78. Wat is zo slecht aan een Gutmensch?

pope francis

Een zeldzaam portret van de Gutmensch zonder zijn opgestoken vingertje.

 

 

Het is weer zover! Een nieuwe week, een nieuwe column aan het ontbijt die mij aan het schrijven zet. Deze week: Maarten Boudry over de Gutmensch. Ja, ik weet het, we hebben Boudry al gehad [x], maar aangezien ik de laatste weken heel veel gelezen heb over de retoriek van rechts in Europa, dacht ik dat het weleens interessant zou kunnen zijn om een stukje van die retoriek te analyseren.

1. Waarom woorden er toe doen

We vergeten immers gemakkelijk dat woorden niet alleen een betekenis hebben, maar ook een heleboel connotaties, en dat die connotaties veel meer communiceren dan zo’n woord alleen. Klinkt verwarrend? Een voorbeeld.

Wanneer we het hebben over immigratie, worden er verschillende woorden gebruikt voor dezelfde groep mensen: gelukszoekers, ontheemden, sans-papiers, illegalen, vluchtelingen, asielzoekers. Niet al die woorden betekenen hetzelfde: wettelijk gezien, bijvoorbeeld, is er een verschil tussen een asielzoeker en een erkende vluchteling [x]. Een asielzoeker wiens verzoek afgewezen is, verblijft illegaal in ons land. Die persoon IS niet illegaal, diens verblijf is illegaal, maar door zo iemand illegaal te noemen impliceren we dat het bestaan van die persoon zelf een misdrijf is, en op die manier kunnen we gemakkelijker hardhandig tegen hen optreden. Sans-papiers benadrukt dan weer dat legale onderscheid: dit is een mens als alle andere, maar een mens zonder papieren. Maar dat impliceert ook dat hij zonder rechten is. De term sans-papiers kan dus gebruikt worden om afgewezen asielzoekers te verdedigen, maar ook om hen te straffen. De term ontheemde benadrukt het feit dat dit mensen zijn die ver weg zijn van huis, en dat we misschien wat medelijden met hen moeten hebben. Gelukszoekers daarentegen benadrukt dat zo iemand eigenlijk zijn land niet hoefde te verlaten, er zelf voor gekozen heeft om ontheemd te zijn, en dat we dus helemaal geen medelijden hoeven te hebben. Vluchtelingen zelf verwijst naar datgene waar mensen voor op de vlucht zijn, en dat is doorgaans iets ergs. En asielzoeker verwijst naar datgene wat van ons gevraagd wordt, en dat geeft sommige mensen stress. Dus zelfs de “neutrale” termen vluchteling en asielzoeker zijn niet neutraal.

Wat meer is: wanneer iemand een afgewezen asielzoeker omschrijft als ontheemd of gelukszoeker, dan weten we meteen aan welke kant van de ideologische discussie we die persoon moeten gaan zoeken: iemand die heel open staat voor het opvangen van vluchtelingen zal hen eerder als vluchtelingen en ontheemden beschouwen, los van hun legale status; iemand die deze mensen niet wil opvangen zal termen gebruiken die de persoon criminaliseren. Op die manier beïnvloed je hoe mensen over een situatie denken: een ontheemde vluchteling zal je minder snel op een vliegtuig willen zetten voor een gedwongen terugkeer naar het super stabiele Bagdad, dan een illegale gelukszoeker.

Dit voorbeeld is niet willekeurig gekozen, want het woord Gutmensch past ook binnen die ideologische scheidingslijn: mensen die het gebruiken zullen het ook eerder hebben over illegale gelukszoekers; en ze verwijzen met de term naar die mensen die eerder ontheemde vluchteling zullen gebruiken. Heel kort door de bocht: Gutmensch is een rechtse term, gebruikt voor linkse mensen.

 

2. Wat is een Gutmensch, en waar komt hij vandaan?

Letterlijk betekent het gewoon goed mens. Wil niet elke mens graag een goed mens zijn?

