92. Waarom zijn sommige mensen te dik?

Kucerovsky

Wrong Century van Tomas Kucerovsky

Het is een vraag die eigenlijk niet heel veel gesteld wordt. Mensen zijn te dik, dat wordt geobserveerd, en dan switchen vrienden, collega’s, dokters, journalisten, interviewers en internetcommentatoren meteen naar En wat gaan we daar nu aan doen? En het lijkt alsof die twee dingen hetzelfde zijn. Je geeft de raad om gezonder te eten omdat je denkt dat iemand te dik is door ongezond te eten. Je geeft de raad om meer te sporten omdat je denkt dat iemand te weinig beweegt. Maar is dat wel zo?

 

1. Wat is te dik?

Dat is de eerste vraag die we ons moeten stellen. Wat bedoelen we precies wanneer we zeggen dat iemand ‘te dik’ is. Niet gewoon dik, maar ‘te’ dik.

Het internet geeft volgende antwoorden: een grotere omvang hebben dan normaal, een naar verhouding grotere dwarsdoorsnede hebben, tegengestelde van dun, erg breed of met een grote omvang [x], niet dun, van aanzienlijke omvang [x].

Dik is dus een relatieve term: je weet maar wat het is in verhouding met andere termen, zoals normaal of dun. Maar ja, dat helpt dus voor geen meter, want wat is dan dun en wat is dan normaal?

 

Dus vroeg ik aan het internet: Wanneer ben je te dik?

De eerste link die Google me aanbood (ook al had ze maar 2 beoordelingssterretjes) sprak meteen over het BMI. Je BMI of body mass indexgeeft de verhouding weer tussen je lengte en je gewicht en plaatst je in een bepaalde schaal. Afhankelijk van die schaal heb je ondergewicht, een gezond gewicht, overgewicht of ben je obees (of extreem obees).

Je BMI bereken je door je gewicht in kilo’s te delen door twee maal je lengte in meter, bv. 50kg / 1,5². Mijn fictieve figuur heeft dan een BMI van 22.2, en dat plaatst hen in de categorie van een gezond gewicht.

Mijn BMI, dat ik voor de lol eens berekende, is 49,4. Ik had, volgens de BMI-schaal, al jaren dood moeten zijn.

Voor mensen jonger dan 20 zijn er groeicurves om naar te kijken. Mijn fictieve figuur gaat door een heel traject als ik hen aan die groeicurves onderwerp. Als het een jong of meisje van 12 jaar is, dan zijn ze met hun BMI van 22,2 te dik. Ze krijgen de volgende raad: Eet tussendoor fruit en groente in plaats van koekjes of chocolade, drink water in plaats van frisdrank of sap, beweeg minstens een uur per dag, en laat de televisie en computer wat vaker uit.

Vier jaar later hebben ze met dezelfde verhoudingen een gezond gewicht. Houden zo! Met een gezond gewicht heb je een kleinere kans op bepaalde ziekten. Eet gezond en beweeg minstens een uur per dag, staat er dan. Met 5 kilogram meer hebben ze plots overgewicht en moeten ze dringend op dieet.

Maar die 5 kilogram kan ook gewoon spiermassa zijn: als ik een zwemmer ben, een bokser, als ik graag fitness… ja, dan heb ik plots overgewicht. Dus hoewel mijn gewicht in de BMI-schaal een superduidelijk antwoord oplevert (ik ben duidelijk te dik), geldt dat niet voor iedereen. Integendeel, wie in de schaal normaal valt heeft met vijf kilo’tjes meer of minder meteen onder- of overgewicht te pakken, zeker als je wat kleiner bent.

Gelukkig offert link 4 al meteen wat nuances: middelomtrek! Huidplooimeting!

