63. Hoe spot je islamofobie?

o-ASDKJF-570

Duidelijk geen islamofobie: vrouwen steunen solidair een meisje dat aangevallen werd omwille van het dragen van haar hijab.

Islamofobie, het is één van die nieuwe woorden die iedereen weleens gebruikt of hoort gebruiken, maar waar je eigenlijk nooit echt helemaal zeker van weet wat het nu precies is.
Het lijkt een eenvoudig woord, omdat we er nog zo kennen: arachnafobie is angst voor spinnen, agorafobie is angst voor open ruimtes en claustrofobie is het omgekeerde. En dan heb je vreemdere dingen zoals coulrofobie (angst voor clowns), waar heel veel mensen wel een beetje last van hebben, al kunnen we nooit goed uitleggen waarom. Fobieën zijn psychische afwijkingen die soms een stoornis kunnen zijn: angst voor spinnen bepaalt ons leven doorgaans niet, maar als je bang bent om je huis te verlaten, wordt het leven plots heel erg ingewikkeld. Angststoornissen zijn dus in de eerste plaats gedragsstoornissen: je gedrag verloopt niet zoals je zou verwachten, want er zit iets in de weg. En dat iets wat in de weg zit, is angst.
Het lijkt alsof islamofobie in dat rijtje past, maar dat is niet zo.

Als ik een man verkleed als een lelijke panda zie aan de poort van Planckendael, dan doet mijn maag rare dingen en wil ik weglopen. Ik heb niks tegen die man, ik wil hem niet dood en ik wil hem zijn job niet afpakken, misschien is hij zelfs supertof. Maar zolang hij dat pandapak aanheeft, ben ik bang. Als hij mij vastpakt voor de foto, of mij achtervolgt tot aan de flamingo’s, durf ik zelfs al eens een hoog kreetje slaan. Ik heb daar geen enkele goeie reden voor: ik ben nooit aangevallen door een man in een pandapak, bijvoorbeeld, en ik ken geen statistieken over mannen in pandapakken en dat die zoveel gevaarlijker zouden zijn dan andere mannen. Mijn angst, en dus mijn gedrag, is irrationeel.
En dat is belangrijk om te onthouden.

Islamofobie wordt gebruikt om een bepaalde vorm van ‘spreken over islam en moslims’ aan te duiden die we niet meteen racistisch willen noemen als samenleving, omdat degenen tot wie dat spreken behoort sociaal en politiek in de meerderheid zijn en er ook argumenten voor lijken te hebben. Ze zijn dus geen uitzondering, en ze beschouwen zichzelf als rationeel. Geen stoornis dus. Maar wat is het dan wel?
Wel het volstaat om eender welke aan islam gelinkte status te openen op Facebook, en de commentaren te lezen. Deze zijn een beetje random gevonden tussen de reacties op het artikel “Aanslagen hebben niets met islam te maken” op de Facebookpagina van Het Laatste Nieuws, gepost op 14/11/15:

islamofobie 1

Dit is een duidelijk voorbeeld van een islamofobe reactie: De auteur (laten we hem voor het gemak Patrick noemen) gebruikt alleen veralgemenende taal: “moslims” en dus niet ‘sommige moslims’ of ‘dit soort moslims’, “jullie” (want hij antwoord op een islamitische vrouw die wellicht niks met deze aanslagen te maken heeft), “islam is” en dus niet “deze vorm van islam is” of “islam lijkt mij”.

Veralgemenend taalgebruik is altijd fout. Het bekendste voorbeeld komt van de Britste filosoof David Hume. Hij gaf het voorbeeld van de zwaan. Tot de ontdekking van Australië kon je gerust zeggen alle zwanen zijn wit en je zou gelijk krijgen. Maar dan bleken er zwarte zwanen te zijn. Dus Hume concludeerde dat je alleen iets kon zeggen over ALLE zwanen als je ook alle zwanen had ontmoet. Natuurlijk werkt wetenschap niet helemaal zo, maar dingen zeggen over moslims… Wel, laten we zeggen dat moslims een beetje zoals zwanen zijn: het is niet omdat alle moslims die jij ontmoet hebt wit zijn, dat er ergens in Ethiopië geen zwarte zou kunnen zitten.