Wel, Gutmensch wordt niet gebruikt om te verwijzen naar mensen die goede dingen doen, maar naar mensen, groepen of milieus (in dat geval is het woord Gutmenschentum, of goede mensen-dom) die goed doen om gezien en erkend te worden door hun gelijkgezinde omgeving, en wiens visie op goed dogmatisch is, d.w.z. die geen nuance erkennen binnen wat zij als goed ervaren. Maar het begrip heeft een hele evolutie gekend om tot deze versie te komen.

 

Het valt je misschien op dat Gutmensch een Duits woord is. Dat is omdat het binnen de Duitse politiek ontstaan is. Het is een Kampfbegriff, een strijdkreet, van de Duitse rechterzijde. Het dateert van 1980 en het omschreef oorspronkelijk “mensen die humanistische, altruïstische en religieus-medemenselijke levensdoelen en argumenten hoger inschatten dan utilitaristische; en hun handelen, politiek en leven daar naar inrichten.”

Op zich omschrijft dit een groep mensen die dus gelooft in humanistische waarden als solidariteit, gelijkheid en de vrije keuze van de mens, en dit kadert binnen een dienstbaarheid aan anderen (soms om religieuze redenen). Als je zelf egoïsme superbelangrijk vindt (denk aan Ayn Rand [x]) dan zal je het grondig oneens zijn met die mensen.

Oorspronkelijk is het woord nog niet zo negatief beladen als het nu is: het omschrijft de politieke groep die in de Verenigde Staten ‘liberals’ genoemd worden en hier in België wat veralgemenend ‘links’: een groep die een eerder sociaaldemocratisch gedachtegoed heeft, het belangrijk vindt om anderen te helpen (ook als dit soms ten koste van de persoon zelf gaat) en keuzes maakt op basis van principes eerder dan praktische overwegingen (bv. ik betaal liever een beetje meer voor mijn biogroentjes, want bioteelt is in principe beter voor iedereen, ook al kost het meer geld).

In de jaren ’90 kreeg de term in Duitsland de negatieve connotatie die het nu heeft – net zoals iemand ‘links’ of ‘liberal’ noemen tegenwoordig ook eerder beledigend bedoeld is. In 2000 werd het woord opgenomen in de Duden, de officiële Duitse spellingsgids, als “[naiver] Mensch, der sich in einer als unkritisch, übertrieben, nervtötend o. ä. empfundenen Weise im Sinne der Political Correctness verhält, sich für die Political Correctness einsetzt”.

En daar is weer de term die we nodig hebben om het woord Gutmensch eigenlijk juist te verstaan: politieke correctheid. [x] PC betekende oorspronkelijk, in de Russische context: wat mag gezegd worden van de politiek. In de jaren ’90 werd het in de V.S. gebruikt door republikeinen om aan te duiden dat ze het niet fijn vonden een politieke en ideologische minderheid te vormen onder president Clinton, maar ook onder Bush en nu Trump blijft politically correct verwijzen naar een linkse ideologie en een links taalgebruik, en dus niet naar de taal die eigenlijk politiek correct is. Dat geeft de term meer slagkracht dan ze verdient: het lijkt zo alsof links nog steeds de macht heeft die hoort bij de term politiek correct, maar dat is al lang niet meer zo. En zo komen we in het verhaal van de onderdrukte meerderheid. (Check even in deze blog hoe oneerlijk dat soms is.)

Een Gutmensch is politiek correct, en politiek correcte mensen zij Gutmenschen.

 

3. Is alleen de linkerzijde principieel?

Een Gutmensch is dus naïef en onkritisch. Denk terug aan de oorspronkelijke betekenis: principieel. Iemand die bij het maken van een (politieke) keuze principes, de dingen waar hij of zij in gelooft, belangrijker acht dan praktische overwegingen. Het milieu is belangrijker dan mijn portemonnee, ik kan wel met wat minder als dat betekent dat bejaarden een hoger pensioen hebben, elk mens verdient respect dus ook de neonazi die mij Gutmensch noemt…

Die verschuiving van “principieel” naar “naïef en onkritisch” zegt iets over hoe onze maatschappij naar die principes kijkt, want het zijn de principes zelf (menselijkheid, solidariteit, gelijkheid) die naïef zijn, en het vasthouden aan die principes ook wanneer het in je eigen nadeel uitvalt wordt gezien als onkritisch. Het is beter om principes af en toe los te laten.