 

Enfin: vet. Dik zijn, of te dik zijn, gaat over het verzamelen van meer vet in je lichaam dan je nodig hebt om gezond te zijn. Dat is geen praktische definitie, omdat we dan moeten gaan nadenken over hoe we dat vet meten (kan je niet gewoon zo op het zicht doen) en vooral over hoeveel vet je dan weer wel of niet nodig hebt om gezond te zijn. Je zou denken dat teveel of te weinig vet meteen merkbaar is in het minder goed functioneren van je lichaam – maar dat geldt eigenlijk alleen voor de extremen: groot ondergewicht zal effectief zorgen voor het stoppen van je regels, een verandering in je metabolisme, haaruitval e.d. Groot overgewicht voel je misschien wel wat in je gewrichten omdat je een rugzak vol blubber meedraagt, maar op korte termijn merk je vooral dat je niet meer in je jeans past en je striemen op je heupen en borst krijgt.

Geen helder antwoord dus. Zelfs de pagina rond obesitas van het UZA verwijst meteen lekker naar de BMI-schaal, en heeft een handige grafiek van een appel- en een peervormig lichaam (vet in de buik is ongezonder dan vet op de billen).

 

 

2. Obesitas dan maar

Want dat was wel een redelijk heldere categorie: je BMI zit in de 30, je hebt zichtbaar vet rond je heupen en op plaatsen waar geen vet hoort te zitten, en je voelt de gevolgen van dat overgewicht.

Wikipedia geeft volgende synoniemen of verwante termen voor obesitas (een term die we in de volksmond niet echt gebruiken): overgewicht (maar dat kan je met een BMI van 5 punten minder ook al hebben), zwaarlijvigheid (maar een ‘zwaar’ lijf kan ook dat van een body-builder zijn), vetzucht, corpulentie, dikheid en adipostas. Die laatste ben ik zelf moeten gaan opzoeken, nog nooit van gehoord: blijkt gewoon een weinig gebruikt synoniem te zijn. [x]

Vetzucht. Dat vind ik zelf wel een veelzeggend: een zucht naar vet. Een verlangen naar vet, dus. De oorzaak zit in de naam: mensen die obees zijn, verlangen naar vet. Wellicht niet om het te verzamelen in hun vetcellen, maar wel om het te consumeren. Mensen die obees zijn, eten teveel vet. En dat zit ook al in de term obesitas, die verwijst naar het Latijn voor teveel eten. Maar… is dat dan zo?

 

 

3. Oorzaken

Terug naar wikipedia, waar risicofactoren worden opgenoemd:

De belangrijkste factor is te veel voeding tot zich nemen in relatie tot het energieverbruik van het lichaam. Op individueel niveau wordt een combinatie van overmatige voedselconsumptie en gebrek aan lichaamsbeweging dan ook beschouwd als de verklaring voor de meeste gevallen van obesitas. In een beperkt aantal gevallen is de oorzaak in de eerste plaats een genetische, een medische of een psychische aandoening. Daarentegen wordt de snelle stijging van obesitas op maatschappelijk niveau gezien als het gevolg van gemakkelijk verkrijgbaar en smakelijk voedsel, een toenemende afhankelijkheid van auto’s en machinale productie. [x]

Oké, daar kunnen we wel wat mee. De belangrijkste reden waarom mensen te dik zijn, is omdat ze meer eten dan ze nodig hebben. Makes sense. Je lichaam is slim, en bouwt reserves aan voor moeilijkere tijden, en als je teveel eet worden ook die bouwstoffen opgenomen. Vandaar dat je ook problemen krijgt als je teveel eet van bepaalde andere stoffen, zoals vitamines, caffeïne, alcohol of zout. Wel jammer dat je lichaam niet slim genoeg is om te beseffen dat je genoeg vetten hebt verzameld, en dat opslagen vanzelf stopt. Het doet vermoeden dat een dikke vetlaag kunnen verzamelen misschien ergens ooit een evolutionair voordeel moet gehad hebben, wat bevestigd wordt door de vele historische symbolen en beelden die naar overgewicht verwijzen als iets positiefs; maar ook tot het meer voorkomen van obesitas bij etnische groepen die lange tijd in grote schaarste leefden, zoals heel wat Polynesische bevolkingsgroepen.