Veralgemenende uitspraken over groepen van mensen zijn eigenlijk ALTIJD fout. Er zijn altijd op alles uitzonderingen, en jij kan niet al die uitzonderingen kennen. Het is dus belangrijk om altijd genuanceerd te zijn: deze vorm van…, dit soort…, dit voorbeeld van…, ik denk…

islamofobie 2

Dit is al een beetje moeilijker, want hij zegt wel “natuurlijk heeft niet heel de Islam er mee te maken” (dus dat is al geen veralgemening), maar dan zegt hij “dit terrorisme heeft wel met de Islam te maken” en tja… wat is die “de islam”. Die bestaat niet natuurlijk. Uitspraken doen over HET christendom, DE socialisten, DE islam, HET atheïsme… dat is sowieso een veralgemening. En voor zo’n heel algemene uitspraak moet je heel veel en wetenschappelijk correct bewijsmateriaal hebben… en dat heeft deze meneer natuurlijk niet. (Denk aan Humes zwanen: Leon zegt eigenlijk DE zwaan is wit.)

En hij doet ook iets anders wat heel veel islamofobe commentatoren doen: hij verwerpt onmiddellijk, preventief, kritiek als politiek correct. Oh, wat hebben we met z’n allen een hekel aan die term: politiek correct. Het word zelfs zo vaak in discussies als verwijt gebruikt dat mensen het nu al afkorten tot poco, want dat pent gemakkelijker. Maar is de uitspraak “De aanslag heeft niets met islam te maken” alleen maar politiek correct, d.w.z. bedoeld om geen aanstoot te geven of niemand te kwetsen? In dit geval duidelijk niet. Wie het artikel opzoekt zal merken dat het een citaat is van een moslim die zijn woede en afgrijzen uitspreekt voor deze daad. Natuurlijk gebruikt hij ook een veralgemening, en dat is ook niet correct, maar hij zegt er ook iets mee over wat islam voor hem betekent, en het is niet geweld tegen onschuldige burgers.

Laten we een ander voorbeeld geven, en het wordt snel duidelijk: in de Bijbel staat dat slavernij mag Er staan zelfs regels voor hoe je je slaaf moeten behandelen. Stel dat één of ander dorp in Limburg plots zegt “Wij voeren slavernij weer in, want we zijn goede christenen en dat staat in de Bijbel.” Dan lijkt het mij heel logisch dat ik, als christen, zal antwoorden met: Jouw slavernij heeft niets met het christendom te maken. Ook dat is een veralgemening, en dus niet helemaal juist, maar de reden waarom die Limburgers slaven willen is niet omdat het in de Bijbel staat, maar omdat ze slaven willen. Dat het in de Bijbel staat, is gewoon lekker handig.

Islamistisch terrorisme vertrekt vanuit een handvol citaten uit de Qur’an, en baseert zich daarop om onschuldige mensen te doden en ‘slechte’ moslims te executeren of als seksslaaf te verhandelen. Doen ze dat omdat ze goede moslims willen zijn? Mmmmm… Wellicht doen ze het vooral omdat ze kwaad zijn op de wereld, omdat ze macht willen en gezien willen worden, en omdat zo’n seksslaaf geen ‘nee’ mag zeggen tegen jou, ook al ben je een ongewassen kloothommel. Dat ze dat via de Qur’an kunnen verkopen, is gewoon… lekker handig.

Zie je hoeveel woorden ik nodig had om dat allemaal uit te leggen? Ook dat is vaak een manier om islamofobie te spotten: weinig woorden. Zoals deze:

islamofobie 5

Chantal gebruikt dezelfde truc als Leon (tuuuuuuuurlijk heeft het niks te maken met islam) om dan toch te suggereren dat het alles te maken heeft met islam, want “zowat ALLE aanslagen” van de laatste “decennia’ zijn gebeurd in naam van diezelfde islam. In een vorige blogpost legde ik reeds uit dat dit niet klopt, maar voor wie dat toch geloofwaardig vindt klinken: decennia zou willen zeggen sinds 1995 (2 decennia) of 1985 (3 decennia) en daar zit een periode van zwaar veel niet-islamistische activiteit in. Om niet te zeggen: zo goed als geen islamisme, vooral veel nationalisme.

