongens in de klas, zelf met Congolese roots, vertelde dat hij vroeger inderdaad het probleem niet zag. Tot iemand hem uitlegde waar het kostuum vandaan kwam. Als je door de schouw komt, krijg je dan plots andere lippen? Kroeshaar? Hij was duidelijk gefrustreerd. Ik wist toen niet beter, toen ik jong was, maar nu wel en het kwetst mij.

Ik weet niet of hij iemands mening veranderd heeft. Ik weet niet of zijn stem gehoord werd en zijn pijn gezien.

 

#10. Mechelen Station

Twee jaar geleden zit ik om twaalf uur in het station van Mechelen te wachten op mijn trein. (’s Nachts, het was twaalf uur ’s nachts.) Ik had de vorige gemist, dus het was wachten op die van 20 voor 1. Ik zit in de centrale hal, met een slapende man op één van de andere bankjes en mijn hoofdtelefoon op, duidelijk afgesloten voor eender welke conversatie. Een man met een Noord-Afrikaans voorkomen in een lange beige regenjas wandelt voorbij naar de ticketautomaat aan de andere kant van de hal. Ik hoor gevloek. Stilte. De man komt naar mij en ik denk: Oh fuck. Wat nu? Hij stopt voor mij en gebaart naar mijn hoofdtelefoon. Ik zet hem af. Hij steekt zijn hand uit en zegt in het platste Antwerpse accent dat ik ooit gehoord heb buiten Den Bompa: “Sorry mevrouw da’k u stoor, maar da machine neemt geen briefkes aan. Kunde goa soms wissele?” Hij heeft een briefje van vijf euro vast.

Het helpt absoluut niet om naar podcasts te luisteren over seriemoordenaars als je op je eentje in het midden van de nacht in Mechelen station zit, en ik kan me verstoppen achter het idee dat ik als vrouw alleen (met de slaper op het andere bankje) terecht achterdochtig ben ten opzichte van elke man die mij benadert, maar buh. Ik ben er relatief zeker van dat ik anders zou gereageerd hebben als de man in kwestie er meer uitzag als Luke Evans. (Sowieso. Luke Evans is heet.)

 

#11. De Oreo

Een leerling van me werd verweten dat ze een ‘oreo’ was: zwart vanbuiten maar blank vanbinnen. Ze gedroeg zich m.a.w. niet ‘zwart’ genoeg voor haar vriendengroep, waarvan een groot deel een migratieachtergrond had en een aantal net als zij Centraal-Afrikaanse roots. Het is nooit goed mevrouw. Ik ben te donker voor de blanke kinderen, en dan doe ik teveel als een Belg voor mijn vrienden. Ik kan nooit goed doen mevrouw.

Hoe eenzaam moet dat zijn?

 

#11. Het waarom

De lijst is schier eindeloos. Ik kan hier nog vier uur aan schrijven en ik zal nog wel op dingen komen.

Hoe droevig is dat?

Ik lees veel stukken nu over #BlackLivesMatter en over racisme in ons eigen land. Er ging godbetert nog eens een petitie rond om Leopold II uit het straatbeeld te halen. En ik vraag me af: gaan wij het ooit zo ver laten komen dat onze jongeren in woede de straat moeten optrekken? Of gaan wij nu de tijd nemen om te luisteren naar de verhalen van onze minderheden zonder meteen in de verdediging te gaan? Om de ongemakkelijke waarheid te aanvaarden dat we in een samenleving geboren zijn, opgevoed worden, gevormd worden waarin bepaalde stereotypen nu eenmaal een gegeven zijn. En dat ons eerste werk is om ons bewust te zijn van die onbewuste vooroordelen, en te aanvaarden dat we die fouten zelf maken?

 

Het is mijn gewoonte als leraar om bij moeilijke oefeningen zelf mee te doen. Mijzelf kwetsbaar maken is vaak een manier om veiligheid te creëren voor anderen. Hoe ik begin, zet de toon voor de rest van de oefening, voor de rest van het gesprek. Het heeft jaren geduurd voor een oud-leerling me er van kon overtuigen dat het nuttig was om te spreken over mijn geaardheid in de les, ook al had ik geen partner en had ik daar niks zinvols over te vertellen. Dat zou echt een verschil maken, schreef ze.

Die interactie, zoals zoveel van mijn interacties met mijn kindjes over de voorbije jaren, kleurt veel van wat ik doe. Dus vandaar deze uitzonderlijke blogpost. Niet omdat ik uit een soort masochistisch exhibitionisme wil tonen hoe diepgeworteld mijn eigen vooroordelen zijn. Niet omdat ik vind dat ik omringd wordt door uitzonderlijk racistische mensen, integendeel. Maar omdat ik vind dat we die oefening allemaal moeten maken, ook al is ze niet fijn en niet gemakkelijk.

 

Verbeter de wereld, begin bij jezelf, zegt ons moeder altijd. Soms denk ik stiekem weleens dat mijn moeder een heel wijze vrouw is. Al kan ze dat ook gepikt hebben van de Bond Zonder Naam, natuurlijk.

Je kan de rest van de artikels op dit blogje hier vinden.

Een gedachte over “104. Wat is racisme? Verhalen uit het leven van de mevrouw

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s