 

Maar je kan ook een natuurlijke aanleg hebben op het niveau van je genen. Dit verschilt heel sterk voor bepaalde etnische groepen, los van socio-economische status (die ook een rol speelt). Mensen met overgewicht kiezen ook vaak partners met overgewicht eerder dan partners die veel minder wegen dan hen (en over de reden waarom we partners kiezen die op ons lijken zou ik ook een hele blogpost kunnen schrijven), wat maakt dat genetische aanleg meer kans heeft om via hun kinderen doorgegeven te worden. Die genen zijn dan niet noodzakelijk dingen die rechtstreeks leiden tot teveel eten of teveel vetopname, maar genen die vaker voorkomen bij mensen die obees zijn dan niet: wetenschappers hebben er ondertussen 41 geïdentificeerd. Dat wil dus zeggen dat als je enkele van die genetische markers hebt en je leeft niet in extreme hongersnood, de kans groter is dat je overgewicht krijgt dan mocht je die genen niet hebben.

Daarnaast kan je ook herkenbare syndromen hebben: een foutje in chromosoom 15 zorgt bv. voor het syndroom van Prader-Willi, waar o.a. een onbedwingbare eetlust bij hoort; en het syndroom van Laurence-Moon-Bardet-Biedl leidt tot vetzucht en teveel vingers en tenen.

En je kan een bepaalde aandoening of ziekte hebben. De bekendste zijn schildklieraandoeningen waardoor je metabolisme fout werkt en je dus teveel of te weinig voedingsstoffen uit je lichaam haalt; Cushing dat te maken heeft met een verhoogd cortisolniveau in je bloed (dat heeft veelal te maken met stress); groeihormoondeficiëntie waardoor je meer vet opneemt dan je zou doen als je hormoonspiegel wel oké was; en binge eating disorder. Dat is een eetstoornis waarbij je met intervallen ontzaglijke hoeveelheden voedsel binnenspeelt maar je gaat niet braken of geen laxeermiddelen gebruiken om te compenseren, zoals je bij boulemia nervosa wel hebt. Je kan ook bepaalde virussen hebben die je darmflora beïnvloeden. Daar wordt tegenwoordig veel meer onderzoek over gedaan.

 

Er kunnen ook omgevingsfactoren zijn die je eetgedrag beïnvloeden. Medicatie is er daar één van: sommige stoffen prutsen aan je hormoonspiegels, je metabolisme, je hongergevoel of je vetopname, en hebben dus een effect op je gewicht. Daarbij horen dan insuline, psychofarmaca zoals antidepressiva en bepaalde antipsychotica, steroïden, bepaalde medicatie tegen epilepsie en bepaalde vormen van anticonceptiva. De ironie is dus dat je soms om gezond te zijn op één vlak, jezelf ongezond moet maken op een ander vlak.

Ik noemde eerder al socio-economische status als factor. In rijkere landen zijn vrouwen uit de hogere sociale klasse minder vaak te dik; terwijl in armere landen je in die klasse net vooral veel meer mensen met obesitas vindt. Eigenlijk houdt dat steek: in armere landen moeten armere mensen hard werken om met weinig geld weinig voedsel te kopen, terwijl rijkere mensen veel minder vaak een beroep zullen uitoefenen waarbij ze zelf fysiek actief moeten zijn (zoals landbouwer, mijnbouwer of fabrieksarbeider) en in staat zijn om meer geld uit te geven aan voedsel. In zo’n samenleving is obesitas een statussymbool: je kan alleen te dik zijn als je rijk bent, dus kijk eens hoe rijk ik ben. In rijke landen, zoals België, zijn het de rijkere mensen die in de winkel verse groenten en dure bioproducten kunnen betalen, die geld hebben voor fitnessabonnementen en elektrische fietsen om mee te gaan werken en die vrije tijd hebben om yoga te gaan doen. Armere bevolkingsgroepen combineren veel vaker jobs of werken vaker voltijds, waardoor ze minder vrije tijd en energie hebben om te sporten, en kopen veel vaker op een budget waardoor ze calorierijke, goedkope levensmiddelen verkiezen. Er is ook een andere eetcultuur: wanneer rijkere Belgen zichzelf trakteren gaan ze op restaurant, armere Belgen kiezen voor frietjes van het fritkot of afhaalpizza als speciale traktatie.