Islamofobie is 99% van de tijd feitelijk onjuist. Gewoon een snelle blik op wikipedia of in de Qur’an bewijst meteen het inhoudelijke ongelijk van een islamofoob. Maar dat maakt het niet gemakkelijker om hen van hun ongelijk te overtuigen. Denk aan Boer Leon en zijn politieke correctheid, daarop is nog een variant, en het is een weggever:

islamofobie 3

Daar zijn ze: de collaborateurs. Islamofobe meningen bevatten bijna altijd verwijzingen naar het feit dat de spreker/auteur en zijn zielsverwanten niet ernstig genomen worden door de bredere samenleving. Dat politici er niet voor zijn om moslims zomaar al hun burgerrechten te ontnemen omdat ze nu eenmaal moslim zijn, en dat we dingen als moskeeën en hoofddoeken zomaar toelaten. De collaborateurs zijn alle mensen die in het debat rond islam in Europa, over welk aspect ervan het ook gaat, een genuanceerd standpunt vertolken maar zelf geen moslim zijn. Landverraad is dat.

Je zou kunnen zeggen: Is dat niet logisch? Als zij echt overtuigd zijn van hun gelijk, zijn ze er dan ook niet echt van overtuigd dat als jij hen niet volgt, jij ons mee in gevaar brengt? Wel… nee. Ik zal opnieuw een ander voorbeeld geven om dat duidelijk te maken.

Toen de Katholieke Kerk onder vuur kwam te liggen over de manier waarop ze met het misbruik door priesters was omgegaan in het verleden, kwam ze – zeer terecht – onder vuur te liggen. En met haar: iedereen die zich nog katholiek durfde noemen, want was jij dan niet mee schuldig daaraan? Als je nog één positief ding te zeggen had over de Kerk, dan was je mee verantwoordelijk. Stel dat je zou zeggen Iedereen die nu zijn kind nog laat dopen of nog begraven wordt in de kerk, is mee schuldig aan het volgende kind dat misbruikt wordt. Is dat niet een beetje overtrokken?

Dat is wat André bedoelt met de collaborateurs. Hij bedoelt dat ik, omdat ik de moslims die ik ken over het algemeen nogal sympathiek vind en op zich ook geen probleem heb met islam, alleen met een paar relatief problematische passages in de Qur’an en zeer problematische gebruiken in een handvol landen en streken, mee schuldig ben aan wat er op 13/11 in Parijs gebeurde.

Ja, dat lees je goed: ik ben mee verantwoordelijk voor elke dode die door een islamistische aanslag valt.

En dat is geen rationele stelling, zelfs niet als je echt gelooft dat er een ernstige dreiging is.

Waar komt die islamofobie vandaan? Heel simplistisch zou je kunnen zeggen: 9/11. Vandaar dat Osama Bin Laden één van de meest succesvolle terroristen ooit genoemd kan worden: hij heeft ons zo bang gemaakt, dat we bang geworden zijn van elke moslim die we tegenkomen.

Maar er zijn ook andere factoren: een slecht integratiebeleid in de jaren ’60 en ’70 hebben ervoor gezorgd dat de Maghrebijnse arbeidsmigranten uit die tijd heel erg geïsoleerd leefden in ons land. Hun kinderen zijn ook relatief geïsoleerd opgevoed, en vanaf die tweede generatie krijg je kleine en grotere botsingen tussen de ‘thuiscultuur’ (die meekwam uit Marokko of Turkije en vaak een eenvoudige versie van islam bevatte) en de westerse cultuur buiten de deur. De samenleving heeft op die botsingen gereageerd met slogans als ‘aanpassen of oprotten’, wat het conflict alleen maar groter maakte in de jaren ’90. Na 2001 kwam daar de dimensie van terrorisme bij.

Economische crisissen zorgen er ook vaak voor dat minderheden gezien worden als ‘een last’ of ‘een probleem’, en dat vanuit politieke kringen de schuld voor het moeilijker verlopen van de economie en dus ook het samenleven in hun schoenen wordt geschoven. Het bekendste voorbeeld daarvan is Duitsland in de jaren ’30.

Maar als de dingen die islamofobe commentatoren beweren niet waar zijn, waarom geloven zoveel mensen ze dan?