En daar is iets voor te zeggen. Politiek is immers de kunst van het compromis, van water bij de wijn doen, van af en toe praktisch te zijn. De implicatie is dat links hier veel slechter is dan rechts.

 

Maar is dat zo? Toen in 2015 bij een terroristische aanslag op het kantoor van het Franse satirische blad Charlie Hebdo een aantal slachtoffers vielen [x], was de reactie over het hele spectrum hetzelfde: vrijheid van meningsuiting en persvrijheid zijn belangrijke westerse principes, en we wijken daar niet van af. Ja, spotprenten rond religie zijn provocerend, maar wij vinden dat provoceren een democratisch recht is. Kom maar af, zelfmoordterroristen, wij zijn klaar voor de strijd.

Ook de rechterzijde van het spectrum, zij die het woord Gutmensch gebruiken om links te omschrijven, hield het been stijf. Nochtans was dat geen praktische houding: praktisch zou geweest zijn om te zeggen: ‘Laten we misschien eventjes wat gas terug nemen met die provocaties’. Het was (en is) immers in ons eigen nadeel om dat recht om te spotten zo absoluut te nemen: er gaan altijd gekken zijn die daar op reageren met geweld, maar zo’n spotprenten schofferen heel wat meer mensen dan alleen de gewelddadige gekken. Moslims, joden, holebi’s, transmensen, katholieken, Vlamingen, nationalisten… niemand vindt het leuk om belachelijk gemaakt te worden. Dat zorgt voor wrevel en interne conflicten, en wakkert wij-zij denken aan.

Maar de reactie was helemaal niet praktisch, en al helemaal niet ter rechterzijde, waar #JeSuisCharlie een nieuw (tijdelijk) Kampfbegriff werd. Rechts reageerde hier zelf heel principieel. Wat maakt dan dat die reactie niet Gutmenschlich was?

 

Wel… het was rechts. We zijn allemaal blind voor de balk in ons eigen ogen, hoe goed we de splinter in die van de ander ook analyseren. Principes staan inderdaad in de weg van Realpolitik, dat is een feit. Maar Realpolitik zelf is ook een principiële kwestie: ik geloof dat het best is om beslissingen te nemen op basis van feiten en het grootste nut voor de grootste groep binnen de bevolking, ook al gaat dit tegen mijn eigen waarden in. Ook dat is een principe. Ook iemand die dus wel de utilitaristische keuzes maakt, is principieel.

Maar wanneer de ander het doet, de ander waar we het niet mee eens zijn, dan ergeren we ons daar aan. Kan die persoon niet zien dat wat hij doet stom is, en slecht voor de mensheid? Links en rechts denken dit van elkaar. Alleen heeft rechts een woord voor wanneer links het doet, en links (nog) niet voor wanneer rechts het doet.

 

4. Wil alleen de linkerzijde goed zijn?

En blogger die publiceert onder de titel De Linkse Kerk (slagzin: De Waarheid is Hard!) heeft volgende dingen te zeggen over de Gutmensch (hij verwijst niet naar de historische context van het woord wanneer hij het uitlegt, alsof hij het zelf heeft uitgevonden):

Gutmenschen hebben een dwingende behoefte “goed” te zijn…. Ook heeft de Gutmensch de pretentie te weten wat goed is en wat niet. Zij weten ook wat goed is voor de mensheid en wat niet. … Hoewel ze dit nooit uitspreken verdelen Gutmenschen de wereld in Gutmenschen en Slechtmenschen … In de beleving van de Gutmenschen weten zij wat goed is voor de mensheid, zij hebben tenslotte het beste met de mensheid voor. Wie hun visie niet deelt is dus fout en slecht en dient met alle middelen bestreden te worden. Alles ten bate van de mensheid, dat spreekt vanzelf. [x]