En ook waar we wonen in zo’n rijk of arm land maakt een verschil: in steden hebben mensen vaker obesitas, en in landen waar veel steden en verstedelijkte gebieden zijn ook. Ook dit houdt steek: in landelijke gebieden zijn meer landbouwers, die fysieke arbeid verrichten, en worden meer verplaatsingen te voet gedaan omdat er vaak gewoon geen verharde wegen zijn. In steden is de noodzaak om te bewegen veel kleiner want er zijn overal bussen en treinen, en wegen om met de auto te gaan; en steden zijn centra van de dienstensector, m.a.w. beroepen die je zittend of stilstaand uitvoert, zoals verkoper, bankier, sociaal werker secretaris.

 

Andere omgevingsfactoren zijn stress en slecht slapen (die hebben impact op je hormoonhuishouding, o.a. je cortisolniveau), milieuvervuiling, wanneer je moeder zelf al wat ouder was toen ze je kreeg en simpelweg ouder worden.

Dan zijn er nog de culturele gewoonten die bij eten horen. Denk aan dingen als je bord leeg eten of bij opscheppen om beleefd te zijn, geen voedsel wil verspillen, eten als een sociale gelegenheid (waarbij je vaak overeet omdat je in gesprek bent en dus niet let op wat je aan het eten bent en of je lichaam genoeg heeft) en de culturele status van bepaalde voedingsmiddelen. Wie drinkt er nu geen wijntje bij het avondmaal, of geen champagne op een receptie? Maar alcohol zit tjokvol suiker, en daar word je dik van. Er heerst ook sociale druk rond eten: teveel eten en dik zijn worden scheef bekeken in onze samenleving, maar hoe vaak wordt zelfs tegen een duidelijk veel te dik iemand gezegd Allé, neem er eentje, eentje kan geen kwaad. (Als duidelijk te dik iemand kan ik bevestigen: veel en veel en veel te vaak om altijd flink nee, danku te blijven zeggen.)

Dan is er nog het psychologisch effect van eten. Eten associëren we met gezelligheid. Het geeft ons een vol en voldaan gevoel. Het houdt ons bezig. We eten als we ons slecht voelen, comfort food. We eten als we ons vervelen, om iets om handen te hebben. We eten als we stress hebben, om onszelf te sussen. We eten extra veel met de feestdagen, om overvloed te symboliseren, ook voor onszelf. We bouwen van kinds af aan gewoontes op rond voedsel, en die zijn heel moeilijk te doorbreken. Let er maar eens op hoe vaak mensen zichzelf belonen met iets lekkers omdat ze vinden dat ze iets goed gedaan hebben, omdat ze het verdienen. Daar hebben we niet in te kiezen: Judson Brewer legt in deze TED-Talk heel goed uit hoe we de slechte gewoontes van eten en roken kweken omdat onze hersenen een goed gevoel verwachten als ze ons dit laten doen.

En tot slot is er reclame. En voor je zegt: ja, wat nou, alsof je teveel eet omdat de reclame je zegt dat je dat moet doen? Bedenk je dit: waarom zouden bedrijven miljoenen uitgeven aan reclame, als het niet werkt? Waarom zou er decennia onderzoek gedaan worden naar de meest verslavende crunch voor chips, als het geen winst zou opleveren? Voor bedrijven zijn wij consumenten, en eten is consumeren. Doe opnieuw voor jezelf de test: kijk eens hoeveel reclame je ziet voor voedsel. En let er eens op hoe vaak je later in de week iets soortgelijk koopt aan wat je zag. Van de gratis samplers die je krijgt als je het station uitwandelt tot de producten die Jeroen Meus’ kookprogramma sponsoren: de bedoeling is dat jij eet. Hoe meer je eet, hoe beter.

 

Een hele waslijst aan oorzaken dus. Dat betekent niet dat mensen met overgewicht het heft niet zelf in handen zouden kunnen nemen om hun gezondheid te verbeteren. Maar het mag duidelijk zijn dat eet een beetje minder en beweeg een beetje meer de reactie is van iemand die eigenlijk van overgewicht geen kaas gegeten heeft. Tof voor hen. Maar u bent nu beter geïnformeerd, dus u kan nu ook beter reageren.