Hank Green legt het in deze blogpost als volgt uit:

“Bijvoorbeeld, hoeveel procent van alle moslims zou je denken dat in het Midden-Oosten woont? Euh… 80%, 85%? Dat is wat ik zou gezegd hebben voor ik research begon te doen voor deze video. Wat denk je van 20%? 60% van alle moslims woont in [Centraal- en Oost-]Azië. Het land met de grootste moslimpopulatie? Indonesië. Als we zo’n basisfeit niet weten, hoe kunnen we onszelf dan bevoegd achten om brede veralgemeningen te maken over een grote en diverse groep mensen? Eenmaal die negatieve ideeën vastgezet zijn in ons brein kunnen ze gemakkelijk versterkt worden bij mensen die gedreven worden door angst en woede. Die mensen bekijken andere mensen op televisie die die angst en woede voor hun job cultiveren omdat dat goed is voor de kijkcijfers. En die angst voorkomt conversaties en zorgt ervoor dat een meerderheid moslims gaat isoleren van de bredere gemeenschap…”

Het is nog iets ingewikkelder dan dat. Confirmation bias speelt natuurlijk mee: als we al geloven dat moslims akelig zijn en hier niet thuis horen, dan gaan we dat enkel meer en meer gaan geloven naarmate we meer en meer voorbeelden daarvan tegenkomen; maar we gaan het niet minder geloven als we in de media tegenvoorbeelden zien. Die tegenvoorbeelden zijn namelijk alleen maar uitzonderingen op de regel waar we in geloven. We hebben allemaal zo’n regels in ons hoofd: mannen zijn sterker dan vrouwen, wie hard werkt wordt daarvoor beloond, iedereen verdient een tweede kans, etc… Voorbeelden die ons idee bevestigen gaan we sneller geloven en onthouden, dan voorbeelden die ons idee weerleggen. Maar het helpt natuurlijk niet als de media zelf aan confirmation bias lijden.

Zo worden bijvoorbeeld een aantal dingen overdreven vaak in beeld gebracht. Nathan Lean, auteur van The Islamophobia Factory, schreef voor Salon een stuk over o.a. Ayaan Hirsi Ali, die berucht werd in Nederland dankzij de vermoorde Theo Van Gogh. Haar persoonlijke levensverhaal is schrijnend, en ze toont zich als een moedige en sterke vrouw. Haar intelligentie en mondigheid maken dat ze gehoord werd en wordt, en ze is zelfs een aanspreekpunt geworden wanneer het gaat over islam, vrouwen en feminisme. Kleine kanttekening: Hirsi Ali is geen moslima meer, ze schrijft veel van haar lijden toe aan islam (en in haar Somalische context klopt dat ook) en ze strijdt openlijk tégen islam.

Haar stem is belangrijk in het debat, natuurlijk. Maar er zijn andere feministes die de vinger op de wonde leggen met betrekking tot hun culturele en religieuze afkomst, maar die daarvoor de hele religie niet in het vizier nemen.  Westerse denkers, politici en cultuurmakers verkiezen Hirsi Ali omdat zij een eigen vooroordeel bevestigt, nl. dat wij Verlichte, moderne, seculier-christelijke westerlingen toch zoveel beter en slimmer en beschaafder zijn  dan alle andere volkeren en culturen. Als Hirsi Ali pleit voor een revolutie in islam dan horen wij haar zeggen: “Wij moeten meer zijn zoals jullie.” En daarom horen we haar liever spreken.

Die reflex noem je neokolonialisme, en het is een heel lelijke reflex: wij zijn beter dan jullie, slimmer, vrijer, gelukkiger… wij gaan jullie dat geluk geven en als jullie niet uit jezelf luisteren, dan rammen we het jullie wel door de strot. Klinkt het bekend? Dat is was IS doet in Syrië, inderdaad.

Is alle kritiek op islam en op moslims automatisch islamofobie? Nee, natuurlijk niet. Kritisch denken is altijd goed, en als het doordacht gebeurd op basis van correcte informatie en goede argumenten, dan is het geen islamofobie, maar gewoon kritisch denken. Maar de lijn is dun.

Voor Salon probeerde politicoloog Sean Illing uit te leggen waar volgens hem de grens ligt, en waarom kritiek op islam belangrijk maar moeilijk is: de interpretatie die sommige mensen hebben van de religie (en hij hamert er op dat dit een duidelijke minderheid is) is gevaarlijk, in de eerste plaats voor moslims zelf en voor de stabiliteit van moslimlanden waar die minderheden wonen, maar ook voor ons westerlingen. Economische en politieke factoren zijn belangrijk, zegt hij, maar ideeën ook, en die ideeën moeten ook besproken kunnen worden.  Maar kijk goed naar zijn formulering: “sommige”, “interpretatie”, “minderheid”, “ook”.

Illing schreef dit opiniestuk naar aanleiding van aanhoudende kritiek op filosoof Sam Harris en komiek en presentator Bill Maher, die al enkele jaren een ware strijd voeren tegen religie in het algemeen maar islam in het bijzonder.  Een analyse van één van hun debatten is misschien een goede oefening om deze theorie eens toe te passen…

Meer lezen:

Voor De Wereld Morgen ging Alex De Groot van Grenzeloos.org op zoek naar de oorsprong van de term.