Als je dat leest, dan rijst de vraag: welke mens heeft niet de behoefte om goed te zijn? En als je als mens denkt dat je goed handelt, is dat dan niet omdat je denkt (de pretentie hebt) te weten wat goed is? En als je echt gelooft dat wat jij doet goed is, ga je dan niet proberen om mensen die het tegenovergestelde doen te bestrijden? Is dat niet gewoon… logisch? Menselijk?

De angel zit in de staart van het citaat: “de mensheid”. Linkse mensen, liberals, zullen zich vaker identificeren als globalisten, wereldburgers, kosmopolieten. Rechtse mensen zullen zich vaker identificeren als regionalisten, nationalisten, patriotten. De verbondenheid vanuit die humanistische, altruïstische principes met de hele mensheid staat inderdaad haaks op de verbondenheid met de eigen cultuur (taal, religie, gebruiken…) en bodem die veel vaker in een rechts discours kruipt.

Heel kort door de bocht: het is Emmanuel Macrons “Make our planet great again” [x]tegenover Donald Trumps “Make America great again” [x]. Mensen die in het eerste kamp vallen zullen wijzen naar het feit dat keuzes maken, hier en nu, voor één bepaalde groep bewoners van de aarde op lange termijn alleen negatieve gevolgen kan hebben voor de rest van de wereldbevolking (en voor de afstammelingen van diezelfde groep); mensen die in het tweede kamp vallen zullen zeggen dat je eerst voor jezelf en de jouwen moet zorgen, voor je aan anderen denkt, en dat als iedereen dat doet het resultaat hetzelfde zou zijn.

Dat zijn twee positie die diametraal tegenover elkaar staat maar, opnieuw: twee principes. Het nationalistische protectionisme en isolationisme van Donald Trump is exact even principieel als de waarden van de Gutmenschen.

Het is dus een geval van de pot en de ketel en het verwijt van zwart te zien. Maar waar zit dan het verschil?

 

5. Spreekt de linkerzijde zichzelf constant tegen?

Enter de column van Maarten Boudry, die ik in deze blog (samen met mijn bananenmilkshake) probeer te verteren. Zijn stelling is immers dat de linkerzijde doet alsof ze goed wil zijn en heel principieel is, maar dat vooral dient om zichzelf er goed te doen voorkomen. Het is allemaal niet gemeend, stelt hij, dat linkse gedoe.

Wat me stoort aan gutmenschen is niet zozeer dat ze zich moreel superieur voelen, maar dat ze die morele superioriteit verpakken als haar tegendeel: deemoedige zelfkastijding en moreel relativisme. Het is een superioriteitsdenken dat zich superieur waant precies omdat het verbeeldt dat het elke vorm van superioriteitsdenken afzweert. [x]

 

Boudry zegt hier dus: Gutmenschen (het is bijzonder vreemd dat hij een Duits woord niet met een hoofdletter schrijft, trouwens) doen alsof ze vinden dat iedereen gelijk is, en het is net die visie die hen in hun ogen beter maakt dan anderen.

Maar is dat zo? Denk terug aan onze definitie: de principes die Gutmenschen hanteren waren solidariteit, menselijkheid, altruïsme, gelijkheid. Dat zijn hele ruime ethische begrippen. Ik kan perfect solidair zijn met iemand die nooit solidair zal zijn met mij. Heeft zo iemand het recht om niet solidair te zijn met mij? Ja, natuurlijk, en ik erken dat recht. Maar ik vind solidariteit nu eenmaal belangrijk, dus ik ga dat gewoon doen. Ik wil elke mens behandelen als mens, ook als die mens onmenselijke dingen gedaan heeft (daarom zijn veel Gutmenschen tegen de doodstraf, bijvoorbeeld). Betekent dit dat als iemand voor de doodstraf is, ik die niet meer als mens wil behandelen? Nee, want mijn principe blijft staan.