 

4. En is dat nu erg?

Lees alsjeblieft Moreel in paniek over dikke mensen van Asha Ten Broeke. ’t Is een lange tekst, maar heel interessant. Ze heeft het o.a. over het feit dat de link tussen overgewicht en ongezond zijn helemaal niet zo duidelijk is als wij wel denken, en dat mensen met obesitas kerngezond kunnen zijn.  Ze heeft het ook over de manier waarop mensen die te dik zijn gediscrimineerd en gestigmatiseerd worden in onze samenleving op basis van subjectieve gevoelens als walging en medelijden, en de gevolgen die dat voor ons dikkerds kan hebben. Ten Broeke geeft onderzoeken en data die je in veel krantenartikelen over obesitas niet krijgt. En ze is niet alleen. Steeds meer onderzoekers stuiten op het feit dat de ogenschijnlijk overduidelijke link tussen gewicht en gezondheid misschien helemaal niet zo overduidelijk is.

Overgewicht houdt risico’s in, en al helemaal als het veroorzaakt werd door ongezond eten of teveel drinken. Er zijn onderzoeken die suggereren dat je niet alleen meer kans hebt op overgewicht omdat je niet rijk bent, maar meer kans maakt op armoede omdat je te dik bent. Dat zou komen omdat dikke mensen (en vooral dikke vrouwen) effectief gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt, en omdat ze meer geld verliezen aan bepaalde aan overgewicht gelinkte gezondheidsproblemen, zoals diabetes type II (insuline is niet goedkoop) en rugproblemen. [x]

Maar de vraag is op te dik zijn nu echt zo erg is dat we er allemaal over in paniek moeten slaan, met vettaksen en fat shaming online aan elk eind van het spectrum. In het artikel How Obesity Became a Disease wordt de geschiedenis van de term obesitas uit de doeken gedaan: de medicalisering van overgewicht als een ziekte in plaats van gewoon iets wat je met je lichaam doet (zoals je ook je haar kan verven of je nagels laten groeien) en de verandering van de normen daaromtrent. En tegelijk beschrijven ze de opkomst van de dieetindustrie, waarbij er miljoenen te verdienen valt aan eetlustremmers en vetverbranders, fitnessprogramma’s en kookcursussen, vetarme salami en super foods.  Dezelfde bedrijven die ons dik maken, verdienen aan onze schaamte en angst.

In het opiniestuk Obesity is an Incurable Disease. So Why Does the Government Insist On Punishing Sufferers? legt auteur George Monbiot aan de hand van een aantal onderzoeken date een bepaalde vorm van overeten die leidt tot overgewicht door onderzoekers omschreven wordt als een eetverslaving. En een verslaving is een gedragspatroon dat maar heel moeilijk te doorbreken valt. Hij stelt dus wel dat het over een vorm van ziekte gaat, maar legt de persoonlijke verantwoordelijkheid voor het overgewicht niet zomaar bij de eter, maar bij een samenleving die eten heel erg belangrijk maakt en consumeren aanmoedigt en bij hersenen die ons belonen met een goed gevoel wanneer we veel van bepaalde stoffen (zoals vetten en suikers binnen spelen. Monbiot zegt dus niet dat het overgewicht op zich ongezond is of een probleem, maar de onderliggende eetverslaving.

Daar komt nog bij dat het heel ongezond is om op korte termijn heel veel gewicht te verliezen, ongezonder dan om je gewicht heel langzaam af te bouwen en om te zetten in spierweefsel.[x]

Overgewicht is dus onpraktisch, maatschappelijk ongewenst en in sommige gevallen ongezond. Overgewicht kan een teken zijn van een ongezonde levensstijl of een ongezond voedingspatroon. Maar het is allemaal veel genuanceerder en ingewikkelder dan vet wijf, leg uw hamburger neer en ga sporten. Dat is geen antwoord op de vraag, maar soms is er geen antwoord op de vraag, maar alleen een nieuwe vraag.

In plaats van te vragen Is dat nu erg? zou je je kunnen afvragen Voel ik mij slecht? Niet Voel ik mij lelijk? of Voel ik mij dik?  maar Voel ik mij ongezond? En het antwoord op die vraag, maakt of het voor jou erg is of niet.

 

 

Advertenties

3 gedachtes over “92. Waarom zijn sommige mensen te dik?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s