Martijn de Koning, die salafisme in Nederland bestudeert maar ook breder bezig is met de antropologie van islam in Europa, schreef een aantal stukken over islamofobie op zijn blog CLOSER (een aanrader, trouwens) getiteld Vijf mythes over islamofobie.

  • Deel 1: Een uitvinding van Khomeini
  • Deel 2: Islamofobie is angst voor islam
  • Deel 3: Islamofobie is geen racisme
  • Deel 4: Islamofobie is niet dodelijk
  • Deel 5: Islamofobie bestaat niet

Karen Armstrong, ex-non en auteur van populariserende godsdienstwetenschappelijke boeken (ze zijn toffer om te lezen dan ik ze nu doe klinken), vertelt in dit interview met Nieuw Wij over hoe de interpretatie van geweld in islam fout is, en nog een boel andere interessante dingen. [Ik ben fan van Karen Armstrong. Lees haar! Komaan!]

Jan Blommaert schreef op KifKif een stukje over de toon waarop islam besproken wordt in de westerse media de laatste twintig jaar, en de impact daarvan op ons spreken en denken nu.

Altijd een plezier om te lezen: Naom Chomsky, dit keer in een frontale aanval op collega-filosoof Sam Harris en diens (vermeende) islamofobie.

Blogger en genderstudiesopperhoofd Asha ten Broeke over waarom ze als feministe toch niet tegen ‘de islam’ is, meteen een reactie op de toon van het debat rond feminisme en islam dat door denkers als Hirsi Ali wordt gezet. In een ander opiniestuk haalt ze uit naar mensen die alleen voor vrouwenrechten opkomen in het kader van islamkritiek.

Jef Verbeylen bespreekt in De Wereld Morgen een enquête die aanwijst dat mensen merkbaar negatiever en angstiger staan t.o.v. islam dan vroeger. The Atlantic gebruikt geen enquête, maar het toegenomen aantal aanslagen en geweldplegingen om islamitische symbolen en mensen en concludeert: Islamophobia is not a myth.

Suzanne Moore stelt in The Guardian de vraag: Waarom stellen we de loyaliteit van Britse moslims in vraag, maar nooit van iemand anders? Voor hetzelfde platform bekijkt Joseph Harker de islamofobie van andere etnische minderheden en hoe jaren van negatief spreken over moslims overal vrucht draagt, en Matthew Goodwin legt bloot hoe een anti-moslimhaat task force door de Britse overheid zelf gesaboteerd werd.

Beelden spreken meer dan duizend woorden: The Young Turks analyseren een would-be-sheriff in Florida, V.S., en zijn reactie op een foto van een groep moslims die bidden op het strand. (Spoiler alert: hij was bang voor zijn dochter.) Op hetzelfde netwerk bespreken de Turks een bijzonder islamofobe tweet van Rupert Murdoch, en de reacties van J.K. Rowling (ik ben toch niet verantwoordelijk voor jou, want we hebben hetzelde geloof?) en atheïst Aziz Ansari. Gelukkig is er ook een hartverwarmende video van een anti-islamprotest (er was maar één mevrouw) en de geduldige en openhartige manier waarop de moslims in kwestie haar uitnodigden tot dialoog.

Drie andere oplossingen voor islamofobie van het Platform Tegen Islamofobie, via een open brief in Knack.

En omdat we neutraal pretenderen te zijn: Jean-Marie De Decker zal u nu uitleggen waarom alles wat ik geschreven heb, nonsens is. Overigens, Jean-Marie is in goed gezelschap: Winston Churchill was ook niet bang van wat angst voor islam.

Advertenties

6 gedachtes over “63. Hoe spot je islamofobie?

  1. Ten eerste moet je geen woorden gaan verzinnen, fobie betekent angst voor het irreële, maar jullie sekteleden verpesten de levens van andersdenkende. Blijf maar liegen tegen jezelf en tegen andere onwetende. Jullie sekteleden moeten blij zijn dat we jullie ruimtes geven om te bidden (wat heel kinderachtig en nutteloos is maar dat ter zijde) waarom dan nog publiekelijk ons er mee lastig vallen? Nee, jullie sekte verdient geen respect en heeft al vele malen aangetoond zeer gevaarlijk te zijn.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s