De crux van het probleem voor mensen als Boudry zit hem in het ideaal van gelijkheid: ik behandel mensen als mijn gelijke, ook als zij mij niet als hun gelijke zien. Vind ik dat ik die persoon niet mijn gelijke is omdat die mijn principe van gelijkheid niet hanteert? Nee, hij blijft mijn gelijke, ook al zou hij mij met minder respect behandelen dan ik hem.

 

Boudry maakt hier een heel eenvoudige denkfout: hij gaat er van uit dat gelijkheidsdenken en moreel relativisme elkaar moeten tegenspreken of uitsluiten. Moreel relativisme betekent dat je er van uit gaat dat elk ethisch systeem, elke manier van denken over goed en kwaad, even juist of even fout is. Er zit immers geen moraliteit in de natuur, en alle andere redenen om goed of kwaad op een bepaalde manier te denken (religie, effect op de samenleving, natuurwetsdenken) is zelf een deel van dat ethische systeem. Dus het gaat niet over juist of fout, maar over wenselijkheid: wat wens ik dat de wereld zou zijn, als ik het voor het zeggen had? En die wens doe je op basis van principes die je belangrijk vindt, bv. gelijkheid. Als je gelijkheid belangrijk vindt, dan zal je bepaalde ethische systemen beter vinden dan andere ethische systemen – volgens je eigen criteria.

ZIJN bepaalde ethische systemen beter dan andere? Nee. VIND IK bepaalde ethische systemen beter dan andere? Ja.

Maar ik kan perfect geloven dat mensen die ethische systemen hanteren waar ik het niet mee eens ben, nog steeds mijn gelijken zijn: nog steeds even intelligent als ik, evenveel een ethisch wezen als ik, evenveel een mens als ik. En ik kan die mensen nog steeds als mijn gelijke willen behandelen: in dialoog gaan, respect tonen, helpen, etc… Er zit dus geen interne tegenspraak in: Gutmenschen verpakken hun gelijkheidsdenken niet als moreel relativisme, het zijn vaak morele relativisten wiens eigen moraliteit bepaald wordt door gelijkheidsdenken.

Als er geen doen alsof is, dan vervalt dat stukje van Boudry’s kritiek alvast.

 

6. Is de linkerzijde schijnheilig?

Een ander punt van schijnheiligheid is de neiging van linkse gutmenschen om, wanneer iemand als Rutten de superioriteit van onze samenlevingsvorm verdedigt, meteen een waslijst op te sommen van wat ‘wij’ allemaal verkeerd doen: dat we het klimaat naar de knoppen helpen, dat we onze vrouwen dwingen om aan een mannelijk schoonheidsideaal te beantwoorden, dat we onze bejaarden naar rusthuizen verbannen, dat we allemaal egoïstisch en onverdraagzaam zijn geworden, en dat we onze kinderen volproppen met psychofarmaca.

Dat klinkt deemoedig en bescheiden, maar dat is slechts schijn. In werkelijkheid rekent de linkse gutmensch zich helemaal niet tot die ‘wij’. Overal waar je ‘wij’ en ‘ons’ ziet in hun betoog, bedoelen ze eigenlijk ‘zij’ en ‘hen’: de neoliberalen, de bange blanke mannen, de rechtse zakken. [x]

Boudry stelt dat het hypocriet is om over ‘wij’ te spreken, omdat de implicatie is dat de persoon die zegt ‘wij maken ook fouten’ bedoelt dat hij zelf geen fouten maakt.

Maar is dat zo?

We nemen terug onze definitie van de Gutmensch: de principiële humanistische, altruïstische, solidaire gelijkheidsdenker die zich verbonden weet met de hele mensheid.

Zal zo iemand ontkennen dat hij zelf mee het klimaat naar de knoppen helpt? Nee. Zal zo iemand ontkennen dat ze meedoet aan dat bevestigen van het schoonheidsideaal? Nee. Zal zo iemand beweren dat hij niet egoïstisch of onverdraagzaam is? Ja, want dat is – herinner u – het principe waarover gebotst wordt.

En hier legt Boudry, zonder het te beseffen, een belangrijke eigenschap van de Gutmensch bloot: hij is in de minderheid. Want de samenleving is radicaal anders dan hij zou willen: de samenleving is niet altruïstisch, is niet open, is niet solidair… Daarom zit de ideologie van de Gutmensch niet in het centrum, maar op links: deze groep is een uitzondering, een randfenomeen.

De aanname dat de Gutmensch zich niet altijd bij dat “wij” voelt horen, is dus per definitie juist: in een samenleving waarin de principes van de Gutmensch door alle leden gedeeld werden, zou het woord nooit uitgevonden zijn. Het is net omdat-ie in de minderheid is, dat er een woord voor bestaat.

 

Maakt dat de uitspraak, zoals Boudry zegt, schijnheilig? Niet noodzakelijk. In de context van het soort ideologische discussies waarin de Gutmensch als groep opvalt, helemaal niet zelfs, omdat er in die context altijd in veralgemeningen gesproken wordt. Als Gwendolyn Rutten het heeft over ‘onze samenlevingsvorm’, dan is ze bijzonder veralgemenend aan het spreken. Ze bedoelt de democratische rechtstaat en de liberale grondwet van ons land, maar heel wat Belgen zijn tegen een aantal belangrijke principes: de scheiding der machten werd bijvoorbeeld aangevallen door Theo Francken van NV-A, een lid van één van de regerende partijen; er is de oproep om islam minder zichtbaar te maken (gaat in tegen vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid); de roep om de macht van de vakbonden in te perken (gaat in tegen het recht op zelforganisatie, het stakingsrecht en ons sociale overlegmodel); en ga zo maar verder…

Er is dus geen wij. Maar als het niet schijnheilig is van Rutten om veralgemenend te zeggen‘Wij zijn beter’, is het niet schijnheilig om te antwoorden ‘Neen, dat zij wij niet’. Of het is allebei schijnheilig, maar dat is een argument dat ik Boudry niet zie maken.

 

7. Is Boudry zelf een beetje hypocriet?

Boudry sluit af met een stukje over virtue signalling.

Bij linkse gutmenschen krijg je vaak indruk dat het hen niet om echte oplossingen voor samenlevingsproblemen te doen is, maar om het gevoel van morele rechtschapenheid. In het Engels heet dat ‘virtue signaling’: het pronken met de eigen deugdzaamheid.

… Niet de overtuiging van morele superioriteit is ergerlijk, wel de neiging om je eigen deugdzaamheid belangrijker te vinden dan reëel leed.

… Zo signaleert de gutmensch dat hij tegen wij-zij-denken is, dat hij verdraagzaam is en in diversiteit gelooft, en dat hij strijdt tegen polarisering en stigmatisering… [x]

 

Virtue-signalling is een interessante term om de context van het woord Gutmensch goed te begrijpen. Het verwijst naar een concept uit de evolutiebiologie waar de meeste mensen mee vertrouwd zijn: communicatie via organismen verloopt op verschillende niveaus en via verschillende kanalen tegelijk. Eén van die kanalen is gedrag.

Neem bijvoorbeeld Donald Trumps vreemde manier om handen te schudden [x]. Waarom valt dat zo op? Omdat zijn lichaamstaal afwijkt van wat we normaal vinden. Hij is als de man die giert van het lachen op een begrafenis, of die al zijn woorden achterstevoren uitspreekt: we weten wat het is om te lachen, maar niet in de context van een begrafenis; we weten wat de woorden zijn, maar betekenen ze nog hetzelfde achterstevoren?

Als jouw onbeholpen neefje met ASS niet goed is in handen schudden, dan begrijpen we de betekenis van dat gedrag: het neefje heeft ASS, hij is niet vlot in het lezen van sociale conventies, hij wordt niet graag aangeraakt, maar hij doet zijn best. Dat gedrag is betekenisvol voor ons. We begrijpen alle connotaties van die handdruk.

Als de 70-jarige president van één van de politiek belangrijkste landen ter wereld niet goed is in handen schudden, dan hebben we daar geen context voor. Wat zijn de connotaties? Hoe moeten we dit begrijpen?

 

Als jouw moemoe elke zondag naar de kerk wil om daar op de eerste rij te gaan zitten en luidop te bidden, dan weten we wat dit betekent. De connotaties zijn duidelijk: moemoe is heel gelovig, en moemoe wil ook heel graag dat alle andere mensen in de kerk merken dat ze heel gelovig is en dat ze haar daar extra voor respecteren. Als een leerling tijdens ramadan weigert om te dansen in de turnles omdat dansen en muziek verboden zijn door haar geloof, dan zijn de connotaties duidelijk: ze wil laten zien dat ze ramadan ernstig neemt, dat ze haar geloof ernstig neemt, en ze hoopt op het respect van de andere moslims in haar peergroep voor dat gedrag.

Dat soort gedrag heet dus virtue-signalling: gedrag waardoor je laat zien hoe toegewijd je bent aan je geloof. De term zelf heeft geen veroordelende connotatie, het is gewoon een beschrijvende term voor een bepaald soort gedrag binnen een bepaalde theorie rond menselijke communicatie.

 

Maar de term is heel recent politiek gerecupereerd, door één bepaalde ideologische groep: extreemrechts. Er wordt een waardeoordeel aan gekleefd: dit is slecht. In 2008 dook het op in de context van anti-islamofoob denken (als de oorzaak van het niet stoppen van islamistisch radicalisme). Niet veel later werd het gerecupereerd door Ann Coulter, een boegbeeld van de zogenaamde alt-right (extreemrechts) in de V.S.

Het verwijt is dat wanneer mensen op linkerzijde wijzen op die nuances, als ze politiek correct spreken, als ze aangeven dat alle mensen gelijk zijn ook al geloven ze dingen die jij niet gelooft en elk ethisch systeem even juist of fout is – dat ze dat doen om aan elkaar te laten zien hoe goed ze zijn, hoe overtuigd ze zijn van hun eigen gelijk, hoe consequent.

Daar valt weinig tegen in te brengen: ongetwijfeld zullen er wel mensen zijn die dan doen. Is dat nu typisch voor links? Is dat typisch Gutmenschlich? Of gewoon Menschliches, allzu Menschliches?

 

Eerder in hetzelfde stuk schrijft Boudry:

In de reacties op mijn opiniestuk in De Morgen over de superioriteit van de liberale democratie, schreven verschillende opiniemakers dat het woord ‘superieur’ ook het bestaan van iets ‘inferieur’ veronderstelt. En dat vonden ze evident verwerpelijk.

Maar ik voel me hoegenaamd niet betrapt. Ik heb er namelijk geen enkele moeite mee om een communistische dictatuur of een wahabistische theocratie als ‘inferieur’ te bestempelen, vergeleken met de liberale democratie waarin wij leven. En het idee dat vrouwen minderwaardige schepsels zijn, vind ik ook achterlijk en moreel inferieur. Wie niet?

Als we eerlijk zijn, vinden we die denkbeelden allemaal minderwaardig, maar de linkse gutmensch wil dat niet toegeven, of slechts knarsetandend, omdat hij graag de indruk wekt dat elk superioriteitsdenken hem vreemd is. [x]

 

Vrije vertaling: “Ik durf in te gaan tegen dat linkse dogmatische denken. Ik ben niet zoals hen. Ik ben eerlijk, ik vind onze samenleving superieur en ik schaam me daar niet voor.”

Als Maarten Boudry, gediplomeerd filosoof, de term virtue-signalling gebruikt, doet hij dan zelf niet aan virtue-signalling? Als hij echt in dialoog zou willen gaan met dat stuk van de bevolking dat ideologisch door en door links is, dat absoluut gelooft in die humanistische, solidaire verbondenheid met gelijken over de hele wereld, met die Gutmensch… zou hij dan een term gebruiken uit het woordenboek van extreemrechts? Weet hij niet dat hij op die manier op voorhand al mensen tegen zich in het harnas jaagt?

Het gebruik van termen als Gutmensch en virtue signalling dient maar één doel: het is de codetaal waarin rechts elkaar herkent. Het is de connotatie: ik ben niet zoals die linkse schapen, ik ben veel beter, veel slimmer. Mijn ogen zijn open. M.a.w. Maarten Boudry, die een filosofische traditie van 3.000 jaar in zijn achterzak heeft zitten en een vocabularium om elke nuance in elk debat te kunnen omschrijven, gebruikt wetens en willens taal die hoort tot de alt-right.

Dat is virtue signalling, in een stuk dat niet bedoeld is voor het brede publiek en al helemaal niet voor het Gutmenschentum, maar voor hen die geen blogpostje nodig hebben om zijn taal te spreken. Hij schrijft voor gelijkgezinden, in hun taal. De taal van de alt-right.

Schijnheiligheid en hypocrisie waren de dingen waar Boudry zich in Gutmenschen aan ergerde. Well, right back at ya’.

 

8. Wat is er nu mis met die Gutmensch?

Wel, niks. Het is gewoon een propagandaterm van één hoek van het politieke spectrum (laten we voor het gemak zeggen: extreem-rechts) om een andere hoek van het politieke spectrum (links) belachelijk te maken. Heiliger dan de paus willen zijn, werd er vroeger over tsjeven gezegd. Propgandataal is zo oud als politiek zelf, maar het is belangrijk om er aandachtig mee om te gaan, want zoals we in het begin zagen, kan een goed gekozen woord een discussie volledig doen omslaan.

Net zoals je geen illegale sans-papiers gelukszoekers een sociale woning wil zien pikken van onder de neus van je moemoe, hoe vervelend haar kerkbezoeken ook, zo wil je ook niet de les gespeld worden door zo’n naïeve, schijnheilige Gutmensch. En als iemand je meteen als Gutmensch bestempeld in een discussie, word je meteen buitenspel gezet – maar die persoon zet zichzelf ook buitenspel, want ter linkerzijde word je meteen in de alt-right hoek geduwd.

Er zijn heel wat kritieken mogelijk op de manier waarop vanuit linkse hoek op dit moment over bepaalde thema’s gesproken wordt. Er zijn veel taboes, en semantische discussies over welk woord nu het minst aanstootgevend is verbergen vaak structurele problemen die een veel grotere impact hebben (Zwarte Piet vs. systematisch racisme bij het afhandelen van sollicitaties, bijvoorbeeld). Dat punt zie ik Boudry niet maken, wellicht omdat hij dan opnieuw moet erkennen dat die linkse groep een kleine minderheid is in ons politieke en ideologische landschap. De frustratie van een groep mensen met veel middelen en een hoger-dan-gemiddelde scholingsgraad, maar weinig politieke slachtkracht, vertaalt zich in een strijd rond symbolen en taal. Zij die zich als spreekbuis opwerpen zijn vaak intellectuelen en kunstenaars, die sowieso een andere taal spreken dan de modale Vlaming, waardoor de kloof met de rest van onze centrum-rechtse maatschappij ook almaar groter wordt. En het ontbreekt links vaak aan zelfbewustzijn op dat vlak. En ja, ook ikzelf ben aan al die dingen schuldig.

Maar is er iets mis met de Gutmensch an sich? Laten we eens terugkijken naar onze definitie: “mensen die humanistische, altruïstische en religieus-medemenselijke levensdoelen en argumenten hoger inschatten dan utilitaristische; en hun handelen, politiek en leven daar naar inrichten.”

Jezus, Boeddha, Martin Luther King. Bwah… Goed gezelschap, zou ik zeggen. Maar ik ben er dan ook zelf één, zo’n Gutmensch. EN OF ik dat een compliment vind.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s